Jelles WeekdierBoomkikker

De meeste kikkers zijn bruin, maar de zeldzame boomkikker is net zo groen als een Opel Kadett C

De Hyla Arborea, oftewel boomkikker. Beeld
De Hyla Arborea, oftewel boomkikker.Beeld

Nederland wordt wel gekscherend een kikkerlandje genoemd, vanwege de vele boerensloten waar de amfibieën op zwoele zomeravonden hun gekwaak laten horen. Boerennachtegalen heten ze ook wel, wat mij een belediging lijkt voor echte nachtegalen wier gezang vele malen muzikaler en vooral gevarieerder is dan het monotone gekwaak van de kikkers. Kikkers zijn meestal grotendeels bruin maar worden vooral geassocieerd met de kleur groen; zowel televisiepop Kermit als de onvolprezen wijze Kikker van Max Velthuijs zijn knalgroen, terwijl de enige kikker die echt groen is, niet de bekende boerenslootkwaker is, maar de veel kleinere en zeldzame boomkikker.

De boomkikker is even gifgroen als de tussen 1973 en 1981 op de markt gebrachte Opel Kadett C – of wellicht was die juist even groen als de boomkikker. Er zijn weinig dieren in ons land te vinden die zó groen zijn als boomkikkers; de exotische halsbandparkiet uitgezonderd. Die irritante krijsparkiet toont wel het grote nut aan van dat groen: in de zomer hoor je vogels wel krijsen, maar je ziet ze pas wanneer ze vliegen. Een gifgroen dier in een bladerdek is nagenoeg onzichtbaar en dat geldt ook voor de boomkikker.

Boomkikkers maken een min of meer gansachtig geluid

Een verdere overeenkomst tussen parkiet en kikker is dat beide soorten veel geluid produceren. Boomkikkermannetjes – zoek op het web voor filmpjes met geluid – kwaken niet zo sonoor melancholisch als slootkikkers, maar maken een frequenter, hoger en meer tjilpend geluid; volgens de stichting Ravon (die onderzoek doet naar vissen, amfibieën en reptielen) klinkt het als ‘kè-kè-kè-kè-kè-kè’. Een beetje gansachtig, je zou het zonder voorkennis inderdaad gemakkelijk aan een of andere vogel kunnen toeschrijven. Het vrouwtjeslokkende geluid wordt versterkt door een kwaakblaas die oogt als een enorme onder de kop gesitueerde doorzichtige kauwgombel en klinkt vooral in het voorjaar.

Boomkikkers leven, in tegenstelling tot wat de Nederlandse en de wetenschappelijke naam (Hyla arborea) suggereren, niet in bomen, maar in struiken en bosschages in de buurt van ondiepe plassen en vennen. Braamstruiken zijn favoriet. Met hechtschijfjes aan het eind van vingers en tenen hebben de kikkertjes houvast aan het groene loof. Ooit was de boomkikker in ons land bijna uitgestorven, maar tegenwoordig gaat het gelukkig een stuk beter. Het is een soort van de zuidoostelijke delen van ons land, de zandgronden dus. Ze zijn daarbuiten ook wel stiekem uitgezet, zelfs op Terschelling. Zonder menselijke assistentie is de Waddenzee vanzelfsprekend een onoverkomelijke barrière.

Door natuurherstel meer zwoel avondkabaal

Dat het met de kikkertjes beter gaat is vooral het gevolg van natuurherstel, de aanleg van ondiepe poelen en ecoducten. Tien jaar geleden waren er in Noord-Brabant bij Udenhout en Gilze-Rijen nog maar drie zieltogende populaties over, maar door herintroductie op geschikte plekken is het tij gekeerd. Onder andere de vochtige bossen van natuurgebied De Mortelen bezuiden Boxtel met hun leemhoudende bodem bleken zeer geschikt. Van daaruit worden ook kikkers verplaatst naar de Kampina en het Dommeldal. Vrijwilligers schatten dat er inmiddels enkele duizenden exemplaren in De Mortelen leven. Dat moet binnenkort een hoop zwoel avondkabaal opleveren.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden