InterviewWaterbeheer

De Utrechtse polder Rijnenburg lijkt een ideale bouwlocatie. Maar is dat wel zo?

Polder Rijnenburg tussen Utrecht (boven in beeld), Nieuwegein en IJsselstein in de hoek van de snelwegen A12 en A2.  Beeld Hollandse Hoogte / Erik van 't Woud
Polder Rijnenburg tussen Utrecht (boven in beeld), Nieuwegein en IJsselstein in de hoek van de snelwegen A12 en A2.Beeld Hollandse Hoogte / Erik van 't Woud

Er is veel te doen om de Utrechtse polder Rijnenburg. Willen we woningen of windmolens? Neem in elk geval het water tot uitgangspunt, waarschuwt dijkgraaf Jeroen Haan. Want de badkuip wordt steeds dieper.

Grazig grasland aan de rand van Utrecht, in de oksel van twee snelwegen, de A2 en de A12, in het zuiden begrensd door de Hollandse IJssel. Geen wonder dat vele partijen begerig kijken naar de polder Rijnenburg. Of het nou gaat om woningbouw of windmolens en zonnepanelen, in combinatie met het groen dat de snel groeiende stad in het midden van het land broodnodig heeft, is dit een ideale bouwlocatie.

Dat beseft ook dijkgraaf Jeroen Haan van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Maar zet hij zijn ‘waterbril’ op, dan ziet hij ook de beperkingen van dit landschap: veenweidegebied van IJsselstein tot voorbij Woerden, dat meters lager ligt dan het zand dat in de laatste ijstijd is opgestuwd tot de Utrechtse Heuvelrug. De eerste nederzettingen zijn steevast gebouwd op de hogere delen. “Vroeger lazen de mensen het landschap al”, weet Haan.

Zijn pleidooi is simpel: neem water en bodem als uitgangspunt voor elke ingreep. In plaats van maakbaarheid. Die boodschap zal het waterschap vrijdag overbrengen op de conferentie over Rijnenburg die de provincie Utrecht organiseert. “Welk besluit je ook neemt, vraag advies aan het waterschap.”

Nieuwe vinexwijk

Er is de laatste jaren veel te doen om de polder Rijnenburg. Utrecht zag er mogelijkheden voor een energielandschap, met windturbines en zonneparken. Eigenaren van de grond en sommige omwonenden zien meer in de bouw van huizen, die de stad van pas komen en waar veel geld mee te verdienen is.

Ook de Tweede Kamer pleit voor zo’n nieuwe vinexwijk; half december stemde een meerderheid voor een motie van VVD en CDA die minister van binnenlandse zaken Kajsa Ollongren opriep Rijnenburg en de naastgelegen polder Reyerscop aan te wijzen als bouwlocatie voor tienduizenden woningen. De minister voerde de motie niet uit, ze laat die beslissing over aan haar opvolger in het nieuwe kabinet. Volgens Ollongren liggen er al goede bouwafspraken met Utrecht en zou grootschalige nieuwbouw in Rijnenburg de twee drukke snelwegen extra belasten.

Toekomst van Rijnenburg

De provincie belegt vrijdag een conferentie, daartoe opgeroepen door de statenleden, waarin rijk, provincie, gemeente, waterschap en andere betrokken partijen samen bespreken welke toekomst Rijnenburg moet krijgen. Niet alles kan altijd en overal, zegt het provinciebestuur voorzitter Johan Remkes van het Adviescollege Stikstofproblematiek na.

Dijkgraaf Jeroen Haan gebruikt dezelfde woorden voor de afweging van belangen waar de overheden voor staan. Maar, voegt hij daaraan toe, wat de keuze ook wordt, maak het water leidend. “Door de klimaatverandering bereiken we de grenzen van ons watersysteem. Ja, we kunnen in Nederland heel veel met water, niet voor niets hebben we in het buitenland de naam opgebouwd van ‘bring in the waterboys’. Technisch kan ontzettend veel. Maar is dat vol te houden? Er zit een grens aan wat we technisch kunnen oplossen.”

Dijkgraaf Jeroen Haan Beeld
Dijkgraaf Jeroen Haan

Daarmee zegt hij niet dat woningbouw niet zou kunnen. Maar dan moet het wel drijvend of in elk geval meebewegend met het water. “Kijk je waar behoefte is aan woningen en waar risico bestaat op overstromingen, dan komen de kaarten bijna overeen. Ik ga dus niet zeggen: hier niet bouwen, maar als je voor nieuwe woonwijken kiest, bouw die dan wel klimaatbestendig en waterrobuust. En vraag je af of mensen nog prettig wonen als je een generatie verder bent.”

Door de ligging in Utrecht en Zuid-Holland komen alle Nederlandse waterproblemen samen in het gebied van De Stichtse Rijnlanden. Wateroverlast in de lagere delen en droogte in de zandruggen, maar ook in het veenweidegebied, dat steeds verder wegzakt. En ook verzilting, doordat zout water bij een lage stand in de rivieren te ver landinwaarts doordringt.

“De bodemdaling in het veenweidegebied gaat op sommige plaatsen harder dan de zeespiegelstijging”, zegt Haan. “De badkuip wordt steeds dieper, maar niet alles zakt tegelijk. Daardoor ontstaat schade aan riolering en andere leidingen, wegen en woningen.”

Moeilijke puzzel

De bodem daalt het hardst tijdens droogte, dan verdampt het water tussen het veen en kan het inklinken. “We moeten de bodem dus vochtig houden, als een spons. Dat doen we al in Woerden.” Door de klimaatverandering nemen de kansen op zowel wateroverlast, door stevige buien, als droogte echter toe. “Daarom moeten we ons afvragen: zijn de keuzes die we nu maken wel verstandig? Zitten de functies die we willen wel op de goede plek? De puzzel tussen natuur, woonwijk en landbouw wordt steeds moeilijker. Neem water daarom als leidend principe bij ruimtelijke keuzes en zet ons als waterschap standaard aan tafel.”

Dat geldt evengoed voor bouwen binnen de bebouwde kom, waar veel gemeenten voor kiezen, zegt Haan. “Ook daar moet je er rekening mee houden dat overtollig water snel weg moet kunnen stromen en dat er ruimte blijft voor groen als verkoeling en buffer.”

De Stichtse dijkgraaf onderschrijft de gezamenlijke oproep van de drinkwaterbedrijven en waterschappen, eerder dit jaar, tot een watertransitie. Die ging vooral over de kwaliteit van het water en het beheer van de voorraad. We springen daar te nonchalant mee om, waarschuwden de voorzitters Peter van der Velden (vereniging van waterbedrijven Vewin) en Rogier van der Sande (Unie van Waterschappen) eind februari.

Haan voegt daar de natuurlijke plaats van het water in de bodem aan toe. “We praten vaak al mee over omgevingsvisies, dat zouden we standaard moeten doen. Nog beter is het om water mee te nemen in alle bouwplannen. Laat ons meepraten. We kunnen wateroverlast niet altijd voorkomen, dus moeten we meebewegen en anticiperen. Laat regenwater niet zomaar in het riool wegstromen, ook als de buien heftiger worden. Al maak je de buizen nog zo groot, soms komt er een bui die ze niet aankunnen. Dus is het beter een risicoafweging te maken: waar geef je water de ruimte en waar accepteer je dat water soms ruimte neemt?”

Zoet water

Natuur, landbouw, scheepvaart en de dijken hebben allemaal behoefte aan zoet water, legt Haan uit. “Daar moeten we dus zuinig mee omgaan, het vasthouden als in een spons. Voor sommige sectoren, zoals de glastuinbouw, kan dat betekenen de eigen broek ophouden door bassins aan te leggen.”

Beperkingen wil Haan niemand opleggen. Wel heldere keuzes: waar geef je landbouw de ruimte, waar wonen en waar kwetsbare natuur? “Zoek de beste plek en pas je aan. Lees het landschap, net als vroeger.”

Nieuw dorp, zes meter onder NAP

In de Zuidplaspolder, tussen Gouda, Rotterdam en Zoetermeer komt een nieuw dorp van achtduizend woningen. De gemeenteraad van Zuidplas (Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen-Moerkapelle) stemde vorige week in met de ontwikkeling van het Vijfde Dorp en twee bedrijventerreinen. De polder ligt zes meter onder NAP, hier staat het Monument laagste punt van Nederland. “Volgens de waterschappen is het niet verstandig hier te bouwen, toch gaat het gebeuren”, zegt woordvoerster Jane Alblas van de Unie van Waterschappen. Hoe het dorp eruit gaat zien moet nog nader worden uitgewerkt. De gemeente denkt dat de bouw in 2024 kan beginnen.

Lees ook:

We springen te nonchalant met ons water om: ‘Tijd voor een watertransitie’

Droogte of juist plensbuien en toenemende vervuiling laten zien dat het watersysteem zijn grenzen bereikt. Waterschappen en drinkwaterbedrijven roepen samen op tot een omslag in onze achteloze omgang met het water: het is tijd voor een watertransitie.

Vanwege de woningnood ziet Utrecht af van de bouw van drie windmolens in de polder

In de polders Rijnenburg en Reijerscop zou energie worden opgewekt voor bijna 100.000 Utrechters. Vorig voorjaar presenteerde de gemeente een concept dat ruim 200 hectare zonneweiden en elf windmolens besloeg. In het definitieve plan dat het Utrechtse college donderdag presenteerde, zijn drie van de windmolens geschrapt. Grondeigenaren en buurgemeenten zien liever woningbouw in de polders.

Wonen op het laagste punt van Nederland, maar onbevreesd voor het water

Voelen bewoners van het laagste punt van Nederland zich kwetsbaar door klimaatverandering? Niet per se. “En wat dan nog: als het hier over 300 jaar onder water loopt, dan is dat de natuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden