Vogelstand

De Sahel was ooit een veilige haven voor trekvogels, nu dreigt er een ecologisch drama

Toearegs op weg naar Iferouane in Niger.Beeld AFP

Veel vogels overwinteren in de Sahel, wat ooit een veilige haven was. De cijfers laten een andere werkelijkheid zien.

Fitissen, grasmussen, bergfluiters en gekraagde roodstaarten kwetteren vanuit de bomen. De lucht is kleurrijk met helderblauwe scharrelaars, bijeneters en boerenzwaluwen.

Ook op de vloedvlakten is het Grote Vogelfestijn gaande. Onvoorstelbare aantallen grutto’s, kemphanen, purperreigers stappen rond, pijlstaarten en zomertalingen duiken op zoek naar waterbeestjes. Een grauwe kiekendief jaagt op sprinkhanen. De Sahel in de winter: een eldorado voor vogels.

Nee dus, corrigeert Bernd de Bruijn van Vogelbescherming Nederland: “De afgelopen jaren zijn miljoenen vogels verdwenen. Van alle vogelsoorten die er overwinteren, gaat 57 procent achteruit. Het verblijf in de Sahel is voor een flink aantal de bottleneck in hun bestaan. Ook voor onze vogels. Watervogels als de purperreiger en rietzanger mogen dan weer in aantal toenemen, maar in het algemeen doen onze langeafstandstrekkers het beduidend minder goed dan de vogels die dichter bij huis overwinteren.”

Beeld Thijs van Dalen

De vogelkenner is niet optimistisch. “Net als bij ons al is gebeurd, dreigt zich in de Sahel een ecologisch drama te voltrekken. Door de almaar grootschaligere landbouw en de aanleg van stuwdammen verarmt het landschap. Ook China en Europa spelen hierbij een negatieve rol.”

Jaarlijks overwinteren naar schatting 4 miljard vogels in de Sahel, de 3 miljoen vierkante kilometer grote zone ten zuiden van de Sahara. Van de overwinteraars broedt een belangrijk deel van de purperreigers, grutto’s en zangvogels in ons land. De vogels zitten in de knel: de bevolkingsgroei en uitputting van land, water en bomen zorgen voor een rappe, schrikbarende vermindering van de biodiversiteit.

Handelsmissies

De hebzucht van, zoals dat heet, de ‘ontwikkelde’ landen verergert de situatie nog verder. De Chinezen leggen op grote schaal infrastructuur aan. Niet uit goedertierenheid, maar om uiteindelijk makkelijker grondstoffen te kunnen winnen. “En ook ons land heeft boter op het hoofd. Met handelsmissies proberen overheid en bedrijfsleven landbouwmechanisatie te exporteren, onder het mom van voedselzekerheid. Voedselzekerheid is belangrijk, maar de manier waarop is bepaald niet altijd in het belang van de bevolking. Ook de export ten behoeve van onze ‘behoeften’ – cashewnoten, katoen, bloemen, fruit en groenten, tot aan aardbeien met Kerstmis toe – brengen steeds meer schade toe”, merkt De Bruijn op. Dergelijke teelt kost heel veel water en brengt bovendien pesticiden in het systeem.

Zelfs in de natuurlijkere gebieden zijn de problemen groot, vertelt Michiel van den Bergh, zoetwater- en bosadviseur van het WWF. De gevolgen van de grote droogte in de zeventiger en tachtiger jaren zijn nog steeds voelbaar. De enorme teloorgang van de vogels toen is zelfs nog niet gecompenseerd voor het handjevol vogels dat nu een stijgende lijn vertoont waaronder purperreiger, rietzanger.

De problemen zijn groot, divers en complex, zo blijkt uit een gesprek met De Bruijn, Van den Bergh en Leo Zwarts, onderzoeker en schrijver van het enkele jaren geleden verschenen boek ‘Living on the edge’ .

Groeiende welvaart

De bevolkingsgroei van jaarlijks 3 tot 4 procent heeft grote effecten. Meer mensen betekent ook meer koeien en geiten, legt Zwarts uit. Inmiddels lopen er in de Sahel zo’n 600 miljoen stuks vee. Al die dieren houden herstel van de vegetatie tegen door overbegrazing. De hogere begrazingsdruk leidt ook tot een verminderde graszaadproductie en daarmee voor minder voedsel voor zaadeters. Het merendeel van onze vogels eet geen zaden – alleen de kwartel en zomertortel – maar er zijn meer vogels dan alleen de ‘onze’.

Er komen meer mensen die het bovendien langzamerhand net iets beter hebben. De groeiende welvaart is fantastisch, haast De Bruijn te zeggen, maar leidt wel tot extra problemen, uiteindelijk ook voor de mensen zelf. De vraag naar brandhout groeit. De Bruijn: “De stedelingen – een toenemend aantal – willen in verband met het gemak en de vervuiling binnenshuis, niet langer op brandhout koken maar op houtskool. De productie van houts-kool vraagt extra veel bomen.”

Witte acacia’s

Het gevolg is dat er nóg meer bomen worden gekapt. Onder meer witte acacia’s, bomen die van groot belang zijn voor vogels. Juist in deze tijd, wat de droge tijd is. Vrijwel alle bomen hebben hun blad laten vallen. De witte acacia heeft een omgekeerde cyclus en draagt nu blad. De plant trekt heel veel insecten; voedsel voor zangvogels waaronder gekraagde roodstaart en grasmus. Zorgelijk merkt Zwarts op: “Meer welvaart betekent ook een grotere vraag naar elektriciteit oftewel de aanleg van meer en grotere stuwdammen. Stuwdammen die een groot effect hebben op de vloedvlakten, onder meer die in de Binnendelta van de Niger. Het ging daar net weer wat beter na decennia van grote droogte. De stuwdammen blokkeren nu wel de natuurlijke overstromingscyclus en komt er minder water. Lokale boeren zijn daar niet blij mee.” Dat komt extra hard aan omdat door de droogte de diepe ondergrond nog steeds water opzuigt.

Optimisme

De Bruijn: “Eerlijk gezegd bekruipt me, als ik door het land rijd, wel eens het gevoel; ‘komt het ooit nog goed?’ De veerkracht om om te gaan met het toch al moeilijke klimaat is verdwenen. Het land raakt uitgeput.”

Toch is de Vogelbeschermingsman optimistischer over natuurherstel en versterking van de biodiversiteit in Afrika dan over herstel in ons land. “Mensen in ons land zien het niet eens dat we langzamerhand in een ecologische woestijn leven. Ons boerenland oogt groen, maar je ziet geen bloemen of vlinder meer. Veel Afrikanen op het platteland begrijpen veel beter dat natuurbescherming van levensbelang is. Ze ervaren de afhankelijkheid van hun natuurlijke omgeving elke dag.”

De aanpak van Birdlife International, een internationale alliantie van vogelbeschermingsorganisaties over de hele wereld waartoe ook Vogelbescherming Nederland behoort, om samen met mensen een groene leefomgeving te herstellen, valt in goede aarde. Dat doen ze door de aanplant van dorpsbossen bijvoorbeeld: door houtkap moeten de dorpsbewoners steeds verder lopen voor hun brandhout, vooral een groot probleem voor ouderen en zieken. De bomen mogen dan ook alleen door hen worden gebruikt.

Doodzonde

Elders bepleit de natuurorganisatie het niet langer kappen van witte acacia’s. Witte acacia’s zijn niet alleen voor vogels, maar vooral voor mensen van groot belang. De bomen brengen stikstof in de grond en leveren schaduw én veevoer in de droge tijd. Boeren helpen met natuurlijk herstel van vegetatie, om zo de bodemvruchtbaarheid terug te brengen en de variatie in oogsten te vergroten, werkt ook goed. Sommige dorpen maken nu afspraken over graasgronden om overbegrazing te voorkomen.

Mooie, maar relatief kleine ontwikkelingen. Zeker in het licht van de grootschalige vernieling en uitbuiting door de ‘ontwikkelde’ wereld. De Bruijn zucht: “Het is de vraag of we op tijd zijn het tij te keren. Doodzonde. Het is zo’n ongelooflijk mooi gebied. De mensen en natuur verdienen beter.”

Lees ook: 

Hun chip onthult alles

Ecologen halen interessante informatie uit minuscule chips. Zo lijkt de bonte vliegenvanger zich aan te passen aan het opschuivende voorjaar.

Een uitdaging: groen in de Sahel

Op papier is het misschien wel het grootste natuurproject ooit: de Grote Groene Muur, een bomenstrook dwars door Afrika, bedoeld om de oprukkende Sahara te stoppen. De uitvoer ervan is, op zijn zachtst gezegd, lastig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden