De Ooijpolder wordt steeds rijker, omdat boeren en natuurbeschermers samenwerken

Overwinterende grauwe ganzen grazen in een weiland in de Ooijpolder. Beeld Henk Braam, HH

Natuurbeschermers en boeren praten over een nationaal deltaplan voor de soortenrijkdom. Dat moet nog helemaal van de grond komen. Maar in de Ooijpolder bij Nijmegen wordt al jaren gesleuteld aan herstel van biodiversiteit. Het werkt.

Tiny Wigman is biologe én boerendochter. Dat helpt. Ze weet hoe boeren denken over hun land en hoe ze zich ergeren aan bemoeierige types die ­menen te weten hoe een boerenbedrijf werkt. Ze weet ook dat agrarisch cultuurlandschap voor minstens de helft kan bijdragen aan de soortenrijkdom in een gebied. Dus: als je wat wilt, moet je het echt samen doen. Vertrouwen winnen en langlopende afspraken maken, daar draait het om, zegt Wigman.

Dat is ook de visie achter het deltaplan biodiversiteit dat natuurbeschermers, wetenschappers en boeren onlangs samen opstelden. Oud nieuws dus voor Wigman, ze praat al meer dan tien jaar met de boeren over de Ooijpolder, een prachtig gebied van 500 hectare vette landbouwgrond en natuur aan de Waal, onder de rook van Nijmegen. Het effect van al dat praten is zichtbaar en inmiddels ook meetbaar.

Roundup

De Ooijpolder is mede door haar noeste werk een nationaal voorbeeldgebied voor natuurvriendelijke landschapsontwikkeling. En de boeren? Die hebben nog altijd een boterham in de Ooijpolder. Ze boeren lekker door, wat ook betekent dat je middenin het ­gebied op een stuk grasland kunt stuiten dat oranje ziet door gebruik van de onkruidbestrijder Roundup.

“O ja, hier gebeuren dezelfde praktijken als elders in het land, hoor”, zegt vogelkenner en bewoner van de Ooij-polder, Frank Saris. “Ook hier melden plaatselijke agrariërs dat er vrachtwagens met mestcontainers uit Brabant en Limburg rondrijden, die bij boeren vragen of ze hun mest illegaal kunnen lozen.” Saris, jurylid van Trouws Duurzame 100, is betrokken bij het burgerinitiatief ‘Naar een duurzame Ooijpolder’, dat streeft naar natuurinclusieve landbouw in het gebied.

Saris: “Wij kijken uit naar uitvoering van het aangekondigde kringloopbeleid van de minister van landbouw, Carola Schouten. Maar als zij dat de ene week aankondigt en de andere week op een landbouwexpositie in Duitsland roept hoe trots ze is op de export van de ­Nederlandse agrarische sector, dan heb je het niet meer over kringlooplandbouw. Als hier het veevoer moet worden geïmporteerd en de stront achterblijft, terwijl de producten over de grens gaan, dan ben je niet duurzaam.”

Moerassprinkhaan

Van de 500 hectare van de polder is inmiddels 25 hectare omgevormd tot natuurstroken, die het voor insecten, vogels en zoogdieren mogelijk maken om van het ene naar het ander gebied te trekken. Zo is een natuurlijk netwerk ontstaan dat de Nijmeegse stuwwal en de uiterwaarden van de Waal met ­elkaar verbindt. De kamsalamander, de gouden sprinkhaan en de moerassprinkhaan, bedreigde soorten, hebben de weg naar de Ooijpolder gevonden. Steeds meer natuurzoekers uit de stad ook.

Struinend over de boerenlandpaden in de Ooijpolder op een gure, natte februaridag raken Tiny Wigman en Henk-Jan Kooij niet uitgepraat over het effect op de soortenrijkdom van de bloemrijke grasstroken, de hagen, de knotbomen, de poelen en de natuuroevers. Wigman en Kooij zijn beiden betrokken bij Via Natura, een onafhankelijke stichting in de gemeente Berg en Dal, die zich inzet voor landschapsontwikkeling in de Ooijpolder. Het resultaat wordt steeds zichtbaarder. Kooij: “Wat wij hier hebben gedaan, is eigenlijk het herstellen van structuren in het boerencultuurlandschap.”

Sinds 2011 worden in de Ooijpolder planten en dieren gemonitord. Daarnaast worden al meer dan dertig jaar broedvogels geteld. De soortenrijkdom van planten en veel ongewervelde dieren is in het gebied sterk toegenomen, maar uitsluitend in de groene stroken, niet in de landbouwpercelen zelf, aldus Saris. De ideale situatie is nog niet bereikt. Er worden nog bestrijdingsmiddelen toegepast in het gebied en dat heeft effect op flora en fauna. “We moeten uiteindelijk naar een duurzamere situatie. Daarom is dat nationaal plan voor biodiversiteitsherstel zo belangrijk”, zegt Hans de Kroon, hoogleraar plantenecologie in Nijmegen.

Insectenonderzoek

Er zijn nu plannen om in het gebied met digitale technieken, automatische camera’s, insecten te gaan monitoren. Insecten zijn belangrijk voor biodiversiteitsherstel, omdat ze voedsel zijn voor vogels, amfibieën en andere zoogdieren. Uit een recente Nederlands-Duitse studie, uitgevoerd door de Radboud Universiteit, bleek dat in kleinschalige natuurgebieden in Duitsland – qua landschapsbeeld vergelijkbaar met ­Nederlandse natuurgebieden – het ­totaal aan insecten met 75 procent is teruggelopen in 27 jaar.

“Die studie heeft het probleem hard gemaakt”, denkt Tiny Wigman. “Je kunt het niet meer wegpoetsen.” De Kroon: “Het gaf bij mensen een heel ongemakkelijk gevoel. Voor velen sloot die studie aan op hun eigen gevoel, zij zagen een bevestiging van wat ze al vermoedden. Daardoor had die studie zo’n enorme impact.”

Het Duitse insectenonderzoek is één van de redenen waarom onderzoekers willen nagaan hoe het ervoor staat met de insecten in het Rijk van Nijmegen, waar de Ooijpolder onderdeel van is. Met behulp van tien tot vijftien kleine camera’s zullen over een periode van twee tot drie jaar op vaste plaatsen de insecten worden gemonitord. De software van de apparatuur kan de vliegende dieren ook identificeren. Dit voorjaar begint het experiment op kleine schaal met vier boeren in de Ooijpolder. Landbouworganisatie ZLTO en de agrarische natuurvereniging De Ploegdriever werken mee aan het project. Er is subsidie aangevraagd bij de provincie Gelderland.

Fijnmazig natuurnetwerk

De Nederlands-Duitse insectenstudie, door De Kroon geleid, heeft het ­wereldje van de natuurbeschermers wakker geschud. “Ik ben door de gegevens uit Duitsland wel argwanend ­geworden. Hoe komt het dat we zoveel aan biomassa insecten zijn kwijtgeraakt? We hebben al te maken met lagere concentraties bestrijdingsmiddelen in deze gebieden. Het kan goed zijn dat het grondwater pesticiden uit landbouwgebieden naar de natuurgebieden voert. Dat pleit voor een meer structurele aanpak van het biodiversiteitsherstel. Daarom willen we in de Ooijpolder nagaan wat er aan de hand is.”

Voor Tiny Wigman is het succes van de landschapsverbetering in de Ooijpolder voor een groot deel toe te schrijven aan het werken aan een vertrouwensband met de professionele gebruikers van het landschap, de agrariërs. “Als je de boeren meekrijgt, dan kun je geweldige stappen maken”, zegt ze. “Boeren hebben respect voor de natuur en hebben net zo goed zorgen over het milieu. Je moet samen problemen oplossen. Wij hebben lange contracten met boeren, perioden van 30 jaar. Dat willen ze zelf ook graag, dan is er zekerheid. Als ze ergens de pest aan hebben is overheidsbeleid dat ieder jaar verandert. Daarom hebben wij ook altijd strikt vastgehouden aan ons begindoel van destijds: we wilden in de Ooijpolder een groenblauwe dooradering van het agrarische gebied. Dát was de visie, daar hebben we altijd aan vastgehouden. Een fijnmazig natuurnetwerk om de structuren in het landschap te herstellen. Dat snapt elke boer.”

Debat Duurzame 100

Hoogleraar plantenecologie Hans de Kroon is één van de sprekers tijdens het achttiende Trouw Duurzame 100-debat in pakhuis De Zwijger in Amsterdam, woensdagavond (20.00 uur). De titel is ‘Wereld zonder insecten’.

Andere sprekers zijn Titia Wolterbeek, directeur van de Vlinderstichting en nummer 100 in de Duurzame 100, en Tom van de Beek (nummer 97 in de lijst). Van de Beek is oprichter en directeur van The Tipping Point, dat de transitie naar een duurzame ­samenleving wil versnellen. ­Andere spreker is industrieel ­ecoloog Bertus Tulleners, die ­ingaat op de vraag wat het verlies aan soorten betekent voor de ­samenleving. Reserveren via ­dezwijger.nl.

Lees ook: 

‘Insecten zijn aan het verdwijnen’

Voor het eerst is met harde cijfers aangetoond dat in Europa insecten op grote schaal aan het verdwijnen zijn. In 27 jaar is de hoeveelheid met meer dan 75 procent afgenomen, blijkt uit Duits-Nederlands onderzoek.

Samenleving komt zelf in actie om dieren en planten te redden

Negentien maatschappelijke organisaties presenteerden in december 2018  een alomvattend plan om te voorkomen dat dier- en plantsoorten verdwijnen. Het eerste actiepunt: voorlichting. Als mensen eerst maar weten hoe erg het gesteld is, komen ze wel in actie

Langs wielen en steenovens in Ooijpolder en Duffelt, paradijs aan de Waal

 Ganzen mogen de weilanden in de Ooijpolder kaalvreten (2005). Veertig boeren hebben een contract gesloten met het ministerie van landbouw, voedsel en natuurbeheer, waarin ze gezamenlijk elfhonderd hectare gras- en akkerland ter beschikking stellen als foerageergebied. Ze maken van de nood een deugd, want de 150000 kol- en rietganzen die hier jaarlijks overwinteren komen toch wel en nu krijgen ze tenminste wat geld toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden