De scholekster zoekt heil in de stad en vlucht het dak op

Scholekster met kuikens op een dak in Emmen. Beeld Geert de Vries

Een opmerkelijke trend: scholeksters zoeken hun heil in de stad. Ze kiezen niet voor de kust of het weiland als broedplaats, maar voor het platte dak. 

Vol spanning wachtte vrijwillig vogel-onderzoeker Bert Dijkstra dit jaar op de melding van het eerste schol­eksterei in zijn woonplaats Assen. Dat werd niet gevonden in het weiland of op de akker, maar op de kantine van voetbalclub de Asser Boys. “In het buitengebied vinden we nauwelijks meer nesten”, vertelt Dijkstra, “maar in de stad doen ze het hartstikke goed. Het eerste ei van Drenthe werd dit jaar gevonden op een dak in Emmen.”

Ruim tien jaar geleden was het hem al opgevallen dat hij tijdens zijn vogeltellingen op het platteland nooit een scholeksterkuiken tegenkwam, maar wel bij een bezoek aan de plaatselijke bouwmarkt. In 2008, het jaar dat Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek uitriepen tot Jaar van de Scholekster, besloot hij met collega-vogelteller Rinus Dillerop de vogels nader te bestuderen. Er bleken alleen al in enkele steekproefgebieden in Assen 32 paar op daken in de stad te broeden. Vorig jaar waren dat er bijna zeventig, terwijl de aantallen in het buitengebied in diezelfde tijd meer dan gehalveerd zijn. “De overleving op het dak ligt op, of zelfs ver boven de 0,38 jong per paar die nodig is om een populatie in stand te houden. Dat wordt nergens in het landelijk gebied gehaald.”

Hoe het kan dat de vogel het in de stad beter doet dan daarbuiten, is nog grotendeels gissen. “Dat kan met lagere predatiekansen te maken hebben”, denkt Dijkstra. “Op de daken hebben ze geen last van vossen, maar er zijn tegelijkertijd wel steenmarters, meeuwen, kraaien, eksters, noem maar op. Een theorie is dat er voor deze predatoren in de stad veel meer voedsel is, waardoor ze niet per se op de kuikens van de scholekster uit zijn.

“We hebben ook zenderonderzoek gedaan en de bodemfauna onderzocht. En daaruit blijkt dat de scholeksters vooral foerageren in bermen en op gazons die ook veel meer voedsel blijken te bieden dan de weilanden in het buitengebied. Dus het kan ook voedselschaarste zijn waarom de scholekster naar de stad vlucht.”

Koffiefabriek

Zo’n 160 kilometer zuidelijker, op het kantoor van Douwe Egberts in Utrecht, kijkt ook John Brands deze weken met spanning naar het platte dak. De general manager van de koffiebrander verwonderde zich afgelopen zomer over broedende scholeksters op het dak van de fabriek.

Eieren van een scholekster op een dak. Beeld Rinus Dillerop

“We wisten niet goed wat we ermee moesten”, zegt Brands. “Het was hartstikke heet en kurkdroog, en het dak waar ze zaten is een meter of 20 hoog. Moesten we de kuikens water geven? Moesten we ze van het dak halen? Nergens kon ik er iets over vinden.”

Op vakantie op Ameland kwam Brands in contact met onderzoeker Rafael Martig van het Nederlands Instituut voor Ecologisch Onderzoek, die de populatie scholeksters op de kwelders onderzocht. Die legde hem uit hoe slecht het gaat met de scholekster langs de kust en in het agrarisch gebied. Dat bracht Brands ertoe om zich aan te sluiten bij de groep vrijwilligers die scholeksters telt en ringt – ook de mannen in Assen zijn daarbij aangesloten – en op zijn manier bij te dragen. “Via web­sites en social media kun je dingen anders onderzoeken dan voorheen, we kunnen het grote publiek gewoon vragen om mee te kijken”, aldus Brands.

De samenwerking van Brands en Martig leidde tot de website scholeksterophetdak.nl. Daar kunnen burgers die scholeksters op een dak zien broeden zich melden. Ze krijgen dan vragen over de precieze locatie, het type dak en de omgeving.

Toevluchtsoord

“Alle grote steden, alle industrie­gebieden en bedrijventerreinen met veel platte daken hebben wel ergens een scholekster broeden. Ook de Amsterdamse Zuidas heeft een paartje scholeksters”, zegt Martig. “Mensen weten vaak al waar ze zitten. Ik krijg de laatste week steeds weer reacties als ‘oh, bij ons op het werk zitten die ­volgens mij ook’ of ‘vrienden van mij hebben ze op hun dak’. Als deze mensen die bevindingen doorgeven, krijgen we een veel beter beeld van het aantal broedparen en ook hoe succesvol ze zijn.”

Toch vraagt Martig zich af of het dak écht zo’n goede plek is voor scholeksters. “Het is toch meer een toevluchtsoord voor die beesten, waar ze eigenlijk niet goed uit de voeten kunnen. De eerste weken worden de jongen door de ouders gevoerd. Als ze uit het ei komen gaan ze meteen aan de wandel, de ouders achterna. Op het dak kan dat niet, dus moet de oudervogel steeds heen en weer vliegen met voedsel. En het risico bestaat dat ze toch achter moeder aangaan en van het dak springen.”

In de zomer ligt, door gebrek aan schaduw, uitdroging op de loer. Ook is een plat dak met kuikentjes voor meeuwen en kraaien een dienblad vol voedsel. “Het gebeurt dan ook wel dat kuikens de regenpijp in vluchten en direct het riool in gaan”, schetst Martig de gevaren van de stadse broedplaats. Op de website geven de vogelaars dan ook tips om de situatie voor de schol­eksters te verbeteren, zoals een verzwaarde pvc-buis op het dak om in weg te kruipen en kippengaas over de regenpijp. “We vragen de melders ook wat ze doen om de dieren te beschermen. Zo kunnen we naderhand kijken welke maatregelen positief effect hebben op het broedsucces en de overleving van de kuikens, om daar later misschien zelf ­experimenten mee te doen.”

Vijf procent

Bruno Ens, scholekster-expert van Sovon Vogelonderzoek en betrokken bij onderzoeksproject Chirp naar de bedreigingen voor de scholekster, denkt niet dat de kust- en weidevogel een echte stadsvogel zal worden.

Ens: “In het Jaar van de Scholekster schatten we dat vijf procent van de populatie op daken broedt. Misschien kan dat verdubbelen, maar veel meer ruimte is er niet, denk ik. Mocht het echt een belangrijk deel van de populatie worden, dan zegt dat vooral iets over hoe slecht het met de rest in het buitengebied is gesteld. Dus ik hoop dat dat nooit gebeurt.”

Lees ook: 

De scholekster is in rap tempo aan het verdwijnen

Nog even en het zwart-witte dier met zijn rode ogen en snavel is op een aantal plaatsen in Nederland verdwenen, waaronder een deel van het landelijk gebied in Drenthe. Een groot onderzoek naar perikelen en problemen moet de teloorgang helpen stoppen.

Succesvolle vos stelt natuurbeheerders voor dilemma

De vos heeft net iets te veel succes om het leuk te houden voor weidevogels. De nesten van grutto’s, tureluurs, kieviten en scholeksters zijn een gemakkelijke prooi voor de slimme rover. 

Een bedrijfsdak broedt beter

Steeds meer vogels ontdekken dat broeden op het platte dak van een bedrijf, kantoor of flat zo zijn voordelen heeft . Niet iedereen is daar blij mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden