De roggelelie, zeldzaam als de panda

De groene roggelelies met hun zwartsprietdikkopje vallen op in de roggevelden. Beeld Koos Dijksterhuis

In Nederland is de roggelelie uitgestorven vanwege de kunstmest en het verdwijnen van de roggeteelt. In Duitsland vond Fred Bos de knaloranje bloem terug.

Toen ik hier voor het eerst kwam, was het of ik een uitstapje maakte naar mijn jeugd, naar het landschap van de jaren vijftig", vertelt Fred Bos (74). "Roggevelden tussen lanen met oude eiken, zingende veldleeuweriken erboven. En mijn eerste wilde roggelies!"

Knaloranje staan ze te bloeien tussen de rogge. Bos wijst ze ten overvloede allemaal aan. Hij mag van boer Bergmann de akkers op om de fraaie bloemen te laten zien. Bergmann loopt zelfs een stukje mee, trots als hij is op de grootste populatie roggelelies van Duitsland.

Na een tip ontdekte Bos in 2007 deze lelies, hier in het Wendland, een uithoek van Niedersachsen, aan de voormalige grens met Oost-Duitsland. Hij was onder Nederlandse plantenkenners al bekend als de man van de roggelelies, en sindsdien kennen ze hem hij in de omringende dorpen en boerderijen als der Lilienpabst: de Leliepaus. "De meeste boeren willen ook hier alle veldbloemen doodspuiten en onderploegen", zegt Bos, "maar sommigen zijn blij met de lelies, die de streek op de kaart hebben gezet en die toeristen lokken". In het hotel, vijf kilometer verderop, beginnen de uitbaters inderdaad breed te grijnzen als de Lilienpabst ter sprake komt.

Fred Bos , de Leliepaus. Beeld Koos Dijksterhuis

Bos is zijn hele leven al weg van wilde planten. Als puber ging hij bij de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. "De meeste jongens in de club gingen achter vogels aan, maar ik had geen oor voor vogelgeluiden", verklaart hij. "En dus stortte ik me op planten. Die vliegen bovendien niet weg, je kunt ze in alle rust bekijken."

Arme zandgrond

De natuurvorser groeide op in het Drentse dorp Gieten, waar roggelelies ooit als akkeronkruid groeiden. "Op de arme zandgrond wilde tarwe niet groeien, terwijl rogge wel wat opbracht. Ook roggelelies doen het goed op arme zandgrond en de bollen zitten te diep voor de ploeg. In de jaren tachtig hoorde ik dat de roggelelie zo goed als uitgestorven was, als gevolg van kunstmest en het verdwijnen van de roggeteelt. Ik las zelfs dat de soort sinds 1950 niet meer in Drenthe was gezien, terwijl ik me herinner dat we ze nog zagen toen we in 1952 van Bonnen naar Gieten waren verhuisd. Later zijn ze alsnog uitgestorven. In de jaren tachtig woonde ik daar allang niet meer, maar mijn vader wel en hij ontdekte dertig tuinen met roggelelies. Uit gesprekken met de tuineigenaren concludeerde hij dat er ooit op acht akkers lelies hadden gestaan. Een enkeling herinnerde zich nog dat hij ze uit een akker had gehaald. Intussen worden ze weer aangeplant bij onder meer Oudemolen."

Tegenwoordig worden er wel knaloranje sierlelies geteeld in Drenthe, maar dat zijn volgens Bos grote, lompe soorten waar veel vergif op wordt gespoten. Vroeger waren de roggelelies ook geliefd als sierbloem en collega-botanici vroegen zich af of de wilde lelies niet afstamden van verwilderde tuinbloemen. "Maar dat is niet zo", verzekert Bos. "Mijn vader herinnerde zich dat dagloners ooit de es in trokken om bij te verdienen aan wilde leliebollen die ze opgroeven. Roggelelies belandden dus vanuit het wild in tuinen en de exemplaren die nog in tuinen staan, stammen af van wilde lelies."

Beeld Brechtje Rood

Bos vroeg rond en hoorde van een andere plantenkenner dat in Duitsland een levensvatbare populatie van roggelelies zou zijn. Vanuit zijn woonplaats Winterswijk reed hij erheen en daar vond hij rogge-akkers die oranje zagen van de lelies. Op het landweggetje kwam hij een fietser tegen die hem wist te vertellen dat dit het land van boer Bergmann was. Harrie Bergmann loopt mee en vertelt dat er nu veel minder lelies zijn dan vorig jaar. Het is te droog, het heeft al twee maanden niet geregend.

En eergisteren heeft een wild zwijn het schrikdraad getrotseerd en tientallen roggeleliebollen opgewroet en opgegeten. De bloemen lagen los in het veld. Bergmann heeft een paar mannen ingehuurd om schreeuwend mee door de akkers te lopen en het zwijn weg te jagen. De bloemen staan nu als een grote bos in een teil op het erf.

Bloemenzee

Dat erf is een bloemenzee met bessenstruiken en een moestuin, bij een 150 jaar oude, Saksische boerderij. In de deurpost van de schuurdeur zijn gestileerde lelies afgebeeld, een aanwijzing dat de bloemen toen geliefder waren dan nu. Bergmann krijgt veel kritiek van zijn buren, die bloemen maar rommel vinden en mest en vergif aanbevelen. Zelf heeft Bergmann ecologische beheercontracten voor tachtig hectare, grotendeels gericht op wilde planten, maar ook op akkervogels. Zijn gesubsidieerde bloemenranden maait hij niet ieder jaar met rupsen en vlindereitjes en al weg, maar laat hij jaren staan. Hij wordt betaald door de overheid en kan er met zijn vrouw en dochter van rondkomen, al is het geen vetpot. 

Toen de overeenkomst tien jaar geleden uitgekleed dreigde te worden, schoot Fred Bos te hulp. Hij wist de minister van Umwelt ervan te overtuigen dat dit laatste restant schraal akkerland behouden moest blijven. "Ik vroeg hem of hij bekend wilde worden als degene die de roggelelies heeft beschermd of als degene die hem liet uitsterven", grijnst Bos, die al heel wat mensen heeft rondgeleid en die eerder dit jaar geridderd werd vanwege zijn natuurbeschermingswerk. "Een koninklijke onderscheiding voor een oranje bloem", zegt hij. "Het Oranjehuis is hier trouwens geliefd, omdat de moeder van prins Claus opgroeide in deze streek."

Vijfde van Beethoven

Terwijl we om de akkers lopen, zingen geelgorzen hun versie van de Vijfde van Beethoven, begeleid door jubelende leeuweriken hoog in de lucht. En Bos mag dan, naar eigen zeggen, geen vogelgeluid onthouden, hij weet een plek waar nog ortolanen broeden, vinkachtige zangvogels. En waarachtig zingt er één zijn lieflijke riedeltje vanuit een eeuwenoude eik. Volgens het boekje, dat voorschrijft dat ortolanen zingen vanuit loofbomen bij roggevelden.

Beeld Koos Dijksterhuis

In Nederland zijn ze in de jaren negentig uitgestorven. "Het gaat om meer dan die lelies", zegt Bos, "hier ligt het laatste complete voorbeeld van de korensla-gemeenschap, oeroud akkerland van extensieve roggeteelt, waar allerlei planten en dieren bij horen. De roggelelie is de panda van dat ecosysteem. Hier en daar in Niedersachsen steekt weleens een roggelelie de kop op en in Zuid-Europa zijn nog wat groeiplekken, maar hier is het ecosysteem nog intact. Hoor eens hoe het gonst van de insecten. Het grote insectensterven is hier vooralsnog aan voorbij gegaan. Er komen hier insectenonderzoekers voor zeldzame keversoorten."

Inderdaad horen en zien we overal hommels, bijen en zweefvliegen, sprinkhanen en vooral veel dikkopjes, grappige vlinders met grote zwarte ogen. Ze lurken aan de bloemen van beemdkroon, korenbloem en zelfs zandblauwtje. Bos wijst veel meer akkerbloemen aan, die het op de arme zandgrond redden. Kraailook, akkermunt, akkerviooltje, spurrie, kromhals, klein timotheegras en slofhak.

"Deze korensla-gemeenschap is genoemd naar één van drie kleine gele composieten die er groeien", zegt hij. Dat zijn glad biggenkruid, dat alleen 's morgens zijn bloemen openhoudt, smal streepzaad en korensla dus, dat Bos met moeite weet te vinden.

"Korensla kan het slechtst tegen droogte", weet hij, "en zal als het klimaat verandert verdwijnen uit het ecosysteem dat naar hem is genoemd."

Koos Dijksterhuis verwondert zich iedere dag over iets dat groeit of bloeit. Lees al zijn Trouw-columns in dit dossier.

Lees ook:

Bioloog wil plantensoorten redden, net als Noach

Bioloog Joop Schaminée zet een Nationale Zadencollectie op. Het zijn de eerste voorzichtige stappen in de bescherming van de 'autochtone' plantensoort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden