Voedselveiligheid

De normen voor bestrijdingsmiddelen op voedsel zijn veel te soepel, vinden deze onderzoekers

Landbouwgif wordt over uien gespoten. Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

Weg met al die bestrijdingsmiddelen op voedsel. De normen daarvoor zijn veel te soepel en inconsequent, vinden twee onderzoekers. Het uitgangspunt is volgens hen niet wat veilig is, maar wat gangbaar is.

 Pel een sinaasappel of een mandarijn uit de supermarkt en je handen zitten vol glinsterend spul: een cocktail van glans- en bestrijdingsmiddelen. Vrijwel niemand die precies weet welke stoffen dat zijn, al gaat de overheid ervanuit dat ze geen kwaad kunnen.

Maar de onderzoekers Jelmer Buijs en Margriet Mantingh denken daar heel anders over. Het duo staat te boek als kritisch en is niet te bevreesd om dingen fundamenteel ter discussie te stellen. Vorig jaar haalden ze zich nog de woede van de boeren op de nek met een geruchtmakend onderzoek op 28 Gelderse boerderijen. In mest, in de bodem en in krachtvoer troffen ze daar liefst 134 verschillende chemische bestrijdingsmiddelen aan. Zoveel gif, dat insecten het loodje legden. Daarmee was meteen de relatie duidelijk tussen de teloorgang van weidevogels en die chemische middelen.

Buijs en Mantingh doen nu opnieuw van zich spreken. Ze analyseerden een onderzoek van de Nederlandse Voedsel een Warenautoriteit (NVWA) naar bestrijdingsmiddelen op producten in de winkel. Dat onderzoek, uitgevoerd in 2018, is december vorig jaar gepubliceerd. Hun conclusie: bij het vaststellen van de wettelijke normen gaat het niet primair om de volksgezondheid, maar vooral om de gangbare landbouwpraktijk.

In babyvoeding mag 1200 keer meer van de insecticide imidacloprid zitten dan in slootwater

Neem bijvoorbeeld het insecticide imidacloprid, zegt Buijs. “In potjes baby- en peutervoeding mag per bestrijdingsmiddel 0,01 milligram per kilo voedsel zitten. Dat is een gehalte dat de meeste laboratoria nog kunnen meten. In een liter slootwater mag 0,0000083 milligram imidacloprid zitten. In babyvoeding mag dus nog 1200 keer meer van dit insecticide zitten dan in slootwater. En in tarwe mag 1 milligram van de insecticide deltamethrin zitten. Terwijl de norm voor oppervlaktewater 322 miljoen keer lager is.”

Hoe is dit enorme verschil te verklaren? De normen voor oppervlaktewater zijn opgesteld door ecologen, legt Buijs uit. Die ecologen hebben onderzocht bij welke concentraties verschillende soorten waterorganismen doodgaan of ziek worden. “Voor voeding gaat dat anders. Als we de normen te streng maken, kunnen de meeste bestrijdingsmiddelen niet meer worden gebruikt. Dus wordt er gegoocheld met rekenmodellen, om tot voor de landbouw aanvaardbare hoeveelheden te komen.”

Als producten voldoen aan de normen, zijn ze dus niet per se veilig, vinden Buijs en Mantingh dan ook. Van de 38 verschillende middelen die de NVWA in 2018 aantrof op aardbeien in de winkel bijvoorbeeld, zijn er door de kritische internationale netwerkorganisatie Pesticide Action Netwerk (PAN) 14 geclassificeerd als zeer gevaarlijk voor mens en milieu. Bij appels gold dit voor 6 van de 21 gevonden bestrijdingsmiddelen, bij sinaasappels was dat 9 van de 24.

Inconsequente normen

Het idee achter normen is dat er zelfs voor zeer giftige stoffen veilige doses bestaan, zolang die maar laag genoeg zijn. “Dat klopt niet”, zeggen de onderzoekers. Bovendien zijn groente en fruit lang niet zo ‘schoon’ als de consument vaak denkt. Zo blijkt uit het NVWA-rapport bijvoorbeeld dat appels en aardbeien uit Nederland meer bestrijdingsmiddel bevatten dan die uit het buitenland. In drie van de vijftien aardbeienmonsters van gangbare teelt werd een combinatie van acht tot negen verschillende bestrijdingsmiddelen gevonden, in totaal zo’n 2,2 milligram per kilo. Per saldo goed genoeg om de aardbeien gewoon in het winkelschap te houden.

De huidige normen zijn ook zeer inconsequent, zegt Mantingh. “In een kilo spinazie, sla of komkommer mag 50 milligram van antischimmelmiddel boscalid zitten, in een kilo aardbeien 6 milligram en in een kilo appels en sinaasappels slechts 2 milligram. Van de insecticide thiacloprid is in sinaasappels en druiven 0,01 milligram per kilo toegestaan, terwijl in aardbeien, sla of paprika 100 keer zoveel mag zitten.”

Het lijkt er sterk op dat je van de insecticide imidacloprid Parkinson kunt krijgen

Bij het opstellen van de residunormen wordt verondersteld dat de mens zeer ongevoelig is voor al deze stoffen, vervolgt Buijs. “Het is de vraag of dat klopt. We kunnen proeven doen met regenwormen, snuitkevers en watervlooien, maar niet met mensen. Het lijkt er inmiddels sterk op dat je van de insecticide imidacloprid Parkinson kunt krijgen, maar het is bijna onmogelijk om dat aan te tonen. Deze stof is nu verboden omdat hij een desastreuze invloed heeft op het ecosysteem, maar is jarenlang gebruikt en wat de lange termijneffecten op mensen zijn weten we niet eens. Dat is geen vereiste bij de toelating en het is onmogelijk het te onderzoeken, zeker voordat een stof op de markt komt.”

Een actueel voorbeeld is de herbicide chloorprofam, die in aardappelen bijna 30 jaar was toegestaan in concentraties tot 10 milligram per kilo. “Inmiddels wordt dit middel uit de markt genomen en heeft de Europese Unie de norm 1000 keer strenger gemaakt,” zegt Buijs. “Als het nu niet veilig is, is het dat nooit geweest.”

Hormoonverstorende stoffen

Eigenlijk gaat het bij de toelating van bestrijdingsmiddelen op de markt al mis, zeggen Buijs en Mantingh. Voor alle stoffen wordt ervan uitgegaan dat de dosis de giftigheid bepaalt. Dat principe geldt maar ten dele voor heel veel stoffen, waaronder kankerverwekkende en hormoonverstorende stoffen. In praktijk is bijvoorbeeld van heel weinig stoffen bekend hoe tijdsafhankelijk de werking is, zegt Buijs. “Dat maakt toxicologische rekenmodellen notoir onbetrouwbaar en losgezongen van de realiteit.”

Verder wordt bij toelating niet gekeken naar stapeleffecten. Wat betekent het als je iedere dag een heel leven lang een lage dosis binnenkrijgt? En wat is het effect van allemaal verschillende middelen bij elkaar opgeteld? Op aardbeien kunnen acht tot negen soorten chemische middelen zitten. Zelfs het omstreden glyfosaat, het actieve bestandmiddel van de onkruidverdelger Roundup, mag in kleine hoeveelheden in eten en drinken zitten. Roundup geldt officieel als mogelijk kankerverwekkend. “De hoeveelheden glyfosaat die in menselijke weefsels zijn gevonden, versnellen de groei van borstkankercellen”, zegt Buijs. “Dat zijn concentraties die op voedsel zijn toegestaan.”

Zo is in tarwe 10 milligram glyfosaat per kilo toegestaan, in gerst zelfs 20 milligram, vervolgt hij. “Dat is ook de reden dat de NVWA vorig jaar relatief grote hoeveelheden glyfosaat vond in bier. In maïs is dan weer ‘slechts’ 1 milligram toegestaan. Van de meeste andere bestrijdingsmiddelen mag minstens twintig keer zo weinig achterblijven. “

Een zorgelijke ontwikkeling, vinden beide onderzoekers. Nederland, met 7,7 kilo per hectare Europa’s koploper in het gebruik van synthetische bestrijdingsmiddelen, kent relatief veel kankerpatiënten, zegt Mantingh. “In 2018 hebben 685 mensen per 100.000 inwoners de diagnose kanker gekregen. Borstkanker staat bij vrouwen op nummer één. Bij mannen is dat prostaatkanker. Nederland staat wereldwijd op de derde plek van de landen waar borstkanker het meest voorkomt.”

Nader onderzoek nodig

De relatie tussen blootstelling aan landbouwgif en ziekte verdient dus nader onderzoek, betogen Buijs en Mantingh. En vooralsnog moet vooral het voorzorgsprincipe gelden, vinden zij: hanteer dezelfde normen voor eten en drinken als voor baby- en peutervoeding: 100 tot 1000 keer zo streng. In feite wordt biologisch dan de norm in de landbouw; want de voeding in potjes bestaat uit biologische bestanddelen. “Ja, de hele landbouwsector zou moeten voldoen aan de normen voor baby- en peutervoeding”, beaamt Mantingh.” Minister Schouten heeft vorig jaar verschillende keren gezegd dat ze de residuniveaus in 2030 tot vrijwel nul wil terugbrengen. Ook het ministerie van landbouw zet blijkbaar veel vraagtekens bij de huidige normen.”

‘Ons voedsel is veilig’

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) laat weten dat de maximaal toegestane hoeveelheden bestrijdingsmiddelen op voedsel worden vastgesteld op basis van ‘goede landbouwpraktijken’, die worden afgezet tegen gezondheidskundige grenswaarden. De residunormen worden door de Europese Commissie vastgesteld voor alle lidstaten. Voor babyvoeding geldt een maximaal toegestane hoeveelheid bestrijdingsmiddel van 0,01 milligram per kilo, de grens van wat nog te meten is. Voor een klein aantal stoffen gelden lagere limieten.

Het college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), dat beoordeelt of chemische middelen veilig zijn, zegt in een reactie: “Ons voedsel is veilig. In de Europese regelgeving wordt de voedselveiligheid gewaarborgd door naar de aanvaardbare dagelijkse inname (adi) te kijken. Met dierproeven wordt per stof vastgesteld hoeveel een mens er iedere dag, zijn leven lang, veilig van kan innemen. Om de verschillen tussen mensen en dieren, en tussen mensen onderling (kleuters, volwassenen) mee te nemen, geldt een veiligheidsfactor van één honderdste ten opzichte van de bij dieren gevonden veilige waarde.”

“Daarnaast is er de norm hoeveel van een stof mag achterblijven op een gewas. Bij het vaststellen van deze norm worden ook andere gewassen meegenomen die met dezelfde stof kunnen worden behandeld. De som van de resten in de verschillende producten mag nooit hoger zijn dan de adi. Zelfs als je de effecten van verschillende stoffen die op aardbeien worden gevonden, bij elkaar optelt, is er dus geen gezondheidsrisico. Dat is onlangs ook aangetoond door het RIVM.”

Lees ook:

Groenten en fruit zijn vaak vervuild met hormoongif

Op voedsel in Nederlandse winkels zijn restanten van bestrijdingsmiddelen te vinden die kunnen leiden tot medische problemen.

‘Nederland schiet tekort in aanpak van pesticidegebruik’

De Europese Rekenkamer is vernietigend in een rapport: de EU doet op alle fronten te weinig aan de milieu- en gezondheidsrisico’s van pesticidegebruik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden