Vanwege de coronacrisis worden veel nertsenhouderijen geruimd.

Nertsenfokkerij

De opkomst en neergang van de nertsenfarm

Vanwege de coronacrisis worden veel nertsenhouderijen geruimd.Beeld Getty Images/Design Pics RF

De uitbraak van corona versnelt het einde van de Nederlandse nertsenhouderij. Voor de fokkers van de pelsdieren is dat niet alleen maar negatief.

Op een frisse herfstdag in november 1952 bezocht een verslaggever van Trouw een nertsenfokkerij in het Utrechtse Elst; de grootste (met 2500 dieren) en oudste (sinds 1936) van het land.

De nertsen waren lieve beestjes om te zien, vond de verslaggever, maar: ‘Wanneer ze het een beetje benauwd krijgen, brengen ze hun stinkklier in werking. Ze verspreiden dan een geur, die zelfs de meest moedige fantast niet welriekend zou durven noemen.” De stank die nertsenfarms veroorzaken was voor de Gelderse gemeente Renkum in 1955 aanleiding om de plaatselijke politieverordening aan te vullen met een verbod op het houden van marterachtigen – het gaf te veel overlast.

Dat lokale verbod stond een groei van de nertsenhouderij in Nederland allerminst in de weg. Op het hoogtepunt, – van 2012 tot 2015 – telde de sector ruim een miljoen dieren op 160 bedrijven. Het sentiment rond de bedrijfstak was in een halve eeuw evenwel volledig omgeslagen.

Sprak de verslaggever van Trouw in 1952 nog van ‘hun prachtig bontvelletje, dat zo vele vrouwen in extase brengt’, tegen het eind van de eeuw was de overheersende opvatting dat bont een overbodig luxeproduct is, en dat het houden van dieren voor bont on-ethisch is. Inmiddels staan voor- en tegenstanders van de nertsenfokkerij al decennia tegenover elkaar, en de recente uitbraak van het coronavirus heeft de discussie weer een heel nieuwe wending gegeven.

Geen jongen, geen inkomen

Ze zijn slank, zilvergrijs met een lichtroze neus, en familie van de hermelijn, de bunzing en de otter. Bij hun geboorte zijn nertsen zo dun als een sigaret en wegen ze niet meer dan een gram of tien. Maar om geboortes gaat het nu juist in de nertsenfokkerij. De pups zijn de bontjassen van de toekomst, en voor een fokker geldt: geen jongen, geen inkomen.

Een nerts werpt één keer per jaar een handvol pups, waardoor nertsenfokken specialistischer werk is dan het fokken van, zeg, varkens, die meerdere keren per jaar tien tot twaalf biggen werpen. Nertsen paren in maart (er worden fokreuen ingezet om ieder meerdere teefjes te dekken), waarna in april de pups ter wereld komen.

Hun verwachte levensduur is zes maanden, daarna worden ze afgepelst: in een kist met koolmonoxide worden de dieren op het bedrijf vergast. De vacht gaat naar de mode-industrie, de rest van het karkas eindigt in de destructieoven.

De beste dieren mogen het winterseizoen blijven leven, zij zijn het fokmateriaal voor het volgende jaar. Een nerts moet goed in de vacht zitten en niet te klein zijn, want dan zijn er te veel vellen nodig voor één bontjas.

De markt voor pels is grillig: in goede jaren levert een vel 70 euro op en de fokker aan het eind van het jaar enkele tonnen. In slechte jaren 20 euro en dat is minder dan wat het dier aan voer en huisvesting heeft gekost. Nederland is na China en Denemarken de derde pelsproducent ter wereld, maar vrijwel alle hier geproduceerde vellen gaan de grens over.

On-ethisch fokken

Bij de destructie gaat het mis, zeggen tegenstanders. Als we zo nodig dieren moeten houden, laat het dan tenminste zijn om te voorzien in onze eerste levensbehoeften: dat we het vlees eten, de melk drinken en zoveel mogelijk van een karkas benutten. Een bontjas is geen eerste levensbehoefte, en een dier uitsluitend fokken voor zijn vel is daarmee on-ethisch.

Nertsenfokkers hebben een tegenargument. Pelsdierhouderij is juist duurzamer dan het houden van vleesvarkens of melkkoeien, zeggen zij, want een bontjas gaat wel 25 jaar mee, terwijl een karbonade of glas melk binnen een paar uur via het toilet in de riolering verdwijnt. En bovendien zou het vergassen van de nertsen op het bedrijf diervriendelijker zijn dan een lang transport naar een slachthuis, bijeen gedreven in een veewagen.

Een grote meerderheid van de Nederlanders, zo bleek uit opiniepeilingen in de jaren negentig, was overtuigd van de argumenten tegen pelsdierhouderij. Dierenactivisten zagen dat als een legitimatie van ‘bevrijdingsacties’ op nertsenfarms. In Valkenswaard werden in 2001 16.800 nertsen bevrijd; een flink deel eindigde platgereden op de Maastrichtseweg. En op een vrijdagavond in september 2003 arresteerde de politie in Putten vijftig demonstranten terwijl zij nertsen bevrijdden bij een fokkerij.

Beeld L&F

De dierenbevrijders waren die avond eigenlijk op weg naar Meppel, waar zich een kantoor bevindt van de firma Yamanouchi. Dit Koreaanse farmaceutische concern laat medicijnen testen op dieren. Bij aankomst van de activisten bleek het kantoor al dicht, waarop men dan maar uitweek naar Putten.

Losgelaten nertsen hebben in de vrije natuur niet veel kans om te overleven. Als ze niet overreden worden op een verkeersweg bijten ze elkaar wel dood. Datzelfde doen ze ook met eenden, kippen, konijnen en katten. Een nerts doodt snel en effectief: hij springt zijn prooi in de nek en bijt die achter de oren dood. Ook voor een fokker is het oppassen geblazen, noteerde de verslaggever van Trouw in 1952: ‘Een lief beestje om te zien, zo’n nerts. Steek uw vinger echter niet door de tralies. Want hij bijt die finaal af met zijn vlijmscherpe tanden.’

Politieke discussie

De Kamerfractie van de PPR diende in 1989 een amendement in waarin ze de regering vroeg het fokken van pelsdieren in Nederland te verbieden. De nerts won aan populariteit onder veehouders die te weinig verdienden met koeien of kippen. De PPR vond bont echter ‘volstrekt overbodige luxe’, en bovendien bleek uit cijfers van het ministerie van landbouw dat nertsenhouderij op dat moment een verlieslatende activiteit was.

Elke paar jaar kwam een mogelijk verbod weer ter sprake. CDA-staatssecretaris Gabor van natuurbeheer liet in 1993 onderzoeken of het welzijn van nertsen in de fokkerij dusdanig slecht was dat het een grond kon zijn voor een verbod. De Universiteit Wageningen concludeerde dat het wel meeviel. VVD-minister Van Aartsen van landbouw was in het tweede paarse kabinet dicht bij een verbod, maar met de val van de regering verdween het voorstel in de prullenbak. Het daaropvolgende kabinet werd mede gevormd door de LPF, die trouw wilde blijven aan Pim Fortuyn, die tegen een nertsenverbod was.

Vanaf 2006 kreeg een nieuw voorstel van de SP de wind in de zeilen. De nerstensector verweet de partij makkelijk te willen scoren – de meeste SP’ers droegen zelf toch geen bont? Na een lange weg door de Tweede en Eerste Kamer werd op 15 januari 2013 een wet van kracht die bepaalt dat per 1 januari 2024 de pelsdierhouderij in Nederland beëindigd is. De fokkers vonden en vinden dit ‘een schoolvoorbeeld van politieke willekeur en slecht beleid’, maar een gang naar de rechter baatte niet.

Nertsen vrijdag bij onderzoeksbedrijf voor pelsdieren "Ederveen" in Ederveen. Beeld ANP

Ziekte dook op

Een uiterst moeilijk te bestrijden ziekte zorgde ooit voor ongerustheid in de nertsenfokkerij. Het was 1959 en wereldwijd stierven pelsdieren aan virus-enteritis. In Canada was de nertsenpopulatie gedecimeerd, in Denemarken was de ziekte al opgedoken en Nederlandse fokkers hielden hun hart vast. Bij koninklijk besluit werd aan minister Marijnen van landbouw de bevoegdheid verleend om de in- en doorvoer van levende nertsen te verbieden of slechts voorwaardelijk toe te staan.

Het klinkt als een vooruitwijzing naar 2020. Eind april bleek dat bij enkele pelsdieren op een bedrijf met 13.000 nertsen in het Brabantse Milheeze het coronavirus was aangetroffen. Landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) besloot daarop de ziekte, die eerder alleen mensen trof, aan te wijzen als ‘besmettelijke dierziekte’.

Dat betekent dat een veehouder verplicht is het te melden als de ziekte op zijn bedrijf uitbreekt. Bovendien kan de minister hierdoor vergaande maatregelen nemen, zoals in het uiterste geval het ruimen van besmette bedrijven.

Dat besluit nam ze deze week, nu is gebleken dat nertsen het coronavirus ook weer op mensen kunnen overbrengen. Deskundigen hebben de minister laten weten dat het risico bestaat dat het virus langdurig blijft circuleren op nertsenbedrijven. Vrijdag zou daarom de ruiming van acht nertsenfarms in de plaatsen Gemert-Bakel, Laarbeek, Deurne en Sint-Anthonis beginnen, al is die door de rechter voorlopig uitgesteld.

Extra vergoeding

De eigenaren van de geruimde dieren zullen een vergoeding krijgen. Bovendien onderzoekt de minister de mogelijkheid om nertsenhouders eerder dan 2024 te laten stoppen, in ruil voor een extra vergoeding. Dat zou een gunstige wending zijn voor de nertsenfokkers die van plan waren zo lang mogelijk door te gaan met hun bedrijf.

Van de 160 nertsenbedrijven die Nederland telde in 2013 waren er in 2019, halverwege de overgangstermijn tot 2024, nog altijd 130 bedrijven over. Wie nu nog niet is gestopt, kan dat onder invloed van het coronavirus wellicht alsnog doen, onder gunstiger condities dan de collega’s die hun bedrijf al wel hebben beëindigd. Het ruimen van de nertsen, belooft minister Schouten, zal op ‘een verantwoorde wijze’ gebeuren. Voor hun eigenaren is er desgewenst psychosociale hulp.

Lees ook:

Ruiming van nertsenfarms uitgesteld, nog onvoldoende onderbouwing

Dierenorganisaties vragen de rechter om een verbod op het doden van nertsen die zijn besmet met het coronavirus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden