De sint-jakobsrups geniet naar hartenlust van het giftige jakobskruiskruid. Beeld buitenbeeld
De sint-jakobsrups geniet naar hartenlust van het giftige jakobskruiskruid.Beeld buitenbeeld

Jelles WeekdierSint-jakobrups

De sint-jakobsrups is een gevaargele gifeter die smult van stinkkruid

Geel is de kleur van gevaar. We kennen dat van de gele tijdelijke bewegwijzering en markeringsstrepen bij wegwerkzaamheden, en van de snelle gele sportauto’s waarmee roekeloze typen hun machismo etaleren. Ook onze treinen zijn geel – je ziet ze al van verre goed aankomen.

In het dierenrijk is geel soms ook de kleur waarmee gevaar wordt aangeduid. Weliswaar lijken mij de geelgors en de wielewaal uitzonderingen op die regel, maar de gele strepen van diverse soorten wespen geven aan dat je die dieren beter met rust kunt laten. En dan is er die rups van de sint-jakobsvlinder, Tyria jacobaeae. Deze mooie vlinder is een dagactieve nachtvlinder; die term lijkt een oxymoron, want het woord nachtvlinder impliceert dat de dieren ’s nachts actief zijn. De meeste zijn dat ook. Maar sommige vliegen juist overdag, zoals de sint-jakobsvlinder.

Er bestaan trouwens ook nachtactieve dagvlinders; in het Engels heeft men die verwarring voorkomen doordat een nachtvlinder daar moth heet en een dagvlinder een butterfly is. Ik wil graag pleiten voor de mooie Nederlandse woorden motten en kapellen, en de sint-jakobsvlinder die overdag vliegt is geen kapel maar een mot. Het is een zwarte ­vlinder met rode achtervleugels, de zwarte voorvleugels hebben een rode rand en een paar ronde rode vlekjes – in het Frans wordt hij daarom wel toepasselijk goutte de sang genoemd, bloeddruppel.

Geel en zwart gestreepte zebra's

Maar de rups, de sint-jakobsrups, is qua kleur een heel ander verhaal. Die vertoont het geel van gevaar. Weinig rupsen zijn zo opvallend en ook zo mooi van tekening als de sint-jakobsrups. Het zijn geel en zwart gestreepte zebra’s die vaak in flinke aantallen kunnen voorkomen op een algemeen in ons land voorkomende plant, het jakobskruiskruid, Jacobaea vulgaris, een lid van de composietenfamilie en een zeer gewilde soort voor nectar- en stuifmeelzoekende insecten. Het is een van de vele kruiskruiden die in ons land voorkomen, zoals ook het langs spoorbanen woekerende bezemkruiskruid, moerasandijvie en het zeer algemene ‘tuinonkruidje’ klein kruiskruid.

Maar let op: jakobskruiskruid is giftig. De plant bevat een alkaloïd als natuurlijke afweer tegen herbivorenvraat. De planten ­stinken bovendien (in het Engels hebben ze wel de bijnaam mare’s fart – paardenscheet) en worden door het vee gemeden, maar gedroogd jakobskruiskruid in hooi kan problemen veroorzaken. Vooral paarden kunnen bij excessieve consumptie van de planten flink ziek worden. De rupsen hebben er echter totaal geen last van, die eten naar hartenlust van het giftige gewas, en worden er vervolgens zelf ook giftig van. Het is hun natuurlijke ­bescherming tegen predatie door vogels. De gevaargele kleur van de rupsen waarschuwt vogels dat ze zich er beter niet aan kunnen wagen.

Het is nu het seizoen om het mooi boterbloemengeel bloeiende jakobskruiskruid te zien en er de sint-jakobs­rupsen op te vinden. Wat de heilige Jacobus, naar wie ook de bij Santiagopelgrims bekende coquille Saint-Jacques (Pecten jacobaea) is ­genoemd, met de giftige plant en daardoor ook met de rups en de vlinder van doen heeft, is me vooralsnog niet duidelijk geworden. Wellicht weet mijn katholieke penbroeder Stijn Fens er iets over te achterhalen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden