Opinie

De paniekfabriek maakt overuren

Himalaya. © Lightroom NASA HH

Het debat over klimaatverandering zal vanaf maandag weer oplaaien tijdens de klimaattop in Durban. Publicist Marco Visscher beschrijft hoe hij laveerde tussen hysterische alarmisten en narrige sceptici. Tot hij ontdekte dat beide kampen iets wezenlijks vergeten: het uitzonderlijke aanpassingvermogen van de mens.

Laat ik maar beginnen met een bekentenis. Ik dacht dat het wel meeviel met het klimaat. We hebben wel meer doemscenario's overleefd: computers deden het ook nog ná de millenniumwisseling; er is nog volop olie en gas voor vele generaties, niet meer, maar minder mensen sterven aan kanker dan veertig jaar geleden en die atoomoorlog is er ook nooit gekomen.

Steun
Zo kunnen we met gemak deze krantenpagina vullen. Dat relativeert wel, maar het is tegelijk volslagen zinloos. Want welk nut dient zo'n lijstje wanneer we nu niet zeker weten of we klimaatverandering eraan kunnen toevoegen? Daar mag je op hopen, je kunt er niet op gokken.

Bovendien: de berichten werden onheilspellender. Als we nú niet ingrijpen, slaat het klimaat op hol. Dat soort berichten. Dus sloot ik me aan bij het groeiende leger bezorgde burgers dat tijdelijk opveert wanneer een klimaattop - zoals die maandag begint in Durban - een doorbraak kan forceren... en vervolgens het hoofd schudt wanneer de afspraken om wereldwijd minder broeikasgassen uit te stoten verzanden in eindeloze strubbelingen.

Het was duidelijk. Ik gaf mijn onvoorwaardelijke steun aan de alarmerende activisten, politici en wetenschappers die de wereld probeerden te behoeden voor een planetaire ramp; in Ode, het opinieblad waaraan ik verbonden ben, schreef ik geregeld over hen.

Twijfel
Maar toen, op een onbewaakt moment, sloeg de twijfel toe. Het niveau van de rapporten van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, kwam ter discussie te staan. Teveel fouten kwamen aan het licht die wijzen op overdrijving, onwetenschappelijke bronnen of een combinatie daarvan.

Denk aan de verdubbeling van het deel van Nederland dat onder de zeespiegel ligt. Of aan de controverse over de statistische tekortkomingen van de fameuze hockeystickgrafiek, die de temperatuur op aarde over het afgelopen millennium ten onrechte voorstelt als een lange vlakke lijn met een plotselinge scherpe stijging. Of aan de uitgelekte e-mails van prominente klimaatwetenschappers die suggereerden dat onwelgevallige onderzoeksresultaten werden weggemoffeld. Die 'duizenden experts van over de hele wereld' maken er een soepzootje van.

De twijfel werd aangewakkerd toen ik vernam dat niet zo lang geleden werd gevreesd voor de schrikbarende gevolgen van... global cooling. Een hele hoop boeken en artikelen werd in de jaren zeventig gewijd aan de dalende temperaturen op aarde. Nog in 1983 meldde 'De grote geïllustreerde Bosatlas' dat een nieuwe ijstijd niet uit te sluiten was. Een regelrecht drama, want 'een temperatuurdaling van slechts 1 graad Celsius zou al voldoende zijn om in China het aantal mensen dat per hectare bouwland gevoed kan worden, terug te brengen van zeven tot vier'.

Wat ons volgens experts te wachten stond? De winter zou het hele jaar gaan duren. Flinke stukken van het noordelijk halfrond zouden worden bedekt met een dikke laag ijs. De zeespiegel zou tientallen meters dalen.

Kennis
We kunnen zoiets teruglezen met een glimlach en het afdoen als sensatiezucht. We kunnen journalisten de schuld geven. Maar is dat bevredigend? Waarom zou het nu zoveel anders zijn? Als de 'mondiale afkoeling' is bijgeschreven in het lijstje met de millenniumbug en andere uitvergrote catastrofes, waarom zal na verloop van tijd de 'mondiale opwarming' dan niet ook wel meevallen? In ieder geval blijft de CO2-uitstoot almaar toenemen, terwijl het bij meteorologische instituten niet evident is dat het aardoppervlak de laatste tien jaar ook echt opwarmt.

We kunnen tegen elkaar zeggen dat deze klimaatonderzoekers er destijds naast zaten, omdat ze nog niet zoveel wisten als nu. Dat zal zo zijn, maar over dertig jaar weten ze weer meer dan ze nú weten. Is de kennis over de ontwikkeling van het klimaat echt zo waterdicht dat het gerechtvaardigd is om alarm te slaan? Voor het antwoord is het handig om te weten dat het IPCC in het rapport van 2001 schreef: 'Langetermijnvoorspelling van toekomstige klimaattoestanden is niet mogelijk.'

Smullen van paniekzaaierij
Wellicht zegt de consternatie ook iets over de menselijke psyche. Want als de berichtgeving over de schommelingen in ons klimaat, toen en nu, iets duidelijk maakt, is het wel dat wij eigenlijk smullen van dit soort paniekzaaierij. Het klimaat verandert, maar wij niet. Wij willen in belangrijke tijden leven - met 'kantelmomenten' en 'paradigmaverschuivingen' - en we koesteren de hoop dat we gaan meemaken hoe het naderend onheil wordt afgewend en de aarde gered. Het leven wordt er interessanter door.

Wij hadden eens onze buurvrouw op bezoek, die ons voorstelde aan een vriend met een onderneming in zonnepanelen. We spraken wat over klimaatverandering en toen onze bezoeker verzuchtte waar dat allemaal naartoe gaat met ons klimaat, sprak ik voor het eerst openlijk mijn twijfels uit over de ernst van de zaak. Hij zei: "Ik denk dat je niet goed wijs bent." Het klonk niet erg hartelijk.

O jee. Was ik een klimaatscepticus geworden?

Ik had nooit een positief beeld van de sceptici. Ik dacht aan narrige mannen van middelbare leeftijd met teveel vrije tijd, die net zo lang met cijfertjes en taal zaten te manipuleren tot ze via halve waarheden aan een lekenpubliek konden suggereren dat het onzinnig was om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Hun triomfantelijke toon, hun verbetenheid, hun zelfingenomenheid, hun betweterigheid: ik kan niet zeggen dat ik ooit behoefte heb gevoeld om klimaatsceptici te verdedigen.

Er was nog een reden om ze te wantrouwen: het politieke uithangbord zit bij de PVV. Toen bleek dat het KNMI jarenlang een van de thermometers verkeerd had opgesteld waardoor daar consequent een halve graad te hoog werd gemeten, concludeerde PVV-Kamerlid Richard de Mos dat het onzin was nog langer te stellen dat 'de temperatuurstijging in Nederland en de rest van de wereld is toe te schrijven aan menselijke CO2-uitstoot'. Want, beste mensen, het was toch duidelijk dat het KNMI daarvoor verantwoordelijk was.

Tja, als dit het niveau is...

Georganiseerde scepsis
Maar scepsis - twijfel, wantrouwen, onzekerheid - is een groot goed. Scepsis is een cruciale houding voor wie waarheidsvinding nastreeft. In zekere zin is wetenschap niets anders dan georganiseerde scepsis. Zonder twijfel aan bestaande overtuigingen kan de menselijke kennis niet vooruit. De scepticus valt dan ook te prijzen om zijn aanhoudende argwaan jegens wetenschappelijke dogma's.

Maar geprezen wordt de klimaatscepticus zelden. De chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant beweert dat klimaatsceptici die niet 'wetenschappelijk' formuleren en publiceren 'in serieuze wetenschappelijke tijdschriften' moeten worden behandeld als onruststokers wier 'loos kabaal' moet worden genegeerd.

Het leek de populaire eco-blog Grist wel aardig als er een oorlogstribunaal zou komen voor deze 'klootzakken' (bastards). Een directeur communicatie van Greenpeace richtte zich op de website van zijn organisatie eens rechtstreeks tot de sceptici: "We weten wie jullie zijn. We weten waar jullie wonen."

Ach, denkt u misschien, dat zijn activisten. Dat soort grootspraak hoort er een beetje bij. Maar wie beweerde dat klimaatsceptici 'dezelfde mensen zijn die de relatie tussen roken en kanker ontkennen' en die beweren dat asbest 'net zo goed is als talkpoeder' (huh?) en de hoop uitsprak dat ze die asbest 'iedere dag op hun gezicht zouden smeren'? Dat was Rajendra Pachauri, de voorzitter van de IPCC met een Nobelprijs voor de Vrede op zak.

Hij had het niet eens grappig bedoeld, want die zure alarmisten zul je niet snel op humor betrappen. Sceptici wel. Zo had PVV'er De Mos een fijne omschrijving voor Al Gore: 'klimaatjomanda'. Als alarmisten het een keer proberen, gaat het meteen mis. De internationale campagne 10:10 Global maakte in 2010 het ludiek bedoelde filmpje 'No Pressure': van iedereen die weinig interesse toonde in energiebesparing werd het hoofd opgeblazen. Echt lachen! 10:10 in Nederland (door deze krant van harte ondersteund) distantieerde zich er trouwens direct van.

Pure wanhoop
Intussen stemt het publieke klimaatdebat tot pure wanhoop. Beide kampen grijpen ieder onderzoekje aan ter bevestiging van hun vooringenomen positie. Ze betichten elkaar ervan hun informatie selectief te vergaren en details op te blazen. Beide kampen flirten met verdachtmakingen en complottheorieën rondom bedenkelijke belangen. En in beide kampen heerst het Calimero-syndroom: ze menen dat hun eigen geluid altijd is ondervertegenwoordigd en dat de tegenstanders altijd meer spreektijd krijgen.

Inmiddels weet ik niet zo goed welk kamp mijn onvoorwaardelijke steun geniet. Wel weet ik dat ik me aan van alles stoor. Ik stoor me aan de morele superioriteit van wetenschappers of activisten die de strijd tegen het gevaar aangaan. Aan de hautaine houding van experts die eigenlijk niet willen dat een leek zich met zo'n complex vraagstuk bemoeit.

Aan de gemakzucht waarmee sceptici concluderen dat een slecht onderzoek het bewijs levert voor de totale ineenstorting van de klimaatconsensus. Aan alarmisten als klimaatonderzoeker Pier Vellinga die expliciet afstand nemen van doemdenkers om vervolgens net zo hard te speculeren over apocalyptische visioenen vol stijgende zeespiegels en nietsontziende overstromingen en orkanen.

Het meest storend van alles is de gedachte dat overproductie van de paniekfabriek nodig is om maatregelen af te dwingen die de ondergang voorkomen. Die overdrijving wordt gerechtvaardigd doordat ze de 'goede zaak' zou dienen. Zeggen de alarmisten dan eigenlijk niet dat ze de boel manipuleren? Vinden ze het volk echt zo dom dat het niet mag weten van de nuances in het debat? En betekent het dat ze via halve waarheden politici bewegen geld uit te geven aan klimaatbeleid, wat er - niet onbelangrijk - per definitie toe leidt dat het geld níet wordt besteed aan iets anders waarvoor mensen wat minder schreeuwerig op de barricade springen? Is dat dan geen 'loos kabaal'?

Oh nee, wacht. Nóg storender is dat Pachauri c.s. blijven volhouden dat 'de wetenschap' eruit is. Alsof dat echt zo is. Alsof critici dus hun mond moeten houden. Alsof wetenschappers een goddelijke openbaring doorgeven, een onbetwistbare gids voor politiek beleid. Alsof het politici ontslaat van hun plicht om die wetenschappelijke informatie te wegen met een eigen visie op de toekomst van de mensheid en de aarde.

Oceaan van pessimisme
Dát is wat ik mis: een inspirerende visie. Onze cultuur is ondergedompeld in een oceaan van pessimisme. Wij mensen hebben het onheil over onszelf afgeroepen, is de boodschap die overblijft na de retoriek van activisten en beleidsmakers. Wij moeten boeten en uit naam van de aarde redden wat er te redden valt. Dat betekent in de praktijk vooral dat we moeten minderen. Minder CO2 uitstoten. Minder olie gebruiken. Minder autorijden. Minder vliegen. Minder vlees eten. Minder gadgets kopen. Minder baby's maken. Minder dit, minder dat.

Maar als we érgens minder van nodig hebben, is het van deze misantropie. Mensen veroorzaken problemen, maar we veroorzaken ook oplossingen - die overigens zullen leiden tot nieuwe problemen, maar ook weer tot nieuwe oplossingen, want zo gaan die dingen. Ondernemers, uitvinders, investeerders, ingenieurs, ja, zelfs politici en wetenschappers: er is er altijd wel eentje die ons verrast met een geweldig idee en voilà, de rampspoed is afgewend! Althans, voor eventjes, want de ondergang kan uiteraard nooit ver weg zijn.

Wellicht omdat we die menselijke inventiviteit zo onderschatten blazen we tegenwoordig iedere hindernis onmiddellijk op tot immense proporties. En wanneer we een vraagstuk behandelen als een crisis moet er acuut hulp komen, anders zijn we de sigaar. In vroeger tijden kwamen de hulptroepen van boven, waar hier beneden hard om werd gebeden. Later moest de redding komen vanuit de politiek.

Maar ook de politiek is mensenwerk, en dus vestigen we al onze hoop op de wetenschap. Er kan eens een wetenschapper tussen lopen die fraude op fraude stapelt, maar de kracht van het proces van kennisvergaring is onbetwist. Klimatologen behoren tot de nieuwe priesterkaste en het is aan ons, nederige dienaren, om hun Woord te volgen. Wie dat niet doet, wacht sociale uitsluiting.

Is klimaatverandering dan geen Enorm Groot Probleem? Wie weet. Ik ben nog steeds een bezorgde burger en constateer de nodige problemen: in grote delen van de wereld heersen armoede en ziekte, is er slechte toegang tot schoon water en onderwijs, hebben meisjes en vrouwen nauwelijks rechten - om maar eens ergens te beginnen. Elke euro voor het terugdringen van broeikasgassen kan daar niet aan worden besteed. Terwijl je toch met vrij kleine bedragen meteen levens zou kunnen redden, of aangenamer maken.

Adaptatie
De veranderingen van het klimaat zullen dilemma's veroorzaken, maar ze lijken me niet zo gigantisch dat ze de beschaving ten val kunnen brengen - en dat is toch de indruk die je overhoudt bij de probleemdenkers. Homo sapiens is prima in staat tijdig van koers te veranderen. Ja, we hebben zelfs eerdere schommelingen in temperatuur overleefd: periodes waarin het kouder of warmer was dan nu, periodes waarin de verandering sneller ging dan nu wordt voorspeld.

Aanpassingsvermogen is dé reden voor de succesvolle carrière van de mensheid. Het is ook de reden dat Nederland bestaat. Ons land was volgens voormalig minister-president Jan Peter Balkenende allang 'verzonken in de modder' als onze voorouders niet hadden ingespeeld op de telkens veranderende natuur.

En daarom is het ook zo vreemd dat 'adaptatie' lange tijd een vies woord was in de discussie over klimaatverandering. Het zou de indruk wekken dat we ons er maar bij moeten neerleggen dat de aarde opwarmt, met alle vreselijke gevolgen van dien. Erger nog, het zou in de woorden van Al Gore wijzen op 'een arrogant vertrouwen in ons vermogen onszelf op tijd te redden', alsof het heel erg is als we onszelf voor de zoveelste keer in de geschiedenis op tijd zouden gaan redden.

Toch is adaptatie - irrigatiesystemen aanleggen, steviger huizen bouwen, dijken ophogen - een rationeel antwoord op de schadelijke gevolgen van een geleidelijk opwarmende aarde. Het is een benadering die veel betaalbaarder, praktischer en doeltreffender lijkt te zijn.

Meer politieke aandacht voor adaptatie - en dus minder voor het ideaal om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen - is ook een erkenning van het verlangen van arme landen om sociaal-economische vooruitgang te boeken. Daarmee kunnen deze landen zich wapenen tegen natuurrampen, al dan niet als gevolg van klimaatverandering.

Daarentegen worden arme landen nu gedwongen geld opzij te zetten voor de toekomstige crisis. Ironisch genoeg loopt hun weg naar die toekomst (zoals het IPCC heeft laten berekenen) in het ongunstigste geval via een jaarlijks groeicijfer van 2,3 procent. Dat betekent dat in het jaar 2100 mensen in arme landen negen keer welvarender zouden zijn dan ze nu zijn. Het is niet ondenkbaar dat er bij een beter gevulde portemonnee wat meer bereidheid bestaat om wat te doen aan de klimaatverandering, voor zover die dan nog een bron van zorg is.

Kijk op de mens
Onze positie in het klimaatdebat onthult onze kijk op de mens. Als je hem ziet als een ongeremd beest, dan wil je hem beteugelen door beperkende wetten en alarmerende berichten. Zie je er een creatief schepsel in - dat er soms een potje van maakt, maar beschikt over het talent om oplossingen te vinden - dan voel je weerstand bij voorspellingen van catastrofale opwarming die met miljarden euro's moet worden afgewend.

Ik ben een optimist, omdat ik weet dat er iets is dat zich nog minder goed laat voorspellen dan het klimaat: de vindingrijkheid van de mens. En met optimisme bedoel ik niet het 'klimaatoptimisme' van oud-politicus Wijnand Duyvendak die meent dat we nog maar een jaar of tien hebben om iets te doen 'en anders loopt het echt helemaal fout'. Zijn optimisme - of dat van andere alarmisten die flirten met het woord - komt met zoveel mitsen en maren dat het wel afkomstig móet zijn van een pessimist die in de ontkenningsfase zit.

Ik bedoel: een geloof en vertrouwen in de mensheid om zich ondanks alle tegenslagen verder te ontwikkelen. De natuur gaat ons ongetwijfeld verrassen, maar ik kan u voorspellen: wij gaan onszelf nog veel meer verrassen.

Marco Visscher is publicist en eindredacteur van Ode.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden