De tuin is al eeuwen een vrouwendomein

Boerenvrouw in moestuin met zonnebloemen en kool door Hein KeverBeeld RV

Vrouwen hebben eeuwenlang de inrichting van de tuin bepaald, maar hun naam is in officiële documenten niet terug te vinden. Kunsthistorica Anne Mieke Backer brengt ze tot leven. Haar boek is kandidaat voor de Ithaka-prijs.

Jonkvrouw Geertruyd van Lockhorst erfde in 1596 kasteel Oud-Teijlingen in Warmond. Maar op de tekening van landhuis en renaissancetuin is de naam van de kasteelvrouwe nergens te bekennen. Daarop staan alleen de naam van haar man en die van de tekenaar. Net zomin wordt Louise van Loon-Borski genoemd in de huidige beschrijving op Wikipedia van Hydepark in Doorn, het landgoed waar nu de Protestantse Kerk Nederland haar onderkomen heeft. Van Loons echtgenoot kwam er vrijwel nooit, hij woonde in een Amsterdams grachtenpand. Maar Hendrik van Loon tekende wel voor het eigendom van het later gesloopte uitbundige landhuis. Zijn onconventionele echtgenote was in feite de ‘bouwheer’ van huis en park.

Het was ook een vrouw, Margaretha Turnor, die op kasteel Amerongen de dagelijkse beslissingen nam over de inrichting van de tuin. Haar man zat in het leger en was vaak van huis, jarenlang zelfs. Maar ook haar invloed is moeilijk in officiële documenten terug te vinden.

Inrichting van groene omgeving 

Geertruyd van Lockhorst, Louise van Loon-Borski, Margaretha Turnor en al die andere vrouwen die zo bepalend waren voor de inrichting van hun groene omgeving, waar zijn zij gebleven? “Ze zijn verdwenen in een soort Bermudadriehoek. Ze komen niet voor als eigenaar, niet als ontwerper en niet als architect”, concludeert kunsthistorica en buitenruimtelijk ontwerpster Anne Mieke Backer.

In een geestige lezing bij het recente afscheid van de Groningse hoogleraar Yme Kuiper somde ze de verklaringen op. Vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam, officiële stukken mochten ze niet tekenen. Scholen waren verboden terrein, en mannelijke auteurs waren over het algemeen niet geïnteresseerd in het beschrijven van vrouwenlevens. En een opleiding waar vrouwen tuin- of landschapsarchitect konden worden, kwam er pas aan het begin van de vorige eeuw.

Bladerboek 

En toch heeft Backer een – zelfs lijvig – boek kunnen schrijven over de rol van vrouwen in het Nederlandse landschap. ‘Er stond een vrouw in de tuin’ kwam vorig jaar uit en is nu kandidaat voor de Ithaka-prijs, die 11 oktober wordt uitgereikt. Het boek van 640 pagina’s is een toegankelijk geschreven leesboek. Maar ondanks de brede dwarsverbanden die Backer legt tussen geschiedenis, kunst, religie, architectuur, landschap en persoonlijke geschiedenissen is het óók een bladerboek. En met zijn tientallen afbeeldingen van toepasselijke schilderijen, plattegronden, tekeningen is het net zo goed een kijkboek.

En het is dus géén tuinboek, zegt de schrijfster. “Het gaat over de vrouw, hoe zij zich heeft ontwikkeld, hoe zij tegenover de natuur staat en hoe er over haar werd gedacht. Het concept natuur heeft alles te maken met het geestelijk leven. Het begrip natuur evolueert voortdurend en dikwijls gaat dat verrassend gelijk op met de emancipatie van de vrouw.”

Dagboeken

Om de groene geschiedenis van vrouwen boven water te krijgen ging de kunsthistorica te rade bij niet-officiële, vaak persoonlijke bronnen, zoals dagboeken en brieven. Backer haalt haar kennis overal vandaan, ook uit onverwachte bronnen. Dat het ontwerpen en inrichten van de tuin aan het begin van de twintigste eeuw een vrouwenzaak was, leidt ze bijvoorbeeld af uit het blad Onze tuinen. De populaire architect Theodoor Dinn richtte zich in 1909 in zijn artikel over borders allereerst op vrouwen. De ingezonden brieven in dit tijdschrift werden ‘in toenemende mate’ ondertekend met mevrouw of mejuffrouw. Het blad had een tuinredactrice, Geertruida Carelsen. Zij stimuleerde zelftuinieren, speciaal voor de vrouw des huizes.

Veel kwam Backer te weten door schilderijen en tekeningen te bestuderen vanuit het perspectief van de vrouw. Ze leerde dat in de Renaissance de vrouw het in de tuinen voor het zeggen had, zij gaf de orders, bijvoorbeeld op het schilderij van Hans Bol, ‘Lente’, uit 1584. Ook de veel kleinere stadstuinen en de moestuinen achter de huizen waren het domein van de vrouw, zo laat een schilderij van Pieter de Hoogh zien.

Tuin der lusten

De schrijfster besteedt veel aandacht aan de hortus conclusus, de ommuurde tuin uit de Middeleeuwen. Die muren en vlechtschermen stonden er niet alleen om het groen te beschermen, schrijft de kunsthistorica. Ze moesten vrouwen ook afschermen van de buitenwereld met haar onzedelijkheden. Backer vergelijkt ze met gevangenismuren rond een luchtplaats, met een kuisheidsgordel.

Ze legt hier een verband met de bijbelse Eva en Maria. Eva had in het paradijs de natuurlijke lusten toegelaten, ze was gezwicht voor het kwaad. Backer: “De gesloten tuin weerspiegelt dus ook de beteugeling van de innerlijke natuur, in het bijzonder van de seksualiteit. Maar ze is daarnaast een toonbeeld van bloei en vruchtbaarheid, precies als Maria, die maagd én moeder was.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De 'gelukkige huisvrouw' met snoeischaar, uit: Eva. Het Rijk der Vrouw 1953. Beeld RV

‘Er stond een vrouw in de tuin’ gaat over dames uit gegoede kringen, maar het behandelt ook de rol van vrouwen die niet met een heer maar met een knecht waren getrouwd. Zij bezaten geen groene buitenkamer. De moestuin was haar terrein, samen met de opbrengst van een paar geiten en een koe voorzag de vrouw zo in een flink deel van het gezinsinkomen. Ook werkten vrouwen op de aardappelvelden; in Zeeland was in 1848 de helft van de landarbeiders vrouw. Jonge meisjes die een dienstje hadden bij een mevrouw, deden ’s zomers de tuin en de moestuin.

Ideaalbeeld 

Een afbeelding uit damesblad Eva van een zwierige vrouw met tuinschaar in de hand geeft het ideaalbeeld weer van na de Tweede Wereldoorlog. Iedereen wilde een tuin, en die werd het decor van de ‘gelukkige huisvrouw’. Het vaste plantenboek van de gerenommeerde tuinarchitecte Mien Ruys werd een grote hit. Zij vond mannen trouwens minder goede tuiniers dan vrouwen.

Maar de huisvrouw is buitenshuis gaan werken. En de stoeptegeltuin is nu populair, tweeverdieners besteden de tuin uit aan ‘een mannetje’ dat de boel routineus netjes komt maken, constateert tuinarchitect Els Proost in een interview met Backer Proost verbindt het een moeiteloos met het ander: “Al die plantenminnende meisjes zitten bijna overwerkt op het advocatenkantoor, terwijl thuis hun tuin om zeep wordt geholpen… Dat zijn momenten dat ik de emancipatie vervloek.”

Onverwoestbaar 

Tegelijkertijd constateert Backer dat de liefde voor tuinieren onverwoestbaar is. Ze haalt daarvoor de zestiende-eeuwse Marie de Brimeu aan, die zei: ‘Godzijdank lijkt de oorlog niet het plezier dat het tuinieren verschaft te kunnen verjagen.’ Backer vindt dat een inspirerende gedachte, die ze nu toepast op asielzoekerscentra. “Waarom wordt daar geen plaatsgemaakt om te tuinieren?” De groente kan gebruikt worden voor de maaltijd, redeneert Backer. “En met de bloemen kun je zelfs de ongezelligste kamers opfleuren.”

Dat is de strekking van Backers studie: de tuin is er voor voedsel, maar heeft ook een ‘emotionele, rituele en spirituele betekenis’ die in de loop van de geschiedenis steeds verandert.

Anne Mieke Backer is kunsthistorica, buitenruimtelijk ontwerpster, auteur en uitgeefster. Ze ontwierp terreinen voor scholen, gemeenten en voor de Rijksdienst IJsselmeerpolders. In 1980 begon zij samen met Arij de Boode in Rotterdam Uitgeverij De Hef, die publicaties initieert en uitgeeft op haar vakgebied. Ook ‘Er stond een vrouw in de tuin’ is door De Hef gepubliceerd. Backer organiseerde exposities voor onder andere Museum Boymans en de Kunsthal. Ze was betrokken bij publicaties over tuin- en landschapsarchitectuur, en ze deed de eindredactie van de biografie van Mien Ruys, geschreven door Leo den Dulk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden