jelle's weekdier

De veldleeuwerik kiest het luchtruim voor zijn hitsig gejodel

De veldleeuwerik Beeld Buiten-beeld, Henny Brandsma

Vogels maken geluid. Mooi of lelijk, althans voor de mens die het als waarnemer ervan als zodanig kan ervaren. 

Aan het ene eind van het subjectieve schoonheidsspectrum staat wat mij betreft de halsbandparkiet met zijn trommelvliesteisterende gekrijs. De muzikaliteit daarvan ontgaat me volledig.

Maar het kan ook anders. Het esthetische summum van vogelgeluiden is natuurlijk de nachtegaal, voor mij op de voet gevolgd door de zanglijster die niet voor niets zanglijster heet. Juist deze week werd ik bij het naar buiten gaan getroffen door het gezang van zo’n merelachtige, in de opkomende ochtendzon hoog in de kruin van een nog kale boom. Het was zo’n moment dat je even blijft stilstaan. Vrolijkmakend.

Maar nog blijer word ik van de veldleeuwerik. Hoog in de zinderende zomerlucht hoor je het onophoudelijke gekwetter eerder dan dat je het vogeltje ziet. Het gezang van de veldleeuwerik maakt me om onnaspeurbare redenen zo vrolijk dat ik nog precies weet waar en wanneer ik er van genoot. Begin september op Tiengemeten, toen ik daar zes weken verbleef om over natuurmijmeraar Henry David Thoreau te mijmeren. Tijdens een zomerse wandeling met familie in het gebied van de Kwade Hoek op Goeree. En ergens in juni, boven een akker in de Franse Auvergne, met uitzicht op gedoofde vulkanen en een romaanse kerktoren; ik ben er toen maar op mijn rug bij gaan liggen aan de rand van die akker om me op het vogeltje te concentreren. Je moet er dan alleen op letten dat het beestje niet vlak voor de felle zon vliegt, want dan zie je even niks.

Het zijn de mannetjes die zingen. Veel fraai ­vogelgezang is masculiene mooidoenerij, bedoeld om indruk te maken op het andere geslacht en/of om rivalen te waarschuwen niet in de buurt te komen.

De veldleeuwerik zit niet zoals die zanglijster rustig op een boomtak of zoals een stadsmerel op de nok van het dak, de veldleeuwerik kiest het luchtruim voor zijn hitsig gejodel. Hij stijgt kwetterend op, tot soms wel honderd meter boven de akker waarop zijn dame wacht, om dan al dalend, weer stijgend, verder dalend, wederom stijgend, en almaar zingend, uiteindelijk naast haar te landen. Het kan lang duren, dus wie ervan houdt, kan langdurig op de rug liggend genieten van het testosterongestuurde concert. Vogelbescherming meldt een record van wel 56 minuten. Geen aria van Bach kan daaraan tippen, hoewel ook daar, net als bij de leeuwerik, de riedeltjes vaak eindeloos worden herhaald.

Veldleeuweriken zijn vogels van akkers en grasland. Ze kwamen ooit bij honderdduizenden in ons land voor, de leeuwerik was een van de algemeenste broedvogels.

Maar dat, je kunt het raden, was voor de opkomst van de intensieve landbouw. In een halve eeuw tijd zijn de aantallen ingestort. Van een half tot driekwart miljoen broedparen begin jaren zeventig tot slechts enkele tienduizenden nu. Je moet er echt naar zoeken, het is een rodelijstsoort geworden. De voormalige vliegbasis Soesterberg, zo meldt het Utrechts Landschap, is nu een nieuwe habitat, daar moet ik snel eens gaan liggen luisteren.

Jelle Reumer (Hilversum, 1953) is paleontoloog. Tot 2015 was hij directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, en hij is hoogleraar vertebratenpaleontologie aan de Universiteit Utrecht. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier en al diens bijzonderheden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden