Een stier geeft sperma bij KI Samen.

Reportage Rundveefokkerij

De strijd om het stierensperma

Een stier geeft sperma bij KI Samen. Beeld Merlin Daleman

Nederland is groot in de verkoop van stierensperma. Maar er is ruzie in de fokkerij: de marktleider staat volgens kleinere concurrenten te veel inteelt toe. Vandaag komt de zaak voor de rechter.

De vader van Gerard Scheepens had er vroeger oog voor. Kwam hij iemand tegen in het dorp, dan wist hij feilloos: dat is er eentje van die en die stamt af van die. Hij zag het aan de oren, ogen of de kin. Scheepens heeft die gave geërfd. “Als ik naar mijn kinderen kijk, zie ik ook wat ze van mij hebben en wat van hun moeder.” Van zijn talent maakte Scheepens eerst zijn studie en later zijn werk. In Wageningen studeerde hij veefokkerij en in het Limburgse Grashoek is hij nu directeur coördinatie bij KI Samen, een bedrijf dat stieren fokt en stieren-sperma verkoopt – KI staat voor kunstmatige inseminatie.

Scheepens, een vijftiger met een wat slungelachtig postuur, zit aan de vergadertafel in zijn kantoortje. Verderop staat een bureau met telefoon en computer, bezaaid met paperassen. Hij laat koffie en vlaai serveren. “Ik ben een liefhebber”, zegt Scheepens. “Het mooie aan fokkerij is: door goed te kijken, zie je meer. Vergelijk het met kunst. Als jij en ik naar een schilderij van Rembrandt kijken, zien we niet wat een kunstkenner ziet.”

Nederland is een belangrijke speler op de wereldmarkt voor fokvee en rundersperma. De handel in fokdieren levert jaarlijks meer dan 100 miljoen euro op. De verkoop van rietjes met het zaad van Nederlandse stieren was vorig jaar goed voor circa 25 miljoen euro. Boeren over de hele wereld bestellen bij bedrijven zoals KI Samen een dosis sperma om hun melkkoeien mee te insemineren. Scheepens levert aan landen als Japan en de Verenigde Staten. Ook Oost-Europa is een grote afzetmarkt.

Daarbij is het ene zaad het andere niet. Elke stier geeft als vader specifieke kenmerken door aan zijn nakomelingen. Zoals vader Scheepens opmerkte hoe mensen van elkaar verschillen in de vorm van hun kin of hun oren, zo verschillen melkkoeien ook van elkaar. De afstammelingen van de ene stier vallen op door hun mooie uiterlijk, een andere stier produceert dochters die veel melk geven of lang en gezond leven. Bij spermahandel kiest een melkveehouder voor stierenzaad dat zorgt voor de eigenschappen die hij graag in zijn koeien ziet. “Geen boer wil hetzelfde”, zegt Scheepens. “De een vindt een mooi exterieur belangrijk. Een ander wil koeien met een hoge melkproductie. Een derde wil koeien die melk produceren met een hoog vet- of eiwitgehalte. Vergelijk het met auto’s: er zijn mensen die kiezen voor een Ferrari, maar niet iedereen, want als je alleen maar op landweggetjes rijdt, heb je er weinig aan.”

Belangenverstrengeling

Het identificeren en selecteren van topstieren – die zorgen voor veelgevraagde eigenschappen – zorgt voor tweespalt in de Nederlandse rundveefokkerij. Er worden al jarenlang juridische procedures over gevoerd en een nieuwe rechtszaak dient vandaag bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De zaak is aangespannen door Scheepens tegen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Die zou in actie moeten komen tegen zijn grote concurrent CRV, de marktleider in stieren-sperma. De aanklacht luidt dat de Coöperatie Rundvee Verbetering, die bestaat sinds 1874 en in zijn eentje 60 procent van al het stierensperma verkoopt, zijn marktpositie misbruikt. 

Het bezwaar, zegt Scheepens, is dat CRV niet alleen handelt in sperma, maar óók de instantie is die ‘fokwaardes’ toekent aan Nederlandse stieren. Die score drukt uit welke stier de beste nakomelingen krijgt en wiens zaad dus het meest waard is. Nu deze beoordeling wordt uitgevoerd door een bedrijf dat zelf ook stieren fokt en zaad verkoopt, ligt belangenverstrengeling op de loer. In het buitenland worden fokwaardes om die reden toegekend door instanties die onafhankelijk zijn.

Scheepens weet zich in zijn mening gesteund door een rapport van Wageningen Livestock Research, dat in 2016 de Nederlandse rundveefokkerij in kaart bracht. “CRV heeft hier de schijn tegen”, stelden de onderzoekers. Zij vonden bovendien dat de manier waarop die belangrijke fokwaardes precies worden berekend “niet transparant” is. Ook de RVO lijkt dat te vinden. In interne mails, die KI Samen opvroeg met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur, wordt over CRV gezegd: ‘Zij hebben een vrij ingewikkelde of ingenieuze, net hoe je het wilt noemen, structuur’.

Het stamboek

Het klopt inderdaad dat CRV zowel fokwaardes vaststelt als sperma verkoopt, reageert woordvoerder Patrick Friesen. Gestoken in poloshirt zit hij in de ‘Braziliëzaal’ van het CRV-kantoor in Arnhem. Aan de wand hangt een meer dan levensgroot schilderij van een rund. Maar het is niet zo, zegt Friesen, dat CRV de fokwaardes bepaalt van ál het Nederlandse rundvee. Het gaat alleen om de dieren die door hun eigenaar zijn aangemeld in de CRV-database, het ‘stamboek’. Een boer kan zijn vee ook elders registreren, maar in de praktijk blijkt 98 procent van het rundvee in dit stamboek te staan. In 2018 werden meer dan een miljoen nieuwgeboren kalveren bij CRV ingeschreven. Maar, zegt Friesen met klem: de afdeling die verantwoordelijk is voor de fokwaardes, houdt zich níét ook bezig met het verhandelen van zaad.

Krijgen de spermahandelaren van CRV dan wellicht een seintje van hun collega’s als die een dier een hoge fokwaarde hebben toegekend? Dat er een topper ter wereld is gekomen en dat CRV die aan zijn collectie moet proberen toe te voegen? Nee, verzekert Friesen, van zulke belangenverstrengeling is geen sprake. “Het zijn twee activiteiten van dezelfde holding. We zitten in twee gebouwen, er zitten letterlijk en figuurlijk muren tussen.” Drie keer per jaar worden de fokwaardes bekendgemaakt van de dieren in het stamboek van CRV. Pas op dat moment, zegt Friesen, is die informatie beschikbaar voor het handelsbedrijf van CRV. En voor ieder ander.

Scheepens en KI Samen proberen al jaren de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zover te krijgen dat die nagaat of CRV geen belangen met elkaar verstrengelt. Liever nog zou hij zien dat de Europese erkenning van het bedrijf wordt ingetrokken. Friesen wil niet inhoudelijk op de rechtszaken ingaan. “Maar tot nu toe zijn we steeds in het gelijk gesteld. Wij voldoen aan alle regels.”

Carrière als topvader

Onder fokkers leeft nog een bezwaar: inteelt onder het Nederlandse rundvee, als gevolg van de werkwijze van CRV. “Fokkerij is bouwen”, zegt Scheepens. “Iets beter maken, vooruitgang boeken door de juiste selectie.” 

Bij KI Samen gaat die selectie op traditionele wijze: een veelbelovende stier mag als hij circa 1,5 jaar oud is voor de eerste keer ‘springen’. Dat wil zeggen: in een apparaat, waarvan hij denkt dat het een tochtige koe is, ejaculeert hij, waarna zijn opgevangen zaad bij een aantal melkkoeien wordt ingebracht. Na negen maanden worden hun kalveren geboren, met erfelijke eigenschappen van hun vader uiteraard, maar welke precies? Dat, zegt Scheepens, is pas duidelijk als er voldoende dochters zijn opgegroeid en beoordeeld. In de tussentijd staat de stier in de wacht. Die wachttijd kan op twee manieren eindigen: de stier krijgt een carrière als topvader of hij gaat naar de slager.

Beeld Merlin Daleman

Dit trage proces van ‘proefstier-wachtstier-fokstier’ heet bij KI Samen “onze praktische boerenmanier van fokkerijbedrijven”. Concurrent CRV heeft echter iets bedacht om de fokkerij aanzienlijk te versnellen. Door bij jonge stiertjes een DNA-monster te nemen, bijvoorbeeld uit een haar, kan van het dier een genetisch profiel worden opgesteld. Daaruit blijkt al meteen of de stier beschikt over eigenschappen die wenselijk zijn voor zijn toekomstige dochters. Dat scheelt veel kostbare wachttijd. De kansrijke stieren kunnen meteen aan de slag, hun kansloze broertjes worden geruimd. Deze ‘genomic selection’ draagt volgens CRV bij aan een duurzamere veehouderij, omdat er bijvoorbeeld gericht geselecteerd kan worden op stieren die dochters verwekken, die lang blijven leven in goede gezondheid.

In Grashoek schudt Scheepens zijn hoofd en zegt resoluut: “Bullshit. Doordat je zo nauwkeurig selecteert, houd je stieren over met dezelfde genetische samenstelling. En als je die inzet in de fokkerij, krijg je inteelt. Dat is wat er nu gebeurt.”

Inteelt

Ook hier lijkt Scheepens een onderzoek uit Wageningen aan zijn zijde te hebben. Op het World Congress on Genetics Applied to Livestock Production dat vorig jaar in het Nieuw-Zeelandse Auckland werd gehouden, presenteerde promovendus Harmen Doekes de resultaten van onderzoek naar de mate van inteelt bij Holstein Friesian-stieren, bij verschillende fokmethoden. Conclusie: sinds de genomic selection van CRV vanaf 2009 steeds meer werd toegepast, steeg ook de mate van inteelt sterk. Die ligt nu rond de 3 procent. Dat is driemaal hoger dan de vuistregel van de FAO, de landbouworganisatie van de VN, die stelt dat in een gezonde populatie dieren de mate van inteelt niet boven 1 procent uitkomt.

In de VS is de situatie nog zorgwekkender, vertelde onderzoeker Les Hansen van de Universiteit van Minnesota vorige week op een conferentie in Gilze-Rijen. De genetische variatie binnen het Holstein-ras neemt daar snel af, waarschuwde hij. De oorzaak: genomic selection. 

Maar niet alleen door genomic selection zou CRV inteelt bevorderen in de gehele Nederlandse rundveestapel. Scheepens: “Boeren kunnen gebruikmaken van een computerprogramma van CRV. Daarin vullen ze kenmerken van een koe in en wensen voor haar kalf, en dan adviseert het programma welke stier de beste vader zou zijn. Stieren die naaste familie van de koe zijn, vallen af. Maar het programma staat wel toe dat een neef met zijn nicht paart. Bij mensen vinden we dat onwenselijk. Moet je dat bij koeien wel willen?”

Net als bij mensen zorgt inteelt bij rundvee voor genetisch zwakke nakomelingen. Een ingeteelde koe geeft minder melk, heeft een langere dracht en leeft korter. Ethische vragen zijn er dus genoeg te stellen bij de hoge inteelt.

Maar doet CRV met haar fokadvies iets wat niet mag? “Dat weet ik niet”, bekent Scheepens. Ook zijn advocaat moet het antwoord schuldig blijven. Een woordvoerder van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit zegt dat er niet zoiets bestaat als een wettelijke inteeltlimiet, met het oog op dierenwelzijn. Wel is er de Europese Fokkerijverordening, waar elke fokker met een EU-erkenning (die nodig is om internationaal zaken te doen) zich aan moet houden. De verordening stelt eisen aan de bedrijfsvoering, maar níét aan de inhoud van het fokprogramma.

Toch ligt de zaak in het geval van CRV niet zo zwart-wit. Dat blijkt uit een van de honderden documenten die openbaar zijn gemaakt na een WOB-verzoek van Scheepens. Nog vorig jaar waarschuwde de RVO dat CRV van sommige runderrassen waarmee ze fokt zó weinig mannelijke dieren inzet (minder dan vijftien verschillende stieren) dat dit voor problemen met inteelt kan zorgen. En al in 2011, zo blijkt uit openbaar gemaakte mails, liet het toenmalige productschap Vee en Vlees aan CRV weten: ‘Verder hebben wij besloten dat fokkerijorganisaties moeten streven naar een zo laag mogelijk inteeltpercentage: liefst minder dan 1 procent’.

Als het productschap zoiets zegt, wat heeft dat dan te betekenen? Het betekent precies wat er staat, zegt CRV-woordvoerder Friesen. “Er staat ‘streven naar’. Dat doen wij. Wij streven naar een zo laag mogelijke inteelt.”

Hóé CRV dat doet, valt te lezen in jaarverslagen van de coöperatie. Veehouders moeten bij de geboorte van een kalf zelf in de gaten houden of het dier afwijkingen heeft en of die wellicht erfelijk bepaald zijn. Dat is nog niet eenvoudig. Want juist de meest zichtbare afwijkingen aan een kalf, zoals ter wereld komen met twee koppen of meer dan vier poten, zijn níet erfelijk. “Ons doel is het voortdurend verbeteren van de prestaties van Nederlandse runderen, door middel van fokkerij”, zegt Friesen.

Dan is de vraag wat de definitie van ‘verbeteren’ is, en welke inteeltlimiet daarbij hoort. Friesen bestrijdt dat het stieradviesprogramma van CRV een paring tussen neef en nicht toestaat. “Je spreekt van neef-nichtparing als de verwantschap tussen stier en vaars 6,25 procent is. Ons programma adviseert nooit stieren die méér dan 6,2 procent verwant zijn. Maar het blijft natuurlijk aan de boer om te beslissen welk zaad hij koopt.”

Ideale wereld

Toch ligt die 6,2 procent getolereerde inteelt nog altijd ruim boven de 1 procent die de FAO wenselijk acht en het productschap adviseerde. Waarom zet CRV in haar stieradviesprogramma de limiet niet op 1 procent? “Dat kan ik niet beantwoorden”, zegt Friesen. “Dat is een beleidskeuze van voor mijn tijd. Maar met zo’n lage toegestane inteelt zou het aanbod van beschikbare stieren veel kleiner worden.”

Over de vuistregel van de FAO zegt Friesen: “Het doet mij denken aan organisaties zoals Wakker Dier. Zulke partijen willen ons scherp houden. In een ideale wereld heb je 0 procent inteelt. Maar dat red je bij mensen ook niet.

Na het ‘springen’ wordt het geloosde sperma van de stier veiliggesteld. Beeld Merlin Daleman

1 procent neigt wel heel erg naar een idealistisch beeld. Idealisten moeten er zijn, maar ook niet iedereen doet wat de paus zegt. En de kans op mislukking is bij een kruising van een achterneef en achternicht minimaal. Dat is door de eeuwen heen gebleken.”

Advocaat Tobias Polak, die Scheepens en KI Samen bijstaat in hun zaak van vandaag, vindt het vreemd, zegt hij, dat CRV niet wetenschappelijk kan onderbouwen waarom een inteeltpercentage dat boven het advies van de FAO en het productschap ligt aanvaardbaar zou zijn. Wat hem betreft zou het een reden kunnen zijn om de Europese erkenning van CRV in te trekken. Dat de Nederlandse overheid dat niet doet, vindt Polak al even “vreemd”.

Rietje à 26 euro

In Grashoek roept Scheepens een collega die de stal met fokstieren laat zien. Er staan imposante beesten met namen als Donovan, Duncan,Precious, en Ice Age met zijn witte vacht. 

Tussen alle juridische perikelen door gaat de handel gewoon voort. Het meest gewilde sperma van KI Samen is dat van Big Malki, een zwartbonte Holstein-Friesian stier van zeven jaar oud. Rietjes kosten 26 euro per stuk en worden verkocht met de belofte van mooie, sterke dochters met ‘vast aangehechte uiers’ en een ‘glashard beenwerk’.

Bij concurrent CRV luistert de stier met de hoogste fokwaarde naar de naam Delta Bonjour. Zijn kwaliteiten zijn aan het licht gekomen na genomic selection. De stier zorgt volgens de aanprijzing voor dochters met ‘een prima uiergezondheid en klauwgezondheid’. Een dosis sperma van Delta Bonjour kost 26 euro. Een gesekste dosis, die gegarandeerd tot een dochter leidt, kost 55 euro. “Zijn dochters zullen gemakkelijk afkalven en zeer vruchtbaar zijn.” Toch is Bonjour, ondanks zijn hoge score, niet de stier met het meest gewilde zaad. Die eer gaat naar Stellando. In één fokseizoen, tussen 1 september 2017 en 31 augustus 2018, werd hij vader van 12.232 dochters en 10.503 zonen.

Lees ook:

Frida 209 en Sandra 31 stierven door de melkrobot

Efficiënt, duurzaam en diervriendelijk: de melkrobot belooft alles te zijn wat een boer maar wensen kan. Maar als de machine niet werkt, geeft de fabrikant niet thuis én staat het leven van de koe op het spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden