Relmuizen Beeld Wikimedia Commons

Jelle's weekdier Relmuis

De relmuis was ooit een Romeinse lekkernij

Er was weer eens ophef over wilde dieren die als huisdier worden gehouden. Het is weer eens wat anders dan een poes of poedel en je kunt in bepaalde kringen enige status vergaren door een krokodil of een stinkdier als huisdier te bezitten. De vraag doet ook de handel opbloeien. Hoewel er op dit vlak veel verboden is, weten slimmeriken altijd wel een omweggetje te bewandelen om toch aan een stok­staartje of een Aziatische kleinklauwotter te komen. De krant publiceerde een lijstje van diersoorten die bij nader inzien toch niet zo houdbaar bleken en uiteindelijk in de opvang terechtkomen. Er staan begeerlijke soorten op als de zwartstaartprairiehond en de witoorpenseelaap. Bij het dierenwinkeltje hier om de hoek kom je ze niet tegen. Hoop ik.

In het lijstje staat ook de relmuis, Glis glis. De naam relmuis impliceert een nogal opgewonden en rellerig dier, iets met hooligans of gele hesjes, maar dat valt wel mee. De relmuis relt niet; hij slaapt liever. Relmuizen behoren tot de familie van de slaapmuizen of Gliridae, waartoe ook de eikelmuis en de hazelmuis worden gerekend. Door de dikke en lange pluimstaart lijken rel- en andere slaapmuizen op kleine eekhoorns, maar dat is weer een heel andere knaagdierfamilie, die der Sciuridae.

Niet in Nederland

Slaapmuizen heten slaapmuis omdat ze aan een winterslaap doen. Het zijn dieren van een beboste omgeving, in het open veld zul je ze niet aantreffen. Vooral bosranden met dicht struikgewas zijn populair, daar zijn voldoende eetbare zaden en vruchten te vinden. In de winter is er geen voedsel en dat probleem wordt eenvoudig opgelost door een half jaar onder zeil te gaan. Van de Europese slaapmuizen komen bij ons de hazelmuis (in Zuid-Limburg) en de eikelmuis (in Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) voor; hun verspreidingsgebied schampt ons land. Bij de relmuis is dat net niet het geval; relmuizen komen in grote delen van Europa voor, maar Nederland ligt net buiten het verspreidingskaartje.

Het houden van een relmuis in gevangenschap is minder vreemd dan je zou denken. De sjiekere Romeinen hielden ooit relmuizen. Voor de consumptie. Ze deden dat in aardewerk vaten, gliraria genoemd (enkelvoud glirarium), waarin de dieren werden vetgemest alvorens ze in de kookpot of de oven verdwenen. Knaagdieren worden wereldwijd gegeten. Naar verluidt worden in delen van voormalig Joegoslavië nog steeds relmuizen genuttigd; in Peru wordt cavia gegeten (ter plaatse cuy geheten), in België is het eten van muskusrat of waterkonijn weliswaar in restaurants verboden maar nog wel gebruikelijk en in Spanje staat het konijn in ieder restaurant op de kaart, bij voorkeur gestoofd in veel ui. En destijds lustten de Romeinen dus wel een vette relmuis. Het zal vast lekker zijn. Je kunt ze vullen met een kruidig varkensgehakt met peper en komijn, of lakken met honing en dan door de maanzaadjes rollen. De braadtijd zal niet veel verschillen van die van konijn of waterkonijn of cuy, maar ik heb het nooit uitgeprobeerd en voel daartoe ook geen enkele aanvechting. Relmuizen horen in het bos en niet in een glirarium of op de dinertafel.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden