De walvissen en dolfijnen van de Westerschelde

Klaas Post, handelaar in vis en fossielenexpert, staat in het Natuurhistorisch Museum bij een bultrug, opgevist uit de Noordzee. Rechts ziet u de muil van een Peruaanse roofpotvis. Beeld Inge Van Mill

Onder het water van de Westerschelde hebben paleontologen de fossielen van allerlei uitgestorven walvissoorten gevonden. “Onze regio was 8 miljoen jaar terug een hotspot van walvissen en dolfijnen”, weet onderzoeker Klaas Post nu.

Het is dat de vermaarde Franse natuuronderzoeker George Cuvier in de negentiende eeuw al een hint had ­gegeven, anders waren fossielenjagers Klaas Post en paleontoloog Jelle Reumer in 2014 waarschijnlijk helemaal niet in de Westerschelde naar walvissen en dolfijnen gaan zoeken. “In 1823 beschreef Cuvier een los fossiel van een uitgestorven spitssnuitdolfijn, die hij ‘op vierhonderd meter uit de rechteroever van l’ Escaut’, de Franse naam voor de Schelde had gevonden, wist Post. “Ook enkele andere oude publicaties beschrijven fossielen van zeezoogdieren die uit de Schelde waren gekomen, dus toen zijn wij op een gegeven moment ook maar eens gaan zoeken. Met de Urker viskotter UK-12 gingen we verschillende van die historische locaties aan de rand van een drukke vaargeul af. Na verloop van tijd hadden we een enorme hoop resten van mammoeten en andere rommel ­gevonden”, grapt Post. “Maar daar ­waren we op dat moment helemaal niet in geïnteresseerd. Het ging ons om de zeezoogdieren.”

Uiteindelijk stuitten Post en Reumer, krap een jaar na de eerste pogingen, op een plek van net honderd bij dertig meter waar ze letterlijk tonnen fossielen van unieke zeedieren naar ­boven haalden, nog in de originele brokken versteend sediment verpakt. Voor een paleontoloog was deze rijke vindplaats bijna net zo bizar als een pot met goud die jarenlang onaangeroerd tussen het winkelend publiek van de Kalverstraat staat. “Er kwamen hier allemaal onbekende walvissoorten aan het oppervlak”, zag een stomverbaasde Post. “Hoe kon het dat deze laag nooit was opgemerkt? Niet hier, maar ook niet op een andere plek in de regio? Er zijn langs de kust van de Schelde bijvoorbeeld op verschillende plaatsen forten gebouwd. Daarbij zijn karrevrachten walvisbotten tevoorschijn gekomen, maar nooit uit deze bijzondere laag.”

Nieuwe uitgestorven diersoorten

Uit de massa fossielen die Post en collega’s uit de Westerschelde visten, zijn inmiddels ook enkele wetenschappelijke topstukken komen bovendrijven. Post: “We hebben de bijna complete schedel gevonden van een tot dan toe onbekende soort spitssnuitdolfijn. Die was familie van het La Plata-dolfijntje, dat nu alleen nog in de monding van de La Plata-rivier, tussen Argentinië en Uruguay leeft. Uit andere vondsten blijkt dat er veel meer soorten uit deze familie in onze omgeving hebben ­geleefd, maar alleen in Zuid-Amerika heeft die ene soort standgehouden.”

Verder vonden Post en collega’s resten van zogenoemde cetotheren. “Dat waren de voorlopers van de huidige vinvissen. In het Mioceen, de periode van 23 miljoen tot ruim 5 miljoen jaar geleden, kwamen vinvissen en cetotheren een tijdje samen voor, maar uiteindelijk hebben de grote en beweeglijke vinvissen het gewonnen van de kleinere cetotheren, die bijvoorbeeld hun onderkaak niet echt ver genoeg open konden doen om grote happen zeewater tussen hun baleinen te filteren. Wat dat betreft is het wel mooi dat wij een van de ­grootste cetotheren tot nu toe hebben gevonden in de Westerschelde”, aldus Post. Deze week werd dit uitgestorven dier officieel door de onderzoekers ­wetenschappelijk beschreven als Tranatocetus maregermanicum.

Een – voorlopig– laatste topstuk is de schedel van een kleine vinvis, waarvan de details binnenkort zullen worden gepubliceerd in de wetenschappelijke pers. “Op grond van enkele specifieke kenmerken aan de schedel, gaan wij ­ervan uit dat het een soort bultrug was, die tot de familie van de vinvissen hoort. Daarmee zou het de oudst bekende bultrug tot nu toe zijn. Op grond van DNA-analyse werd ooit gedacht dat bultruggen pas rond 8 miljoen jaar ­geleden begonnen af te splitsen van de andere vinvissen, maar deze bultrug suggereert dat dit dus al eerder moet zijn gebeurd.”

Vernoemingen

Samen met wetenschappers uit binnen- en buitenland heeft Post inmiddels diverse nieuwe (uitgestorven) diersoorten in de wetenschappelijke pers beschreven. De uitgestorven ‘La Plata-dolfijn’ Scaldiporia vandokkumi vernoemde hij naar schipper Jan van Dokkum, die met zijn schip de fossielenexpedities op de Westerschelde mogelijk maakte. De oudste bultrug zal binnenkort wetenschappelijk worden vereeuwigd als Nehalaennia devossi, als eerbetoon aan Naturalis-paleontoloog John de Vos.

“De belangrijkste boodschap uit de bodem van de Westerschelde is volgens mij de enorme rijkdom van zeezoogdieren in onze omgeving van 8 miljoen jaar terug”, vindt Post. “Het laat zien dat het hier een hotspot van walvissen en dolfijnen moet zijn geweest en dat er, nog voordat er ook maar een mensachtige in de buurt was, ook heel veel soorten zijn uitgestorven in de evolutionaire race.”

Een deel van de fossielen uit de Westerschelde is nog tot en met 19 mei te zien in de tentoonstelling ‘Zeeuwse oerwalvissen – topfossielen uit de Westerschelde’, in Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

Vishandelaar werd fossielenexpert

Als middelbare scholier was Urker Klaas Post al een groot liefhebber van fossielen, maar de familietraditie dreef hem professioneel gezien richting de visserij in plaats van naar de paleontologie. Uiteindelijk kwamen die twee wel weer samen, want bij de visserij met sleepnetten over de bodem van de Noordzee komen ook grote hoeveelheden fossielen boven; landdieren uit de tijd dat de Noordzee drooglag en oude zeezoogdieren. “Met mammoeten en wolharige neushoorns hielden al heel veel mensen zich bezig”, wist Post. “Vandaar dat ik mij in mijn vrije tijd stortte op de fossielen van walvissen en dolfijnen.”

Zijn fossielen verzamelde Post zelf, of hij kocht ze op de vroege vrijdagochtenden op de kade, van vissers die al snel wisten dat ‘de vishandelaar uit Urk’ niet alleen ­interesse had in hun gevangen vis. Uiteindelijk bouwde Post een indrukwekkende collectie op, die hij in de afgelopen jaren allemaal heeft geschonken aan Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, waar hij honorair onderzoeksmedewerker is.

“De paleontologie is een van die wetenschappen waar amateurs nog een grote rol kunnen spelen”, weet hij. “Dat zit hem met name in de onvoorstelbare hoeveelheid tijd die liefhebbers in het fossielenonderzoek kunnen steken. Een professional kan dat nooit doen in de baas z’n tijd, in ieder geval niet betaald.

Daardoor zijn veel belangrijke ­fossielen in bezit van amateurs, die vervolgens samenwerken met professionals om de verhalen in de wetenschappelijke pers te ­krijgen. Ik vond het belangrijk dat mijn collectie op tijd veilig zou worden gesteld, dus nu werk ik een dag in de week in het museum in Rotterdam, aan het onderzoek van mijn ‘eigen’ walvissen en dolfijnen.”

Lees ook:

Er liepen eens makaken op het Hollandse strand

De bodem van de Noordzee biedt een bijzondere kijk op het leven in onze omgeving in de ijstijd. ‘Er hebben hier veel langer dan gedacht apen rondgelopen’, weet paleontoloog Dick Mol nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden