Jelle's weekdier De lemuur

De ontbossing op Madagaskar is een tragedie voor lemuren

Wat de bekende Darwinvinken zijn voor de Galápagoseilanden en de cichliden voor de grote Afrikaanse meren, zijn de lemuren voor Madagaskar. Het zijn voorbeelden van uitwaaierende evolutie in een beperkte en geïsoleerde omgeving, op een eiland of in een meer (wat eigenlijk een omgekeerd eiland is).

Madagaskar is een eiland en tegelijkertijd een heel continent. De westelijke kustlijn past als een puzzelstuk tegen de oostkust van Afrika. Dat is geen toeval. Ongeveer 165 miljoen jaar geleden scheurde zich een groot brok aardkorst los van Afrika en schoof naar het noordoosten.

Verweesd continent

Later, ongeveer negentig miljoen jaar geleden, brak dit continent in tweeën. Het grootste deel verplaatste zich met een (relatieve) noodgang verder naar het noorden, botste tegen Azië en vormde de Himalaya. We noemen het tegenwoordig India. Het andere stuk continent bleef wat verweesd achter: Madagaskar. Een eilandcontinent.

De flora en fauna die zich erop bevond, heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een geheel eigen, endemische biodiversiteit. Diergroepen die we elders aantreffen, zoals hoefdieren, olifanten, roofdieren en konijnen ontbreken er. Af en toe vloog er een vogel heen of spoelde een drijvend eiland aan met daarop knaagdieren. En op een of andere manier geraakte een primitieve primaat ook op Madagaskar, vermoedelijk zo’n zestig miljoen jaar geleden en wellicht ook dankzij een elders losgeslagen drijvend stuk mangrovebos.

Sindsdien heeft zich een bizarre diversiteit aan primaten ontwikkeld die alleen op Madagaskar voorkomen en nergens anders: de lemuren. Er waren en zijn vele tientallen soorten; intussen zijn de nodige uitgestorven en veel andere zwaar bedreigd. De oorzaken kunt u wel raden. De grootste nog levende soort is de indri (Indri indri) die wel zesenhalve kilo weegt, de kleinste is de muismaki (Microcebus rufus), die – de naam zegt het al – de maat van een flinke muis heeft en nog geen half ons weegt.

Ontbossingsspook

Het zijn allemaal bosbewoners en daar zit meteen een belangrijk deel van het probleem, want ook op Madagaskar waart het ontbossingsspook rond. Het eiland is nogal bergachtig en ontbossing vindt gebruikelijk vooral plaats op de vlakkere delen van het land, omdat daar eenvoudiger kan worden gebouwd en geboerd.

Maar de gedachte dat de lemuren dan wel een beetje inschikken en naar hoger gelegen bossen verkassen om daar verder te leven, klopt niet. Deze week verscheen daarover een interessante studie in het tijdschrift Mammal Review. Onderzoekers van de universiteiten van Oxford en Nijmegen onderzochten de verspreiding van 26 soorten lemuren (van muismaki tot indri) op 492 locaties, en relateerden die aan de lichaamsgrootte van de dieren, de hoogte, de als voedsel beschikbare plantengroei en aan menselijke verstoring. Het resultaat van het onderzoek wijst erop dat lemuren liever niet in hogere bossen leven.

De weinige nog intact gebleven laaglandbossen bleken de grootste diversiteit aan lemuren te huisvesten. Die bossen bevinden zich uit de aard van hun laaggelegenheid in de kuststreken en juist daar zitten natuurlijk ook de meeste mensen. U snapt het probleem.

De resterende laaglandbossen moeten dus beschermd worden om de bijzondere lemuren niet volledig te laten verdwijnen, want naar boven verhuizen zit er helaas niet in.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden