Discussie

De morele waarde van wildernis

Vanuit observatiecentrum de Zeearend turen bezoekers over de Oostvaardersplassen. Beeld Pim Ras

Moeten de Oostvaardersplassen geld in het laatje brengen? Wel volgens de provincie Flevoland. Wat betekent dat voor het gebied als symbool van Nederlandse wildernis?

Worden de Oostvaardersplassen een safaripark, een soort Beekse Bergen? Komen er straks hotels van waaruit de toerist het inheemse wild optimaal kan observeren? Moet het moerassige terrein toegankelijker worden? Dat plan van de provincie Flevoland zorgt voor verhitte discussies - en zeker niet alleen lokaal. 'De nieuwe wildernis', zoals het natuurgebied ook wel heet sinds er een film met die titel over werd gemaakt, is al decennialang het felst bediscussieerde stuk natuur van Nederland. Moeten we de Konikpaarden en Heckrunderen die er zijn neergezet bijvoederen of laten we ze doodhongeren? Natuurminners winden zich er graag over op, want de Oostvaardersplassen zijn iets bijzonders: een echt stukje wildernis in een klein, dichtbevolkt land.

Of het gebied werkelijk zo wild is, daarover is van meet af aan geruzied, want de grazers kunnen het gebied niet uit. Toch hebben de Oostvaardersplassen wel de culturele status van een 'wildernis', al is het maar in onze verbeelding. De goedbezochte documentaire heeft zeker bijgedragen aan de status van het gebied als terrein waar dieren en planten meer dan elders hun gang kunnen gaan. Dat zoiets bestaat, in Nederland!

Beeld Hollandse Hoogte

Aantrekkelijk

Sinds deze herfst liggen er dus nieuwe plannen, die naar deze week bleek ook het afschieten van grote aantallen grazers met zich meebrengen. Aangevoerd door de SGP en de VVD pleiten statenleden in Flevoland ervoor het gebied toegankelijker én aantrekkelijker te maken. Buitenlandse toeristen zouden het natuurgebied, op luttele kilometers van Amsterdam, moeten kunnen bezoeken. De provincie denkt aan lodges en hotels. "Er moeten recreatieve voorzieningen komen van internationale allure." De randen moeten toegankelijker worden voor meer mensen. En mooier: het kaalgevreten terrein is namelijk amper aantrekkelijk te noemen - dat bleek eigenlijk ook al uit de film 'De nieuwe wildernis'.

Daarbij gebruiken de bewindsleden argumenten die al sinds de ontwikkeling van het gebied rondzoemen, juist onder natuurbeschermers die het oneens zijn met bioloog Frans Vera, de geestelijk vader van het gebied. Hoe natuurlijk zijn de Oostvaarderplassen eigenlijk? De grazers maken korte metten met het groen, het bewust laten verhongeren van dieren is eigenlijk weinig diervriendelijk.

Dat Vera die argumentatie in de krant van dinsdag hypocriet noemde, is wel begrijpelijk. In 'zijn' gebied verhongert 's winters een derde van de grazers, op de Veluwe wordt jaarlijks veertig procent van de edelherten afschoten. Over die jachtpartij hoor je niemand, zeker geen VVD'er of SGP'er. Bovendien: de grazers horen bij het beheerplan. Mag je hun aantal dan zó sterk terugbrengen, alleen om de toeristen een mooier plaatje voor te schotelen?

Beeld ANP

Harde natuur

Twee argumenten pleiten tégen het verzet van Frans Vera. Ten eerste is het helemaal niet ongewoon dat bestuurders geld willen verdienen aan natuurparken. Dat gebeurt overal, zowel in het Amerikaanse Yellowstonepark als in de grote wildparken in Afrika, die vol staan met lodges waar je kunt inslapen met het geluid van brullende leeuwen. Afrikaanse wildparken verdienen zelfs geld aan het recht om dieren af te schieten. Dat trekt toeristen, en het geld wordt weer ingezet voor wildbeheer. Zo ver zal het in de Oostvaardersplassen waarschijnlijk niet komen, maar dát een natuurgebied lijdt onder haar vermarkting spreekt zeker niet vanzelf.

Daarbij komt dat de Oostvaardersplassen inderdaad nooit een echte wildernis zijn geweest. Niet alleen zitten de grazers gevangen, natuurlijke vijanden kunnen het park ook niet in, en dat zorgt voor een problematisch uitdijende populatie aan herten. Dat vraagt om ingrijpen, vinden sommige natuurbeschermers.

En toch verliest die argumentatie een punt uit het oog dat onder meer door milieufilosofen Martin Drenthen en Jozef Keulartz naar voren is gebracht. Al zijn de Oostvaardersplassen geen échte wildernis en al ziet het gebied er niet zo idyllisch uit, toch heeft het gebied grote symbolische waarde. Inderdaad: de natuur is er hard: het zwarte veulen dat de hele documentaire lang gevolgd wordt, gaat echt dood.

Beeld ANP

Onverbiddelijk

Juist die onverbiddelijke natuurwet heeft iets aantrekkelijks. De beelden bevredigen een verlangen dat elders in Nederland niet bevredigd wordt: verlangen naar een levensvorm buiten de menselijke zorg en bemoeienis om. Dat de grazers niet makkelijk in beeld komen - je ziet ze nog het beste vanuit de trein, als schimmen aan de horizon - versterkt hun mysterieuze ongereptheid. Zoals Frans Vera zegt: "Ze hebben de vrijheid, ze kunnen hun eigen partners kiezen en jazeker: er is natuurlijke selectie in de winter, want dan is er minder voedsel." Als symbool van een ongetemd bestaan vertegenwoordigt de 'verwaarloosde' grazer het verlangen naar het ongerepte.

Dat Nederlandse natuur dit verlangen kan belichamen, is bijzonder. Halverwege de vorige eeuw leek onze interessantste natuur juist het gevolg van menselijk ingrijpen. Veel dieren hadden in de 'halfnatuur' hun habitat gevonden, en de mens leek de natuur het beste te dienen als rentmeester, als vriendelijke bemoeial. Pas in de late jaren zestig veranderde dat, toen aan de rand van het Flevopark min of meer spontaan een moerassig nieuw natuurgebied ontstond, waar dierenleven zich juist zónder de mens ontwikkelde. Die ontdekking zorgde op meer plaatsen voor 'nieuwe wildernis', waarin halfwilde grazers een belangrijke rol spelen.

Beeld Hollandse Hoogte

Rommeltje

Met die nieuwe vorm van 'oernatuur' groeide ook de Nederlandse gehechtheid aan natuur als wildernis. Het plan van Frans Vera om de Oostvaardersplassen in te richten als een gebied waar niet de zorgplicht, maar de 'afblijfplicht' gold, paste in dat verlangen. Dieren niet bijvoederen, de karkassen laten liggen, dat is natuur waar de mens zijn handen van afgetrokken heeft, dat is echte natuur.

Je zou het een wrede, amorele wereld kunnen noemen, maar milieufilosofen wijzen juist op de morele betekenis van deze 'buitenmenselijke' orde. Juist doordat het in de Oostvaardersplassen esthetisch gezien nogal een rommeltje is en je er zomaar op een dood veulen kunt stuiten, werken ze bevrijdend. Het kan een opluchting zijn te weten - of te denken - dat er nog een biotoop bestaat waar onze onvermijdelijk tijdgebonden ideeën van wat goed is en slecht niet lijken op te gaan. De invloedrijke Amerikaanse ecoloog Eric Katz stelt dat wildernis, hoe geconstrueerd ook, ons bescheidenheid leert. Niet alles bestaat om door ons geannexeerd en getemd te worden.

Beeld Hollandse Hoogte

Wilde melkkoe

Nu er plannen zijn om de Oostvaardersplassen aantrekkelijker te maken en zelfs financieel te exploiteren, weegt dat argument nog zwaarder. Exploitatie is niet voor niets een woord dat veel natuurliefhebbers tegen de borst stuit. Nog veel dwingender dan het voornemen een gebied met milde hand bij te sturen richting grotere biodiversiteit of minder dierenleed, vraagt de exploitant de natuur iets terug te betalen, ze moet haar bestaansrecht verdedigen door geld te verdienen.

En dat botst wel heel sterk met het ideaalbeeld van een wildernis waaraan mensen hun eigen wensen juist zo min mogelijk opdringen. Nu nog hoeven de Oostvaardersplassen niet mooi of nuttig of aardig te zijn - juist daarom kunnen ze in het op nut gerichte Nederland worden ervaren als een raam op een andere realiteit. Hoe gedragen dieren zich als ze niet voortdurend door ons in de gaten gehouden worden? Wat is de eigen moraal van de natuur? Is die echt zoveel wreder dan de onze?

Nu nog staan de Oostvaardersplassen voor een stukje Nederland dat niet hoeft te beantwoorden aan de morele, esthetische of praktische doelen van het moment. Als ze het terrein worden van projectontwikkelaars, verliezen ze die morele functie, zelfs al gaan de architecten en bouwers nog zo voorzichtig te werk. Dan verschilt het gebied niet meer van al die andere strak beheerde parknatuur waaraan Nederland zo rijk is.

Beeld ANP

Symbolisch tegenwicht

Het lijkt niet zo gek om het experiment van Frans Vera kritisch tegen het licht te houden. Misschien hebben de dieren het wel beter in een 'beschaafde', met zorg beheerde natuur. En als het onze plicht is de natuur verantwoordelijk te beheren, waarom zouden we haar dan niet inrichten naar de redelijke eisen van deze tijd? Meer vogels en minder grazers, een vriendelijker ogend terrein, een stuk Nederland dat toeristen leert genieten - en betalen - voor de natuur: daar lijkt weinig mis mee.

Alleen: als dit bijzondere gebied wordt toegesneden op de wensen van de betalende toerist, verliest het natuurgebied zijn unieke waarde als symbolisch tegenwicht voor een land waarin alles benut en te gelde gemaakt moet worden.

De weergave van de discussie tussen milieufilosofen is ontleend aan het boek 'Woorden en daden' (Boom, 2008) De filosofen Martin Drenthen en Jozef Keulartz bespreken daarin de discussie over de Oostvaardersplassen. Hun eigen opvatting hebben ze neergelegd in teksten als 'Grenzen aan wildheid' (Drenthen, 2003) en 'Strijd om de natuur' (Keulartz, 1998).

De Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen ontstonden op de laagste plek van de Flevopolder die in 1968 werd drooggemalen. In het gebied vormde zich een rietmoeras van 3600 hectare. De 'natte' Oostvaardersplassen werden begin jaren tachtig uitgebreid met een droge rand van 2400 hectare, waarover nu runderen, paarden en herten lopen. Die moeten het gebied open en kaal houden. Een groot deel van het gebied is gesloten voor bezoekers. Dat zal ook zo blijven.

In 2014 telde Staatsbosbeheer ruim 900.000 bezoekers, het merendeel van buiten de provincie. Maar volgens een recente studie loopt het aantal recreanten terug. Staatsbosbeheer spreekt dit tegen en zegt dat in het bezoekerscentrum van het park de afgelopen jaren juist sprake is van een stijgende lijn. Flevoland wil het totale gebied ontwikkelen tot één groot nationaal park met internationale allure. Een naam is er al: Nieuw Land. Ook de Lepelaarplassen, het Markermeer en de toekomstige natuureilanden Marker Wadden moeten daaronder vallen. "Het Oostvaardersplassengebied is Nederlands meest beroemde wildernis, maar op dit moment niet optimaal te beleven", aldus een studie, die onlangs in opdracht van Staatsbosbeheer is uitgevoerd.

De provincie Flevoland is sinds kort verantwoordelijk voor beheer én dierenwelzijn in de Oostvaardersplassen. Vanuit Provinciale Staten van Flevoland wordt al langer aangedrongen op ingrijpen in het gebied, waar afgelopen voorjaar 2700 grote grazers rondliepen. Gedurende de winter is het aantal dieren nog veel hoger: waarschijnlijk meer dan 4000. In de winter gaan honderden runderen, paarden en edelherten dood door ouderdom, ziekte en voedseltekort, of een combinatie van die oorzaken.

Los van de plannen met het gebied willen SGP en VVD in Flevoland dat het aantal grazers drastisch wordt teruggebracht. Beide partijen presenteren vandaag een voorstel voor een nieuw faunabeheersplan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden