Resistente aardappelrassen

De redding is nabij voor de door phytophthora bedreigde aardappelen

null Beeld

Door de natte zomer hebben boeren last van de aardappelziekte phytophthora. Maar redding is nabij. ‘Binnen vijf tot tien jaar hebben we alleen nog maar resistente rassen.’

Niek Vos staat bij een veld vol pootaardappelen. “Ruik je die planten?” Het loof verspreidt een licht zoete geur. “Heerlijk”, zegt Vos. De stengels hebben grote groene bladeren en kleine witte bloemen. Nog een maand, dan zijn de knollen klaar voor de oogst.

Vos heeft zijn biologisch dynamisch akkerbouwbedrijf van negentig hectare in Kraggenburg, Noordoostpolder, zeven jaar geleden overgedragen aan dochter Lizelore. Die teelt onder meer wortelen, uien, witlof, pompoenen, courgette, tarwe en tuinbonen. Maar de twaalf hectaren met aardappelen zijn bij de familie favoriet. Niek Vos begon dertig jaar geleden al met de natuurlijke veredeling van aardappelrassen om ze weerbaar te maken tegen de gevreesde aardappelziekte phytophthora. En dat lukte deze pionier. “De eerste keer voelde het als een wonder”, zegt hij. Het ras heet Bionica, maar inmiddels telen vader en dochter Vos alleen nog maar een ander zelf ontwikkeld ras, de Sevilla.

De pootaardappelen verkoopt Vos aan biologische boeren, maar ook aan gangbare telers en handelaren. Eenmaal in de grond groeit uit een pootaardappel een groot aantal nieuwe sevilla’s. Die zijn geschikt om te koken maar kunnen ook naar de friet- of chipsfabriek, zegt Niek Vos.

Alouette (niet heel groot) Beeld via site www.agrico.nl
Alouette (niet heel groot)Beeld via site www.agrico.nl

Spuiten in uit den boze

Het is van wezenlijk belang dat de sevilla resistent is tegen phytophthora. Deze meest gevreesde aardappelziekte steekt de laatste weken bij allerlei boeren de kop op. Na twee droge zomers was het de afgelopen maand nat op het aardappelveld. Het zijn ideale omstandigheden voor phytophthora. De bladeren worden bruin en verschrompelen en de knol gaat rotten. In de media verschijnen verhalen van boeren die nog maar de helft van hun oogst overhouden.

De afgelopen jaren is niet alleen bij Vos maar overal in de biologische sector hard gewerkt aan de ontwikkeling van rassen die resistent zijn tegen de aardappelziekte, want spuiten met bestrijdingsmiddelen, zoals in de gangbare landbouw gebeurt, is uit den boze. Biologische boeren bestrijden phytophthora door zieke planten te verwijderen of het loof af te branden. Daar lijdt de oogst onder. De komst van rassen die de ziekte kunnen weerstaan is daarom heel belangrijk.

Vier jaar geleden waren er zes resistente rassen. Inmiddels zijn er 23 rassen, waaronder de sevilla, waar phytophthora niet of nauwelijks vat op krijgt. Toch bestaat de teelt van biologische aardappelen nog voor ongeveer een kwart uit traditionele vatbare rassen en boeren die deze soorten telen lopen het risico dat zij worden geconfronteerd met ziek loof en rottende knollen, zegt directeur Michaël Wilde van Bionext, organisatie van de biologische sector. Het goede nieuws is dat het overgrote deel van de biologische boeren wel rassen gebruikt die resistent zijn tegen phytophthora.

In slaap gesuste boeren

De strijd voor een gezonde biologische aardappel kreeg een flinke duw in de rug door een convenant dat in de zomer van 2017 werd gesloten. Boeren spraken af alleen nog maar resistente pootaardappelen in de grond te stoppen. Supermarkten beloofden die nieuwe rassen te verkopen. Tegelijkertijd werkten het Louis Bolk Instituut, Wageningen Universiteit en kwekers driftig aan uitbreiding van het aantal resistente rassen. Het leidde tot een betere afzet en zo klom het aandeel van de in Nederland geteelde moderne aardappel die bestand is tegen phytophthora op naar ongeveer 75 procent.

Dat niet alle biologische boeren kiezen voor resistente rassen komt vooral door de vraag uit het buitenland. Vooral Duitse supermarkten willen bepaalde rassen die niet-resistent zijn. Zij houden vast aan een aardappel die goed verkoopt en hebben geen belang bij verandering, want het risico ligt bij de boer. En boeren wagen de gok, want de laatste jaren waren de zomers droog en was het phytophthora-gevaar gering. Niek Vos: “Veel boeren zijn kennelijk een beetje in slaap gesust.”

Vraag uit het buitenland is de belangrijkste reden voor boeren om de kans op zieke planten voor lief te nemen, maar ook de fabrikanten van frites en chips hebben vaak nog voorkeur voor niet-resistente rassen. Er is inmiddels ruime keus uit bio-aardappelen die resistent zijn en geschikt om te koken en op tafel te zetten, maar het aanbod van resistente chips- en friet aardappelen is beperkt. Daarom kiezen de friet- en chipsfabrieken vaak voor een type dat zij kennen en waar zij goede ervaringen mee hebben. Iets anders proberen dat misschien net zo goed verkoopt, is er niet bij. “De aardappelwereld is conservatief”, zegt Vos.

Directeur Wilde van Bionext vindt dat consumenten meer biologische aardappelen moeten kopen zodat boeren de export niet meer nodig hebben. “Het prijsverschil met gangbare aardappelen is maar twintig cent per kilo. Supermarkten zouden dat verhaal wel wat vaker kunnen vertellen aan hun klanten.”

Aardappelexpert Peter Keijzer van het Louis Bolk Instituut meent dat boeren zelf betere keuzes moeten maken. “Sorry hoor. Boeren die nu nog kiezen voor een niet-resistent ras nemen bewust een risico.” Hij leidt het onderzoek naar resistente aardappelrassen in de biologische landbouw. Niek Vos heeft meer begrip voor boeren die kiezen voor een niet-resistent ras. “Er is vraag uit het buitenland of van een fabrikant. Dan heb je gegarandeerde afname en dat is verleidelijk.” Meer andere gewassen telen, doet een akkerbouwer niet snel, zegt Vos. Een boer heeft een heel pallet aan groenten op zijn areaal, zoals wortelen, witlof of boontjes, maar de aardappel is in het algemeen de basis van het bedrijf. “De aardappel heeft een bijzondere functie. Het hoort erbij. Dat moet je op een of andere manier gaan telen. De mens is conservatief en een boer misschien nog iets meer. Die verandert niet makkelijk.”

Meer sloten op de deur

De ontwikkeling van resistente rassen is nog lang niet klaar met 23 soorten. Het onderzoek Bioimpuls van het Louis Bolk Instituut en de Wageningen Universiteit is bezig vanaf 2009 en er kwam vorig jaar geld om door te gaan tot 2029. Onderzoeksleider Keijzer: “Fabrikanten vinden dat de resistente rassen nu nog niet aan hun eisen voldoen. Het is heel moeilijk om friet- en chipsaardappelen te maken die resistent zijn tegen phytophthora en die wel voor de industrie geschikt zijn. Er zijn er momenteel drie, en meer gaan er echt snel komen.”

Een andere opdracht die Keijzer zichzelf stelt is om de resistente rassen te verbeteren. Want nog steeds komt het zo nu en dan voor dat boeren met een resistent ras toch phytophthora aantreffen. De onderzoeker spreekt dan ook liever van een ‘robuust ras’ dan van een ‘resistent ras’. “Deze rassen hebben slechts één resistent gen”, legt hij uit. “Een gen is als een slot op de deur en phytophthora is een soort inbreker. Hoe meer sloten, hoe beter. We hebben aardappelen nodig met meer resistentiegenen, want met meer sloten op de deur komt de ziekte er niet door en als het wel gebeurt, is hij zo uitgeput dat hij geen schade meer kan aanrichten. Dan zakt hij als een koeienstaart naar beneden.”

Wat de onderzoekers van Wageningen en het Louis Bolk Instituut dus blijven doen is selecteren, kruisen, kweken en opnieuw selecteren. Tussen al deze stappen zit de fase die de meeste tijd vraagt: wachten hoe de plant zich ontwikkelt. Het is een proces van jaren. Keijzer: “Het gaat niet harder dan het gaat. Moeder natuur is de baas.” Net als Keijzer is akkerbouwer Niek Vos optimistisch. “Binnen vijf tot tien jaar hebben we alleen nog maar resistente rassen. Voor de biologische landbouw, maar ook voor de gangbare.”

Lees ook:

Hoe een peperdure gewasziekte aardappelen met een ‘Japans keukenmes’ binnendringt

Wageningse onderzoekers hebben ontdekt hoe phytophthora de planten binnendringt. Dat schept nieuwe mogelijkheden in de strijd tegen de veroorzaker van de aardappelziekte.

De grootste vijand van de aardappelboer wordt eindelijk verslagen

Bioboeren worstelen met de bestrijding van de aardappelziekte phytophthora. Dankzij nieuwe afspraken kan Nederland binnenkort ‘robuuste’ aardappelen eten: ziektebestendig én onbespoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden