Duurzaam ondernemen

De overblijfselen van een bakkie troost blijken goed voor olie en kleurstof

De overblijfselen van een kop koffie blijken goed voor olie, die in cosmetica gebruikt kan worden, en kleurstof die als basis voor printerinkt zou kunnen dienen. Beeld CaffeInk
De overblijfselen van een kop koffie blijken goed voor olie, die in cosmetica gebruikt kan worden, en kleurstof die als basis voor printerinkt zou kunnen dienen.Beeld CaffeInk

Stel je voor: drie Eiffeltorens naast elkaar, van koffiedik. Het is de opbrengst van de dagelijkse koffieconsumptie wereldwijd. Spaak en CaffeInk weten wel raad met deze berg prut.

Het idee ontstond toen ze vijf jaar geleden meededen aan een summerschool, een vijfweekse cursus waarin ze na moesten denken over duurzaamheid en ondernemen. Tijdens een brainstormsessie met markers en post-its vroegen Eline Leising en Julia Tasse zich af hoe duurzaam de inkt in die markers eigenlijk was. Totaal niet, ontdekten de vrouwen. De zwarte inkt in pennen en printers komt van ‘carbon blacks’, onvolledig verbrande aardolieresten die onder slechte arbeidsomstandigheden worden geproduceerd in China en India.

In de pauze na die brainstormsessie stuitten ze op een ander probleem. Wat gebeurt er met alle koffiedrab die overblijft? Nederlanders alleen al drinken gemiddeld vier koppen koffie per dag. Dat levert per jaar 120.000 ton koffiedik op. Een klein deel daarvan wordt gebruikt om oesterzwammen op te kweken. De rest belandt in de verbrandingsoven of biovergister.

We spoelen vooruit naar 2018, als Leising en Tasse de oprichters tegenkomen van het Amsterdamse bureau Spaak Circular Solutions, een ontmoeting waaruit CaffeInk wordt geboren. De twee bedrijven werken nu samen aan het koffiedikproject.

“Bij Spaak onderzoeken we hoe we reststromen kunnen omzetten in grondstoffen en werken dat samen met bedrijven uit”, vertelt oprichter en projectleider Josephine Nijstad. “Vorig jaar hebben we onze krachten gebundeld met CaffeInk. We hebben subsidie gekregen van de provincie Noord-Holland en de derde prijs gewonnen bij de ASN Bank Wereldprijs.” Deze prijs voor startende duurzame ondernemers werd eerder al gewonnen door onder andere Yoni (tampons en maandverband van biologisch katoen) en was- en schoonmaakmiddelmerk Seepje.

Zwammen groeien vooral goed op de cellulose die erin zit

Hoewel er al jaren oesterzwammen op koffieresten worden gekweekt, is dat lang niet genoeg om de hele reststroom te gebruiken, zegt Nijstad. “Er is veel meer koffiedik beschikbaar. Bovendien groeien de zwammen vooral goed op de cellulose die erin zit. Omdat alleen koffiedik te zuur is voor ze, wordt het bijgemengd met houtvezels van andere bronnen. De andere waardevolle stoffen in het koffiedik blijven dan onbenut.”

De overblijfselen van een bakkie troost blijken onder andere goed voor kleurstoffen en olie. Nijstad laat twee buisjes zien, één met kleurstoffen en één met olie. Ze opent het buisje met de olie, die licht naar koffie ruikt. “We onderzoeken nu of koffiedik nog steeds geschikt is als kweekbodem voor paddenstoelen als we de andere stoffen eruit hebben gehaald. Dan wordt het een veel interessantere stroom omdat je er drie producten uit kunt halen.”

Tijdens het koffiezetten ontstaat een vettig laagje aan de bovenkant, dat is de olie. “Hoe donkerder de bonen zijn geroosterd, hoe meer olie er vrijkomt in de koffie. Koffiedik van donkerder geroosterde bonen levert minder olie, omdat die er al uit is, maar wel meer kleurstof. Koffiedik van lichter geroosterde bonen geeft meer olie, al hangt het ook af van de koffieboonsoort en de plek en omstandigheden waar hij is geteeld.”

De olie kan worden verwerkt in cosmeticaproducten. Koffie-olie bevat veel anti-oxidanten en heeft een verzorgend effect op de huid, zegt Nijstad. “Er zijn nu al gezichtscrèmes op de markt met olie uit groene of geroosterde bonen. Dat de olie ook uit koffiedik gehaald kan worden, is nog niet zo bekend. Het bedrijf Unwaste maakt zeep van sinaasappelschillen en koffiedik. Ze zijn nu onze koffie-olie aan het testen.”

Van links naar rechts: Evaluna Marquez, Josephine Nijstad, Eline Leising. Beeld
Van links naar rechts: Evaluna Marquez, Josephine Nijstad, Eline Leising.Beeld

Donkerbruine inkt

De samples koffie-olie liggen inmiddels bij verschillende cosmeticabedrijven, eind dit jaar wordt duidelijk of er producten mee worden gemaakt. De praktijk van de printerinkt is weerbarstiger. De kleurstoffen in het buisje lijken zwart, maar geven een donkerbruine kleur. “Zwarte inkt is het moeilijkst om duurzaam te maken. De enige relatief duurzame optie is van Black Bear Carbon. Zij maken inkt uit afgedankte autobanden.”

Daarnaast is inkt van koffiedrab niet zo licht- en slijtvast als synthetische inkten. “Je zou kunnen zeggen dat het bij geprint papier niet zo’n probleem is als de inkt na vijf jaar minder zichtbaar is. De testen voor textiel zijn juist verrassend goed verlopen. De licht- en wasvastheid op kleding is vergelijkbaar met die van andere natuurlijke kleurstoffen. Als de populariteit van natuurlijk verven toeneemt, heeft koffiekleur goede kaarten.”

Tot nu toe is de industrie vooral gericht op kostprijs en effectiviteit, signaleert Nijstad. “Bovendien willen mensen zelden alleen maar zwarte of bruine inkt, ze willen het hele kleurenschema. Dan zou je behalve koffiebruin ook nog bietenrood en kurkumageel moeten aanbieden. En dan heb je een marketingafdeling nodig om het in de markt te zetten. Daarom zijn we intern nu in overleg hoe we verdergaan.”

Het is voor Nijstad uitdrukkelijk niet de bedoeling dat dit een ‘knuffelproject’ blijft. “Dat zet geen zoden aan de dijk. Dan wil komend jaar iedereen koffie-inkt maar daarna zijn de schaal en de prijs er niet naar en is het weer klaar.” Binnen twee jaar hoopt ze een bioraffinagefabriek tot haar beschikking te hebben die op jaarbasis tienduizend ton koffiedik kan verwerken. Van een kilo koffiedik is ongeveer 60 procent vocht. Van de overgebleven 40 procent kun je ongeveer 10 procent olie en 10 procent kleurstof terugwinnen: 400 kilo van beide per jaar.

Koffiedik mee laten rijden

Voordat het zover is, moet het project nog wel uit de ‘vallei des doods’ komen, een term voor startups die in de fase van opschalen zitten. Nijstad: “De ‘proof of concept’ is er, het bewijs dat het op kleine schaal kan. Vervolgens ga je opschalen en moet je weer helemaal opnieuw beginnen, want in het lab werken dingen anders dan in een grotere setting.”

Uit koffieprut wordt koffie-olie gemaakt, dat als grondstof kan dienen voor onder meer cosmetica.  Beeld
Uit koffieprut wordt koffie-olie gemaakt, dat als grondstof kan dienen voor onder meer cosmetica.

Mogelijke klanten zijn vaak afwachtend, wat de productie vertraagt. “Als partijen in één keer 300 kilo willen, kunnen we dat wel leveren, maar zonder afnamegarantie is het te risicovol om een hele bioraffinaderij te bouwen. Ik wil graag sneller, maar ben afhankelijk van onze partners. Met innovatie loopt het zelden stuk op de technische kant. Het is eerder een kwestie van alle neuzen op het juiste moment dezelfde kant op krijgen.”

Bij het opschalen van de productie komt ook de toeleveringsketen van koffiedik in beeld. Voor de monsters fietsten Nijstad en haar collega’s met emmers langs horecabedrijven om ze gevuld met drab naar het laboratorium te brengen. Om een bioraffinagefabriek te vullen, moeten vrachtwagens rijden. Dat koffiedik geldt als afval, is een eerste horde op de weg. “Het zou voor de hand liggen om koffiedik mee terug te laten nemen in vrachtwagens die toch al rijden voor de bevoorrading. Dat mag nu niet, omdat afval niet in dezelfde ruimte mag worden vervoerd als levensmiddelen.”

Binnen drie dagen verwerken

Het koffiedik kan ook niet weken blijven liggen voordat het wordt verwerkt. “Voor hoogwaardige olie die in de cosmetica-industrie gebruikt kan worden, moet het binnen drie dagen wel verwerkt zijn,” zegt Nijstad. “Daar is een netwerk van stadslogistiek voor nodig. Als er meer verschillende reststromen apart worden opgehaald, kan dat op termijn lucratief worden. Op maandag zou dan bijvoorbeeld koffiedik opgehaald kunnen worden, op dinsdag het afgeknipte haar bij kappers, op woensdag oud frituurvet. Tienduizend ton koffiedik per jaar klinkt als heel veel, maar in afvalland is dat niet zo.”

Uiteindelijk moeten we afval gaan zien als grondstof en daar ook voor betalen, vindt Nijstad. “De waarde die dat oplevert, kunnen we eerlijker verdelen over de keten. De meeste CO2 wordt uitgestoten in de landbouw, bij de koffieproductie. Koffieboeren kunnen nu geen maatregelen nemen om dat te verminderen, omdat ze zo weinig geld voor hun product krijgen. Mijn droom is dat we hier geld mee gaan verdienen zodat boeren daar iets van terugzien.”

Correctie:

In een eerdere versie van dit artikel stond dat Spaak Circular Solutions een Rotterdams bedrijf is. Dat klopt niet, het bedrijf komt uit Amsterdam.

Lees ook:

Ook dit kun je nog doen met de waardevolle drab

In plaats van die miljoenen kilo’s te verbranden, zoals nu meestal gebeurt, kun je de drab ook als grondstof gebruiken. Nog drie recente voorbeelden.

Op koffie kun je koken

Het waswater van koffiebonen zit vol met giftig methaangas dat in de rivier terechtkomt. Maar via een biogasinstallatie kunnen de boeren er tegenwoordig op koken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden