Een nevengeul in de Klompenwaard.

ReportageRivierbeheer

De natuur haar gang laten gaan werkt niet overal: een nevengeul moet je onderhouden

Een nevengeul in de Klompenwaard.Beeld Koen Verheijden

Nevengeulen, zijtakjes bij de rivier, zijn een weldaad voor de natuur. Maar dat ecologisch effect is tijdelijk, ontdekte ecoloog Twan Stoffers. Wie de natuur haar gang laat gaan, doet kritische riviervissen als barbeel en serpeling tekort.

Zie je dat zand?”, vraagt Twan Stoffers. “Foute boel natuurlijk. Zand belemmert de doorgang waardoor het rivierwater minder vaak door de geul stroomt, terwijl dat juist de bedoeling was. Zulke barrières zie je jammer genoeg op meer plekken ontstaan. Bij Katerstede-Welsum in de IJssel en bij Hurwenen in de Waal bijvoorbeeld. Niet best voor vissen, planten en insecten en daarmee indirect voor de vogels. Maar hoop gloort. Rijkswaterstaat is met een inhaalslag bezig.”

Het is een ongekend zonnige winterlentedag als Stoffers polshoogte neemt in de Klompenwaard, een uiterwaard op de splitsing van Rijn en Waal nabij Pannerden. De promovendus aan de Aquacultuur en Visserijgroep van de Wageningen Universiteit doet in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoek naar de ecologische waarde van nevengeulen voor vissen.

Onderzoek bij weer en wind en, zoals nu, op heerlijke dagen. Een groepje Konikpaarden pootjebaadt, ganzen trekken lijnen door de lucht, konijnenkeutels wijzen op een herstellende konijnenstand. Het landschap oogt idyllisch, de natuur ‘in orde’. Maar niet voor de promovendus.

Een nieuw waterbeheer

Nederland is een land van inperken en reguleren, in elk geval op watergebied. Eeuwenlang werden de rivieren in een keurslijf gedwongen. Vrijelijk overstromen kon niet meer, nieuwe (tijdelijke) meanders werden niet langer getolereerd, net zomin als nevengeulen. De variatie in stromend en stilstaand, diep en ondiep en daarmee warm en koud water verdween daardoor nagenoeg. Die variatie is belangrijk voor vissen, macrofauna en zoöplankton en daarmee voor vogels, legt Stoffers uit terwijl hij vervaarlijk over de reling van een brug over een nevengeul in de Klompenwaard buigt, een geul die niet langer door oneindig laagland stroomt.

De promovendus: “Landschappelijke diversiteit is nodig. Zo zetten rivierprikken en barbelen hun eitjes af in het grindbed van snelstromend water terwijl de kleine modderkruiper rustiger water met waterplanten, dood hout en een slibbige bodem verkiest. Muggenlarven en watervlooien zijn vooral te vinden in stilstaand water, haftennimfen en larven van de rivierrombout juist in stromend. Steltlopers op de slikvlakten, oeverzwaluwen in de steile oevers, reigers aan de waterkant.”

Het reguleren en inperken bleek begin negentiger jaren niet langer afdoende. Door de klimaatverandering stijgen de piekafvoeren. Zo sterk dat in 1993 en 1995 sprake was van regelrechte waterrampen. Voor Rijkswaterstaat voldoende aanleiding voor ‘Ruimte voor de rivieren’, een groot plan om onder meer door het aanleggen van nevengeulen het stroombed van de rivieren te vergroten en zo de waterstand te verlagen. Een deel van de geulen werd een echte bypass, aan twee zijden aan de rivier aangetakt en dus meestromend, andere – de strangen – slechts aan één zijde met de rivier verbonden en ‘doodlopend’.

Rijkswaterstaat wilde de zieltogende riviernatuur een flinke oppepper geven. Beeld Koen Verheijden
Rijkswaterstaat wilde de zieltogende riviernatuur een flinke oppepper geven.Beeld Koen Verheijden

Een uitgekiende aanleg van strangen en nevengeulen moest de veiligheid en de doorgang voor de scheepvaart verbeteren terwijl tegelijkertijd de zieltogende riviernatuur een flinke oppepper zou krijgen. Voor Rijkswaterstaat is ecologie tegenwoordig ook een kerndoel. Zowel de landelijke afspraken (Natuurnetwerk Nederland) als de internationale richtlijnen (Kaderrichtlijn water, Natura 2000) eisen dit.

Werkt het eigenlijk?

Dertig jaar na aanleg van de eerste nevengeul – de Duursche Waarden – vond Rijkswaterstaat het tijd om het ecologisch effect van de nevengeulen onder de loep te nemen. Stoffers begon op 74 locaties, waaronder 26 nevengeulen, met bemonstering. Het vier jaar durende veldwerk met vele honderden bezoeken is inmiddels afgerond en de onderzoeker is druk met het uitwerken van de data. Voor definitieve conclusies is het nog te vroeg; eerste zijn al wel te trekken.

Stoffers, beide armen spreidend: “Deze inlaat van de nevengeul, de verbinding met de rivier dus, is te smal aangelegd. Daardoor bezinkt kort achter de inlaat zand en ontstaat er een drempel. De stroom valt vrijwel stil; het water wordt stilstaand en weinig gevarieerd. Dat terwijl de ecologische rijkdom juist het gevolg is van de variatie in stilstaand, stromend, diep, ondiep, koud en warm water.”

Het euvel signaleert de promovendus op meer plaatsen. Het neerslaan van zand hoeft niet dramatisch te zijn, mits er regulier onderhoud wordt gedaan waarbij het zand wordt weggehaald, zo legt hij uit. “Maar dat gebeurde tot voor kort dus helemaal niet.”

Het opslibben van het zand is niet het enige probleem. Ook het huidige kapbeheer van Rijkswaterstaat tast de ecologische waarde van de nevengeulen aan. Ten behoeve van de doorstroming van het water en dus om hoogwater te voorkomen, worden nu geregeld de wilgen langs de nevengeulen gekapt. De bomen schieten spontaan op aan de oever. De wilgen zijn onder meer belangrijk voor insectenlarven om zich ‘staande te houden’, jonge vissen schuilen tussen de wortels voor de veelal visetende volwassen vissen. “Zand en kappen kosten dus simpelweg natuur.”

Even gaat de kijker voor de ogen. Een groep smientjes vliegt over en ja, vogels en natuur blijven ondanks zorgen toch altijd genieten.

Onderhoud scoort niet

Onderhoud is nodig, maar stond bij Rijkswaterstaat lang niet op het netvlies, laat staan op de planning, erkent Margriet Schoor, ecoloog bij Rijkswaterstaat. “In het begin was het idee juist dat je de natuur haar gang moest laten gaan en vooral niet ingrijpen in natuurlijke processen. Er werd geen geld voor gereserveerd, ook al omdat politiek gezien wel met aanleg maar niet met onderhoud valt te scoren.”

Natuurlijk wisten ook de natuurkenners binnen Rijkswaterstaat heus wel dat door successie en dus onder meer het opschieten van bos bepaalde biotopen, waaronder overstromingsvlakten verloren zouden gaan, maar door doorlopend nieuwe geulen aan te leggen, zou dit bezwaar getackeld worden, was het idee.

Schoor: “Het uitgangspunt bleek niet te kloppen. Vijftien jaar na aanleg heeft elke nevengeul onderhoud nodig, weten we nu. Zonder onderhoud verworden de geulen tot afgesloten, stilstaande plassen met beduidend minder ecologische waarde. Voor serpeling, sneep en rivierprik bijvoorbeeld. Deze vissen paaien stroomopwaarts. Eieren hebben het hoge zuurstofgehalte van snelstromend water nodig en en larven de gezonde luwte van nevengeulen.”

Juist vanwege het kantelen van inzichten en de verplichtingen richting Brussel laat Rijkswaterstaat Stoffers onderzoek doen en aanbevelingen opstellen. Rijkswaterstaat maakt ook een planning voor onderhoud. Bij nieuwe nevengeulen worden sowieso geld en tijd gereserveerd voor periodiek onderhoud. Veiligheid is en blijft voor Rijkswaterstaat echter veelal doorslaggevend. Schoor: “Het kan voor de vissen beter zijn de bomen te laten staan, maar als deze in verband met de doorstroming in het ontwerp niet staan gepland, gaan ze toch echt tegen de vlakte. In de Klompenwaard hebben de vissen geluk. Er is een bever gesignaleerd en de bomen mogen dus niet gekapt worden. Zo gaat de natuur toch voor.”

Voor Stoffers is de inspectie inmiddels afgerond. Tijd om even zorgeloos te genieten. Een aalscholver strijkt neer op een rivierkrib, de zon verzilvert het, een eerste hommel kondigt de lente aan.

Lees ook:

Verwachtingsvol groen in de Vreugderijkerwaard langs de IJssel

De IJssel kreeg meer ruimte om te overstromen. Bij laag water blijken de nevengeulen en verlegde dijken een zegen voor de natuur.

Dood hout doet de rivier leven

Om de rivieren ruimte te geven zijn nevengeulen aangelegd. Maar daarin zit nog weinig leven. Misschien hebben ze omgevallen bomen nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden