De tijgermug komt voor in Nederland. Hoe bang moeten we daarvoor zijn?

De tijgermug, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Azië. Beeld Hollandse Hoogte / Gamma Presse Images

Sinds 2005 heeft Nederland te maken met de tijgermug. Omdat die infectieziekten kan overdragen, wordt hij bestreden. Maar deskundigen verschillen van mening over hoe dat moet gebeuren. Het leger inzetten? En hoe groot is het risico voor de volksgezondheid eigenlijk?

De vallen met lokstof zijn geplaatst. Een aantal kleinere in de nabije omgeving, één zogenoemde superval op het terrein van bandengroothandel Ruband. Met het begin van het muggenseizoen is het de vraag of op of rond het Weertse bedrijventerrein Leuken-Noord de van oorsprong Zuidoost-Aziatische tijgermug nog rondwaart. Het zou voor de negende keer in tien jaar zijn. Spannend? Het is maar wie je ernaar vraagt.

Eigenaren Jaap van Straten en Robin van Geldorp van Ruband zuchten eens. Ze zijn het afgelopen decennium tegen wil en dank muggenexpert geworden. Het was hun bedrijf waar in 2010 de eerste Weertse tijgermug vandaan kwam. Van Geldorp: “We kregen een telefoontje van de branchevereniging. Natuurlijk schrokken we toen. De mug was nieuw, we wisten niet wat hij kon veroorzaken. Maar in Zuid-Europa bleek hij toen al jarenlang voor te komen.”

In de vergaderkamer van Ruband hangt een kaart van Europa. In het rood staat het huidige leefgebied van de tijgermug. Inderdaad kleurt het zuiden behoorlijk rood, met Italië als uitschieter. Maar ook in Spanje en Frankrijk is de tijgermug een bekende. Naast de kaart hangt het preventieplan, met daarop de werkafspraken om de mug buiten te houden. “Voor het personeel. We nemen het elk jaar door.”

Infectieziekten

Nederland zal moeten wennen aan de tijgermug. Op termijn is hij – alleen al door klimatologische veranderingen – niet buiten te houden, stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Anders dan de naam doet vermoeden, gaat het om een klein muggetje, maar wel een vervelende. Niet alleen is hij overdag zeer actief, de tijgermug is ook een overdrager van tropische infectieziekten. Al zijn daar vooralsnog in Nederland geen voorbeelden van bekend. De vraag is: hoe gevaarlijk is deze mug? Daarover wordt verschillend gedacht.

Het Weertse Ruband trekt bij zijn voorzorgsmaatregelen samen op met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de instantie die met de bestrijding is belast, en die maakt zich niet al te veel zorgen. “De vraag is niet of de tijgermug in Nederland opduikt, maar hoe vaak”, zegt Arjan Stroo, entomoloog bij de NVWA. “Maar als we er elke keer vroeg bij zijn, houden we de risico’s voor de bevolking zeer klein.In Weert troffen we vorig jaar tien exemplaren aan, waarvan vijf larven. Dat is natuurlijk niet veel.”

Het zijn uitspraken waar Bart Knols, ook entomoloog en verbonden aan de Radboud Universiteit, van begint te steigeren. Volgens hem weten we gewoonweg te weinig van exotische muggen om enkel reactief te handelen. Hij wijst op voorbeelden uit de recente geschiedenis. “Er breken plotseling ziekten uit zonder dat iemand er notie van heeft. Neem zika, dat nu in 84 landen heerst. We wisten tot voor kort niet welke mug het kon overbrengen en dat één beet zo veel leed kan veroorzaken voor de rest van een leven. Als je niet weet wie je vijand is en wat hij kan verspreiden, moet je hem buiten houden. Rigoureus.”

Het probleem is: hoe doe je dat? Bekend is dat met de import van autobanden en lucky bamboo (een kamerplant afkomstig uit Afrika) soms muggen, eitjes of larven meekomen. Maar doordat de tijgermug op veel Europese vakantiebestemmingen voorkomt, gebeurt het ook dat mensen hem onbedoeld meevoeren in hun caravan. Dat gebeurde de afgelopen jaren bijvoorbeeld in Arnhem, Veenendaal en Aalten.

Daarom pleit Wilfred Reinhold van het platform Stop Invasieve Exoten voor een publiekscampagne. “Je kunt mensen hier best bewust van maken en zorgen dat ze alert worden.” Daarnaast zou bij een vondst het leger kunnen worden ingezet, vindt Reinhold. Dat zou binnen een straal van enkele honderden meters alle huizen moeten afgaan om de muggen te bestrijden. Vorig jaar stelde hij dat al voor bij de gemeente Weert.

“Het ministerie van defensie werkt daar graag aan mee. Het kan vanwege het verschil in capaciteit systematischer en intensiever te werk gaan dan de NVWA. Maar het gemeentebestuur vond de maatregel te zwaar.”

Verwaarloosbaar

Terecht, vindt Marieta Braks van het Centrum Infectiebestrijding, onderdeel van het RIVM. “Een kwestie van risicoafweging. Want het gevaar voor de mensen is echt verwaarloosbaar. Sterker nog, één of twee muggen zien wij niet eens als een gevaar. Om iemand ziek te laten worden, moet aan veel onwaarschijnlijke factoren tegelijk worden voldaan. Je hebt het dan over een kleine kans op een kleine kans op een kleine kans.”

Want om dengue (knokkelkoorts) of chikungunya over te dragen, moet een tijgermug eerst zelf iemand steken die het virus in zijn bloed heeft. Daarna duurt het nog een paar dagen voordat de mug zelf besmettelijk is. Braks: “In Nederland komen jaarlijks zo’n vijftig mensen met zo’n virus terug van vakantie. De kans dat zo iemand met een tijgermug in aanraking komt en gestoken wordt, is minimaal. Als de mug vervolgens iemand anders steekt, is de kans nog steeds klein dat die persoon er ziek van wordt. We willen geen permanente vestiging van de tijgermug, maar in de huidige situatie moeten we ons geen zorgen maken.”

Veel mensen doen dat dan ook niet. In Weert kwam onlangs slechts een handjevol inwoners af op een informatieavond. Onder hen Piet Ramaekers, die op enkele honderden meters van Leuken-Noord woont en met zijn vrouw daarom elke nacht onder een klamboe slaapt. “Omdat het wetenschappelijk inzicht nog onvolledig is, houden wij het risico zo klein mogelijk. Wij beschouwen elke mug als potentieel gevaarlijk, ook al probeert de overheid de gemoederen te sussen. Als een virus om zich heen slaat, gebeurt dat plotseling. Het is heel onvoorspelbaar.”

Ramaekers hecht meer waarde aan de woorden van entomoloog Knols. Die haalt enkele recente voorbeelden aan van tropische infectieziekten die door muggen werden overgedragen. “Met een soortgelijke inschatting als die de NVWA en het RIVM doen, is het toch een aantal keer flink misgegaan”, zegt de hoogleraar. “Bijvoorbeeld op Madeira, waar in 2012 een reiziger uit Venezuela met het knokkelkoortsvirus aankwam. De aanwezigheid van de gele koortsmug zorgde ervoor dat tweeduizend mensen geïnfecteerd raakten.”

Laagjes water

Bij Ruband nemen ze intussen maatregelen om de tijgermug buiten te houden. Sinds de mug in 1990 in Genua voet op Europese bodem zette, breidt hij zijn leefgebied flink uit. Hij legt zijn eitjes in stilstaande waterplasjes, zoals bloempotten, regentonnen, dakgoten en ook banden. In 2005 werd de eerste tijgermug in Nederland ontdekt, de jaren daarna bleken vooral bandenbedrijven de mug binnen te halen, doordat aan de binnenkant van de banden soms laagjes water blijven staan waar de eitjes worden gelegd.

Het betekent dat het bedrijf ingekochte banden uit risicogebieden nu droog moet importeren en opslaan en een nauwgezette administratie moet bijhouden. Het heeft ervoor gezorgd dat de afgelopen drie jaar geen tijgermuggen meer op het terrein van Ruband zijn gesignaleerd. Maar elders op het bedrijventerrein wel, waarbij in minstens één geval een handelaar in gebruikte vrachtwagens de haard bleek. Van Straten: “De muggen kunnen overal vandaan komen. We hebben hier ook veel logistieke bedrijven. De containers komen van overal op de wereld naar hier.”

De komende weken zal duidelijk worden of Weert ook in 2019 met de tijgermug te maken heeft. Omdat eitjes een winter kunnen overleven en alsnog uitkomen, is de NVWA bezig met nabehandelingen. Reinhold (van Stop Invasieve Exoten) blijft sceptisch. “Ik ben verontrust, doordat de tijgermug de laatste jaren op steeds meer plaatsen in Nederland wordt gezien. Dat kan door alertheid komen of doordat we hem vaker importeren.”

Dat de aantallen in het algemeen lager zijn dan enkele jaren terug, zou volgens hem kunnen. “Maar ook dat weten we niet zeker. Niet alle muggen vliegen in de vallen. Wat we vinden, is slechts het topje van de ijsberg, maar we weten niet hoe groot die is.”

In zijn kantoor slaakt bandenhandelaar Van Straten nog maar eens een zucht. “Volgende maand gaan we weer met honderdduizenden naar de landen toe waar de tijgermug gewoon rondvliegt. Niemand blijft daarvoor thuis. En hier doen we er panisch over.”

Tijgermug vorig jaar in zestien gemeenten

Dit jaar is de tijgermug tot op heden alleen in Amersfoort aangetroffen. De afgelopen tien jaar is de mug gemiddeld op zo’n tien plaatsen in Nederland waargenomen, vorig jaar gebeurde dit op zestien plekken.

In de meeste gevallen gaat het om enkele tot hooguit tientallen exemplaren. Naast de tijgermug kennen we in Nederland nog twee zogeheten invasieve exotische muggen: de Aziatische bosmug (in grote aantallen aanwezig in de omgeving van Lelystad) en de gele koortsmug.

Die laatste is dit jaar tot op heden in de gemeenten Haarlemmermeer en Lingewaard gezien. De exacte locaties van de vondsten maakt de NVWA nooit bekend, omdat dit als privacygevoelige informatie geldt.

Lees ook:

‘Ja, je hebt een uitstervingsgolf, maar ook een ontstaansgolf’

Ja, dieren en planten sterven rap uit. Maar volgens bioloog Chris Thomas is de natuur tegelijk bezig de wereld te veroveren - óók dankzij de mens.

De wasbeer is niet welkom in Limburg, dus wordt het dier afgeschoten, maar het kan ook anders

Wat doe je met exoten? Limburg wil wasberen afschieten. Maar meteen het geweer pakken is te makkelijk, zegt milieufilosoof Floris van den Berg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden