De nieuwe Vogelatlas meldt veel misère, maar we kunnen nog ingrijpen

Een mannetjes-blauwborst. Beeld Harvey van Diek

Liefst 2,3 miljoen vogels hebben ze geteld, de ruim tweeduizend vrijwilligers van Sovon Vogelonderzoek. Daar waren ze zo’n 190.000 uur voor in touw. Allemaal voor de nieuwe Vogelatlas, een boekwerk met een sombere boodschap.  

Heel in het begin van de nieuwe Vogelatlas denk je nog dat het goed gaat in ons land. In vergelijking met de periode ’73-’77 broeden er 41 soorten meer (vooral exoten en iconische soorten als zeearend en kraanvogel) en is ook het aantal overwinterende vogels toegenomen. Zo vertienvoudigde het aantal overwinterende ganzen sinds 1975 tot 2,4 miljoen dieren nu.

Verder lezend in de vandaag verschenen Vogelatlas slaat optimisme om in droefenis. Met name de soorten die gebonden zijn aan open landschappen als heide en duin (grauwe klauwier, paapje, bontbekplevier of tapuit) en die van het kleinschalig boerenland (steenuil, ringmus) verdwijnen in rap tempo, weinig eisende vogels – generalisten – nemen hun plaats zin.

Voor de vierde keer sinds ’77 heeft Sovon Vogelonderzoek een Vogelatlas uitgegeven waarin aantallen en verspreiding van alle in Nederland voorkomende broedvogels plus, en dat is voor het eerst, alle overwinteraars. Ruim 3,7 kilo en 640 pagina’s aan vogelfeiten. Feiten die Ruud Foppen van Sovon Vogelonderzoek, een van de samenstellers van het boek, niet als een litanie van ellende zou willen typeren. “Maar blij word je hier ook niet van.”

Vervlakkend landschap

Het lukt binnen noch buiten de natuurgebieden om de soorten waarvoor Nederland een speciale internationale verantwoordelijkheid heeft afdoende te beschermen. “De grutto – 97 procent van deze Europese broedvogels broedt bij ons – is wel het sterkste voorbeeld.” Er zijn er nu nog naar schatting 35000 gruttoparen over. In de eerste helft van de jaren zeventig waren dat er 120.000. 

Door het grote aantal landschappen, van bos tot wad en van hei tot moeras, heeft Nederland de potentie een ongekend gevarieerde vogelbevolking te hebben. Foppen: “In vergelijking met Engeland of Duitsland springen we er nog steeds uit. Want hoewel Engeland vijf en Duitsland negen keer zo groot is als ons land, hebben die maar een fractie meer broedvogels. Wij 257, Engeland 289 en Duitsland 280.”

Een mooie positie, maar geen zekere, zo blijkt uit het verhaal van de vogelman. “Ons landschap vervlakt in hoog tempo. De specifieke eigenschappen van het open hei en duin en die van kleinschalig boerenland verdwijnen door verruiging, verstruweling en intensivering en daarmee de kenmerkende vogelsoorten.”

De teloorgang op het open boerenland, daar heeft niemand het meer over. Een veeg teken, constateert Foppen. “Blijkbaar beschouwen we dat als gegeven. We kennen al zo lang de desastreuze effecten van de landbouw. De grutto in de vrije val, de patrijs en veldleeuwerik.”

Agrarisch natuurbeheer zoals de aanleg van akkerranden, biedt volgens Foppen veel te weinig soelaas. Alleen overwinterende ganzen voelen zich thuis bij de boeren.

Brekebeentjes

De negatieve invloed van de landbouw doet zich vrijwel overal voelen. In open landschappen, maar zelfs in de bossen op arme grond. De enorme stikstofdepositie zorgt voor een sterke verzuring. “De brekebeentjes bij de kool- en pimpelmees zijn terug. Zwakke eieren en jongen door het gebrek aan kalk. Hetzelfde zagen we een aantal jaren geleden toen de zwavelneerslag te hoog was. Dat probleem is tegenwoordig kleiner. We weten het nu van deze twee vogelsoorten in de armste bossen; waarschijnlijk breidt het verschijnsel zich als een olievlek uit.”

Misère, maar machteloos staan we niet, zo blijkt uit Foppens verhaal. Natuurontwikkeling op voormalig boerenland en langs de grote rivieren akkerreservaten aanleggen hebben hun nut al aangetoond. In de moerasgebieden heeft verbeterd beheer plus een betere waterkwaliteit geleid tot een forse toename van baardmannetjes, blauwborsten en aalscholvers. Foppen: “En er is zoveel meer mogelijk. Met de vogels die afhankelijk zijn van beperkt dichtgegroeide moerassen zoals de grote karekiet, roerdomp en snor gaat het heel slecht. Her en der stukje open water maken dat kan verlanden heeft nauwelijks nut. Grootschalige ingrepen wel.”

Zo leidde betere (Europese) bescherming tot een forse toename van roofvogels, vestigden viseters als de grote zilverreiger en zeearend zich hier en zorgde de aanleg van broedeilanden voor terugkeer van grote sternkolonies.

Natuurlijke tuinen

Zelfs de verstedelijking leidde tot een forse toename van bepaalde vogelsoorten. Steden kunnen vogelrijk zijn door hun diversiteit. Honderd soorten is mogelijk, zeker als de tuinen natuurlijker worden. De oppervlakte stad verdubbelt tot 2050. “Gebeurt dit ten koste van het intensief gebruikte boerenland dan is de winst groter dan het verlies. Helaas geen plek meer voor grutto en kievit. Maar die zijn in het regulier gebruikte boerenland toch al zo goed als weg.”

De vogelbevolking in de wintermaanden is de afgelopen decennia ook sterk veranderd. Met name veel grasetende watervogels namen toe zowel in aantallen als in soortenrijkdom. Het gevolg van groei van de Europese populaties en zachte winters. Meer ganzen, meer zwanen, meer reigers. De grote zilverreiger werd doodnormaal (meer dan 10.000 exemplaren), het grootste deel van de West-Europese populatie dwergganzen overwintert hier, wilde zwanen gedijen. “Zaadeters als kneu, geelgors en ringmus jammer genoeg niet meer. Die hebben niets meer te eten in het boerenland ’s winters.”

Veel narigheid in de Vogelatlas, maar Foppen legt het hoofd niet in de schoot. “We kunnen nog ingrijpen, omstandigheden verbeteren. En niet alleen voor de vogels. Als we leefgebieden herstellen is dat voor alle dieren en planten goed. We moeten het proberen. Dat zijn we aan de natuur verplicht.”

Geen jagers

Na protest van vogelliefhebbers besloot Sovon eerder deze week dat er, op de Landelijke Dag van Sovon in Apeldoorn, geen infostand van jagers zal zijn. Maar de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging is wel een van de sponsoren van de nieuwe Vogelatlas. In totaal namen sponsoren 278 soorten voor hun rekening. De Nederlandse jagers tekende voor twee vogels: de patrijs (niet bejaagbaar) en de fazant (wel bejaagbaar). Overmatig gul waren ze niet: €250 per soort. Groningen Seaports betaalde het meeste, 5000 euro voor de Noordse stern.

Vol met cijfers

De Vogelatlas is een wetenschappelijk en serieus boekwerk, maar het leent zich ook prima om in te grasduinen op zoek naar opmerkelijke getallen.

Een paar: Nederland telt 8 tot 12 miljoen vogelbroedparen. In juni-juli vliegen er, inclusief jongen en ongepaarde, 40 tot 80 miljoen vogels rond. In de wintertijd zijn dat er 21 tot 31 miljoen. Gewicht: vogelbevolking in broedtijd 4-5 miljoen kilo, in de winter 11-14 miljoen kilo (ganzen zijn zwaar). Het aantal soorten regelmatige broedvogels is 207 (plus 32 exoten), overwinteraars 261 (plus 80 exoten). In 1970 waren het er 197 (plus 8) en ’s winters in de jaren tachtig 235 (plus 20). Meest voorkomende broedvogel is de merel (875.000 broedparen), wijdst verspreid is de wilde eend (97% van Nederland).

Vogelatlas Sovon, Kosmos; 1030 verspreidingskaarten, 324 beschreven soorten; 640 blz., €60,00

Lees ook:

De scholekster is in rap tempo aan het verdwijnen

Hij is bezorgd. Heel bezorgd, de scholeksterman van Nederland, Bruno Ens.Zijn’ vogel zit in een vrije val. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden