Jelle's weekdier Walvis

De walvisjacht is net zo abject als de jacht op de neushoorn

Beeld AFP

Het is weer zover: een viertal Japanse schepen is uitgevaren om op walvissen te gaan jagen. Zulks uiteraard onder traditioneel protest van zo’n beetje de hele rest van de wereld, waar de Japanners zich even traditioneel geen bal van aantrekken. En dat terwijl een paar dagen eerder de regering van IJsland verklaarde dit jaar geen walvissen te gaan vangen. IJslandse vissers vangen gewoonlijk walvissen voor de export naar, jawel, Japan. 

Beide nieuwsfeiten zijn echter niet los van elkaar te begrijpen. Japan heeft dit jaar de International Whaling Commission verlaten om voor het eerst in dertig jaar de commerciële jacht te hervatten. Ze zullen dus ongetwijfeld meer walvissen vangen dan de laatste decennia, toen er uitsluitend onder het doorzichtige mom van wetenschappelijk onderzoek werd gevist. 

De IJslanders stoppen nu met vissen vanwege, zo meldde De Telegraaf, ‘de moeilijke omstandigheden in exportland Japan’. Oftewel: de vreugde over het IJslandse besluit wordt tenietgedaan doordat Japan feitelijk het quotum voor de neus van de IJslanders wegkaapte. Hopelijk blijft dat even zo en schakelen de IJslandse vissers over op een andere bezigheid, waardoor er in elk geval één walvisvangende natie wegvalt.

Een zekere aaibaarheid

Waarom vinden we het zo immoreel om walvissen te vangen? Daar zit van alles achter. Om te beginnen hebben walvissen eigenaardigerwijze een zekere aaibaarheid – in het geval van dolfijnen geheel ten onrechte zelfs letterlijk. Het bizarre therapeutische zwemmen met dolfijnen mag wat mij betreft meteen worden afgeschaft; een dolfijn is geen pluchen knuffel. Maar belangrijker is hun ontzagwekkendheid. 

Walvissen, althans de vinvissen, zijn de grootste op aarde levende dieren. Dankzij de wet van Archimedes en dus niet gehinderd door de zwaartekracht konden ze tot reuzenvormen evolueren. De reden daarvan heeft vermoedelijk te maken met de aanwezigheid van kolossale walvisvretende roofpotvissen tijdens het late Mioceen, zo’n 15 tot 5 miljoen jaar geleden. Dat leidde tot een soort wapenwedloop tussen roofdieren (de potvissen) en prooidieren (de baleinwalvissen): door groter te worden waren de laatste moeilijker te verschalken, waarop de potvissen groter werden, enzovoort. Die roofpotvissen zijn overigens al lang geleden uitgestorven.

Bron van vet

Maar bovenal zijn walvissen bedreigd. Vanaf de zestiende eeuw is de mensheid, vooral in de vorm van Baskische en Nederlandse vissers, ijverig doende geweest om op industriële schaal walvissen te vangen, voornamelijk als bron van vet. Bruinvissen werden ook gegeten. De schepping was tenslotte onuitputtelijk. Nog betrekkelijk recent, kort na de Tweede Wereldoorlog, nam Nederland een omgebouwde tanker in gebruik als walvisvaarder, de Willem Barentsz I, spoedig gevolgd door de grotere Willem Barentsz II. Het walvisjagen was een heroïsche bezigheid om ervoor te zorgen wij nooit meer gebrek aan margarine zouden krijgen. Wanneer het schip uitvoer en binnenkwam, werd daarvan op het Polygoonjournaal gewag gemaakt. 

Tot de oceaan zo ongeveer was leeggevist en de vaart onrendabel geworden. Het vangen van walvissen voor het vlees of het vet is even abject als het stropen van neushoorns voor hun hoorn of olifanten voor het ivoor. Het is gelukkig nog maar een klein en krimpend deel van de mensheid dat zich aan deze business te buiten gaat.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden