ReportageHuismus

‘De mussenman’ zet alles op alles om de huismus in Den Haag in de watten te leggen

Beeld Inge van Mill

De mussenpopulatie in Nederland is de afgelopen dertig jaar meer dan gehalveerd. Dankzij vogelbeschermer Martin van de Reep kwetteren de mussen langs de Haagse kust er weer flink op los.

In de voorgevel van het Haagse hoekhuis, tussen het isolatiemateriaal en de dakgoot in, zit een opening die precies groot genoeg is voor de mus. Het vogeltje steekt zijn kop naar buiten, kijkt een paar keer alert om zich heen en vliegt dan richting de duinenrij verderop. Nog eens vijf mussen volgen zijn voorbeeld en beginnen tussen de begroeiing een zoektocht naar zaadjes. Hier, aan de rand van de wijk Duindorp, vliegen de mussen je om de oren. De jarentwintigwijk vormt een ideaal leefgebied voor de huismus: er is genoeg eten in de duinen te vinden, her en der staan haagjes waar de vogel bij gevaar in kan wegduiken en onder de dakranden van de huizen is plek om te broeden.

Duindorp was zeven jaar geleden een van de laatste plekken in de omgeving waar nog mussen kwetterden. Dat zat Martin van de Reep, stadsvogeldeskundige bij de Haagse Vogelbescherming niet lekker. De angst bekroop hem dat op een dag de oude huizen in de wijk gesloopt zouden worden en dat daarmee ook de mussen zouden verdwijnen. Om dat te voorkomen wilde hij op een andere plek in de buurt alvast een fijne leefomgeving voor de vogels creëren. Hij keek om zich heen en zag aan de andere kant van de wijk een leeg terrein. Op die plek zouden nieuwe appartementen worden gebouwd.

Van de Reep zag zijn kans schoon. Hij belde naar de gemeente en stelde voor om in de nieuwbouwwijk plek voor de mussen te maken. Hij ontwierp nestkasten en deed voorstellen voor musvriendelijke beplanting. Samen met de stadsecologen zette hij alles op alles om de huismussen in de nieuwbouw flink in de watten te leggen.

Door het aanleggen van groen en ook schuilplekken bij huizen probeert Martin van de Reep ervoor te zorgen dat de mussenpopulatie in Den Haag stijgt.Beeld Inge Van Mill

Van de Reep (73) loopt tussen de nieuwe appartementencomplexen door en wijst trots naar boven. Aan de zijkant van een flat hangen verspreid over de muur zeker twintig nestkasten voor mussen. Van de Reep pakt de verrekijker die om zijn nek hangt en tuurt naar boven. “Ja, ja kijk”, roept hij uit, “daar zitten ze.” Inmiddels staan de nieuwe ­appartementen er al drie seizoenen en heeft er zich een populatie van zo’n zestig mussen in de nestkastjes gevestigd. “Oh, en daar komen ze aan,” roept Van de Reep. Een groep mussen scheert kwetterend over een grote haag voorbij.

Volgebouwd

In Nederland broeden naar schatting zeshonderdduizend tot een miljoen paar huismussen. Toch staat het dier sinds 2004 op de Rode lijst van ­Nederlandse broedvogels. Het aantal huismussen in Nederland is de afgelopen dertig jaar meer dan gehalveerd. Langs de kust en op het platteland vliegen de bruine vogeltjes nog rond, maar in steden is de huismus vrijwel geheel uit het straatbeeld verdwenen. Volgens Van de Reep is verstedelijking dan ook het voornaamste probleem: “Het vogeltje heeft heggen en struiken nodig om zich in te verstoppen voor de sperwer. Ook heeft het een gevarieerd dieet en moet het genoeg ­zaden, besjes en insecten kunnen vinden. In de huidige steden is alles zo volgebouwd dat er nog maar weinig begroeiing is. Dan kan de huismus niet meer overleven.”

Esther Vogelaar is stadsecoloog voor de gemeente Den Haag en ook zij heeft zich bij het nieuwbouwproject ingezet voor de huismus. Vogelaar is het met Van de Reep eens: “Het feit dat het aantal mussen zo drastisch is afgenomen zegt iets over hoe steden zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld. Er is veel bijgebouwd, tuintjes zijn versteend en schuttingen hebben heggen vervangen.” De vogel is dus een goede indicator voor de hoeveelheid groen in de stad en Vogelaar zou de mus graag weer in grotere aantallen terugzien in de Hofstad.

Beeld Thijs van Dalen

Van de Reep loopt tussen de nieuwe gebouwen door, richting een oude sluiswachterswoning. Het monumentale pand wordt verbouwd tot Italiaans restaurant en delicatessenwinkel.

“Hé, de mussenman”, roept een vrouw enthousiast vanaf de oude woning.

Ann Piacenza (42) is de mede-eigenaresse van de zaak en komt aangesneld als ze Van de Reep ziet naderen. “De mussen waren een paar weken weg”, vertelt ze bezorgd, “maar gelukkig zijn ze nu weer terug.” Ze wijst naar een oud muurtje dat naast een vervallen schuur staat. Het hangt vol met klimop en bruidssluier en vanuit de beplanting klinkt het gekwetter van mussen. Ze vliegen heen en weer tussen het muurtje en een kleine voedersilo die op de grond staat.

“Ik heb van de week met de gemeente gesproken en ik kreeg te horen dat de oude schuur en het muurtje over een jaar gesloopt worden. Ik heb duidelijk gemaakt dat er pas gesloopt mag worden wanneer die nieuwe meidoorn voor de mus dicht genoeg is ”, zegt ze.

Piacenza is, zoals ze zelf zegt, ‘fan van de huismus’ en ze heeft niets liever dan dat de vogels ook op haar toekomstige Italiaanse terras zullen rondhippen. Van de Reep is blij met Piacenza’s inspanningen. “Jarenlang is de huismus een algemeen vogeltje in Nederland geweest. Maar de mensen zijn een beetje vergeten om hun best voor hem te doen. Dat moet veranderen.”

In stand houden

Stadsecoloog Vogelaar vindt dat er bij alle nieuwbouwprojecten rekening gehouden moet worden met de mus. “Denk aan het plaatsen van nestkasten. Het lastige is alleen dat er geen garantie bestaat dat de mussen daar ook op afkomen; de leefomgeving moet voor deze vogels ook echt op orde zijn.”

Nieuwe appartementen met nestkasten voor mussen.Beeld Inge Van Mill

Een mus vliegt vaak niet verder dan vijfhonderd meter vanaf zijn broedplek. Dat maakt het lastig om het vogeltje weer terug in de stad te krijgen als het daar eenmaal uit is verdwenen. Van de Reep: “Ik hoop dat ik ervoor kan zorgen dat de mussenpopulatie langs de kust weer een beetje toeneemt. Met kleine stapjes probeer ik het leefgebied uit te bereiden.” 

Toch betwijfelt Vogelaar of een volledige terugkeer van de huismus in de stad realistisch is: “Den Haag is nou eenmaal een dichtbevolkte stad met veel verharding en gebouwen. Ik denk dat het belangrijk is dat we de huidige populaties in stand houden. Dat is waarschijnlijk al moeilijk genoeg.”

Lees ook:

Het verschil tussen een huismus en een heggemus

Waarom heet een heggemus mus? Omdat de naamgever hem op een mus vond lijken, waarschijnlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden