De oplossing voor de essentaksterfte is nabij

Een stukje hout met de veroorzaker van essentaksterfte wordt onder de bast geplaatst van een op resistentie te testen boom. Beeld Jelle Hiemstra, Wageningen UR

Wageningse onderzoekers hebben essen gevonden die minder gevoelig zijn voor de essentaksterfte. Daarmee lijkt het uitsterven van de es in Nederland gekeerd.

Er gaan nog veel essen verdwijnen hoor, ook straatbomen.” Onderzoeker plantenziekten Jelle Hiemstra van de Wageningen Universiteit (WUR) probeert het optimisme meteen maar wat te temperen. Voor de essen van gevoelige rassen die nu langs de straten staan, is er weinig te doen tegen het vals essenvlieskelkje, de schimmel die afgelopen jaren massaal essentaksterfte veroorzaakt. “Maar we kunnen nu wel gaan bouwen aan een nieuwe generatie essen die veel minder gevoelig is voor essentaksterfte. We hoeven niet meer bang te zijn dat de es geheel uit Nederland verdwijnt”, aldus Hiemstra.

Hij experimenteerde afgelopen jaren op de proeftuin van de Wageningse universiteit, in Randwijk en op een locatie in Drenthe, met verschillende essensoorten en cultivars, bomenrassen die veredeld zijn voor gebruik in de bebouwde kom of langs wegen. Die essen worden sinds 2010 ernstig bedreigd door de uit Azië afkomstige schimmel, die eigenlijk vooral in bossen huishield. Het gekke is dat de essen in steden en dorpen veel minder last hebben van de ziekte, maar toch op grote schaal verdwijnen. “In het bos is het vochtig en koel, ideale omstandigheden voor de schimmel. 

Maar in de stad is het warmer en droger, de verspreiding is er minder. De schimmel verspreidt zich via sporen. Op takken die de hele winter op de grond blijven liggen, groeien in het voorjaar de essenvlieskelkjes, de paddenstoelen. Die verspreiden sporen, die op de nieuwe bladeren terechtkomen en daar de boom infecteren. Als afgevallen bladeren worden opgeruimd, zoals in de stad, is er veel minder kans op infectie.” Toch is aantasting door essentaksterfte voor veel gemeenten vaak een reden om de essen te kappen en soms zelfs alle essen in een straat weg te halen. “Dat is niet altijd nodig, want zelfs een zieke es kan in de stad vaak overleven. Bladeren en takken sterven soms af, maar als de stam niet aangetast is, kan de boom best overleven”, aldus Hiemstra. “Maar gemeenten hebben een zorgplicht, ze zijn verantwoordelijk als er een tak op iemands hoofd valt. Dus nemen veel beheerders geen risico.”

Straatbomen en bosbomen

Tegen de ziekte is niets te doen, maar niet alle essen blijken even snel ziek te worden. Reden om te zoeken naar de resistente variant. Vanuit de WUR worden twee onderzoeken gedaan, het ene gericht op straatbomen, het andere op bosbomen.

In het stadsbomenonderzoek verzamelde Hiemstra samen met onderzoekers uit Tsjechië en Letland materiaal van 40 verschillende genetische samenstellingen. Takken van deze bomen werden geënt op zogenoemde onderstammen, zoals dat met de meeste cultivars gaat, waarna zo’n 1100 bomen werden geplant op een proefveld in het Drentse Peize. Vervolgens werd een deel van de essen geïnfecteerd met de schimmel. Niet op de natuurlijke wijze via het blad, maar meteen in de stam. “We lieten stukjes hout infecteren met de schimmel. Vervolgens sneden we de bast open, staken er een besmet stukje hout tussen en draaiden er tape omheen. Zo wisten we zeker dat ze besmet raakten.” Veel van de besmette essen werden ook daadwerkelijk ziek. Maar er waren wel duidelijk soorten en cultivars die minder gevoelig zijn.

Landgoed De Wielewaal bij Zeewolde is deels afgesloten wegens vallend hout als gevolg van de essenziekte. Beeld Herman Engbers

Voor bosbeheerders is gebruik van cultivars echter geen optie. Zij beperken zich veelal tot de aanplant van de inheemse gewone es, omdat deze soort belangrijk is in het ecosysteem. Verschillende soorten mossen, korstmossen en insecten zijn van deze soort afhankelijk. Bovendien proberen bosbouwers en natuurbeheerders te werken met autochtoon plantmateriaal, bomen en planten waarvan de voorouders altijd hier hebben gestaan, omdat dat genetisch het best is aangepast aan onze omstandigheden.

Publiek

Daarom pakt collega-onderzoeker Paul Copini van het Centrum Genetische Bronnen Nederland (CGN-WUR) het iets anders aan. Hij zocht door heel Nederland naar inheemse essen die door kleine genetische variatie minder gevoelig zijn. Hij schakelde daarbij het publiek in: sinds juni 2017 konden mensen die tussen de aangetaste essen ook gezonde essen zagen staan dit melden op de website essentaksterfte. Medewerkers van het CGN gingen vervolgens poolshoogte nemen en zetten takken hiervan, net zoals de cultivars van Hiemstra, op onderstammen. Op deze manier heeft Copini nu 200 sterke varianten van de gewone es verzameld, waarmee vergelijkbaar onderzoek wordt gedaan.

Een kunstmatig geïnfecteerde boom op het proefveld; de geïnfecteerde tak is boven het infectiepunt geheel afgestorven. Beeld Jelle Hiemstra, Wageningen UR

Daarnaast heeft het CGN zaad verzameld. Daarbij wordt onderzocht of gezonde moederbomen meer gezonde nakomelingen geven. “Uiteindelijk hopen we een groot aantal gezonde bomen op te kweken zodat er een hoge genetische diversiteit wordt gewaarborgd. Zo’n brede basis is essentieel om essen bestand te houden tegen toekomstige ziekten en klimaatverandering”, zegt Copini.

Nieuwe aanplant 

In steden en dorpen kan binnenkort worden begonnen met aanplant van meer resistente essen, al kan Hiemstra op dit moment nog geen namen noemen van de soorten die als beste uit de bus komen. De onderzoeksresultaten moeten nog worden gepubliceerd.

Eind februari eindigt het project en verschijnt er een advies. Althans, over bomen in de bebouwde kom. Het onderzoek naar bosessen gaat nog wel even door.

Het resultaat van de kunstmatige infectie; een deel van de bast en het eronder liggende hout (verkleuring) is afgestorven. Beeld Jelle Hiemstra, Wageningen UR

In december zijn ten zuiden van Brummen (Gelderland) in het open veld boompjes geplant die voortkwamen uit de publieksactie, in januari volgt een bosperceel bij Almere. Op deze locaties worden de bomen niet ziek gemaakt, de onderzoekers willen gewoon kijken hoe ze zich de komende tijd ontwikkelen onder natuurlijke condities. “Dat gaat om tien tot twintig jaar”, aldus Copini, “dus geduld.”

Lees ook: 

Agressieve boomschimmel ‘essenvlieskelkje’ is niet te stoppen

Negentig procent van alle essen in Nederland zal sneuvelen door een schimmelziekte. ‘Er gaan grote gaten vallen in de bossen’, zegt Staatsbosbeheer.

Oplossing voor essensterfte lijkt stapje dichterbij

In de strijd tegen de ziekte die de essen in Europa bedreigt, zoeken Britse onderzoekers in het genoom van de boomsoort naar afweermiddelen. Want de ene essensoort is beter bestand tegen de schimmel die de ziekte veroorzaakt dan de andere. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden