Mandrilfamilie in Artis.

OnderzoekDierengedrag

De mandrils in Artis zijn bij de tijd

Mandrilfamilie in Artis.Beeld Ronald van Weeren, Artis

Hebben apen besef van tijd? Jazeker, blijkt uit onderzoek met mandrils in Artis. Ze onthouden wanneer er wat te halen valt.

Artis-hoogleraar ­cognitieve gedragsecologie en UvA-onderzoeker Karline Janmaat is nog steeds opgetogen over het resultaat van het onderzoek dat zij, en in de praktijk vooral haar student Kavel Ozturk, deed bij een groep mandrils in Artis. “We wisten dat primaten kunnen leren wanneer een minuut voorbij is, maar dat ze precies zouden weten hoeveel dagen er al voorbij zijn, was nog onbekend.”

Mandrils leven in grote groepen in de regenwouden van Congo-Brazzaville, Gabon en Zuid-Kameroen. Ze eten onder meer ­zaden, insecten en eieren. Maar ook boomvruchten, die moeten rijpen en dus met ­intervallen beschikbaar komen. “Het is dus handig om te kunnen onthouden hoe lang geleden ze een voedselplek voor het laatst bezocht hebben. Maar kunnen ze dat ook?”, vraagt de gedragsecoloog Ozturk. “Zijn ze in staat een kansberekening te maken? Hoe is hun langetermijngeheugen?” Ozturk studeerde aan de UvA op het onderzoek af.

Zeldzaam en schuw

Mandrils zijn niet makkelijk in het wild te onderzoeken, vertelt Janmaat, terwijl ze een filmpje van een groepje vlooiende ­mandrils laat zien. Ze zijn, met wereldwijd slechts enkele duizenden dieren, uiterst zeldzaam en schuw bovendien. “Ik neem als onderzoeker liever geen risico’s. Onderzoek ontregelt enigszins. Het gevaar bestaat dat dieren aan mensen gaan wennen met alle risico’s van dien. Van stropers bijvoorbeeld”, stelt ze. “Onderzoek in het wild is daardoor bij deze dieren eigenlijk onmogelijk.”

Dierentuin Artis bracht de oplossing. Daar leeft een groep mandrils die al aan mensen gewend en minder schuw is, maar zich tegelijkertijd nog wel natuurlijk gedraagt. Corona maakt een bezoek aan Artis onmogelijk; filmpjes moeten nu het onderzoek illustreren. 

De onderzoekopstelling die de oud-student ­bedacht was even simpel als ingenieus. Verspreid over het verblijf werden druiven en wortels verstopt. Om de twee dagen wortels, om de vijf druiven. Omdat Janmaat ‘in het wild’ al had gezien dat een nauw verwante soort, de roetmangabeys, de connectie tussen zaailingen en de ondergrondse, smakelijke zaden konden maken, werd ook het voedsel onder de grond verborgen en gemarkeerd met wilgenstokken. 

Elke dag opnieuw stak Ozturk verspreid over het buitenverblijf op vaste plekken wilgentakken in de grond. Om de twee dagen begroef hij onder drie, steeds dezelfde, wilgentakken wortels; om de vijf dagen druiven, onder drie andere, maar ook steeds weer dezelfde wilgentakken. De overige dagen werd er niets, of onder alle zes een druif en wortel begraven. De wilgentakken stonden er elke dag, en de uitdaging was om te weten onder welke tak er op die specifieke dag voedsel te vinden was.

Ozturk: “Om de apen te leren dat er onder de takken voedsel verborgen lag, heb ik eerst niet alleen ondergronds, maar ook bovengronds een druif of wortel bij de verschillende takken neergelegd. Deze apen graven van nature en ze vonden dus ook het begraven voedsel.”

Etende mandrils in Artis. Beeld Artis, Ronald van Weeren
Etende mandrils in Artis.Beeld Artis, Ronald van Weeren

Uren stilzitten in regen en wind

Na de leerperiode legde de onderzoeker om de twee dagen onder de ‘worteltakken’ een wortel, om de vijf dagen onder de ‘druiftakken’ een druif. Een lange periode van geduld en concentratie volgde. 113 dagen achtereen noteerde de masterstudent dagelijks nauwgezet alle bewegingen van de mandrils. Uren en uren stilzitten in regen en wind, slechts onderbroken door een korte plaspauze. 

Een filmpje begint. Acht mandrils lopen het buitenverblijf in en beginnen eerst, als koeien die weer in de wei gelaten worden, wat opgewonden in de rondte te lopen. Het is ‘worteldag’: onder drie wilgentakken liggen wortels verborgen. Een jong mannetje loopt gedecideerd naar de tak, graaft, en eet de gevonden wortel razendsnel op. Kort daarop doet een andere aap hetzelfde, nu bij een andere wilgentak. Zonder te kunnen afkijken. Apen eten het gevonden voedsel razendsnel op, nog voor een ander het kan zien.

Graven naar voedsel

Een nieuw filmpje. Het is de dag erna. Onder geen van de drie takken zijn wortels verborgen, noch druiven. “De meeste mandrils zoeken op een druiflocatie. Ze leken te weten dat er niets te halen viel bij de wortellocaties en zochten dan toch maar eerst bij de locaties die mogelijk toch nog de lekkere zoete druiven bevatten, maar zonder succes”, vertelt Ozturk, wijzend op drie gravende mandrils. Overigens kregen de apen natuurlijk elke dag wel hun ‘normale’ voedsel.

Een druivendag dan. Een dag waarop, net als vijf dagen geleden, onder drie druiventakken wél druiven begraven liggen. “Vijf dagen is dan toch te moeilijk. De apen lijken een interval van vijf dagen tussen de ene en de andere dag waarop er druiven te vinden zijn, niet te kunnen onthouden. In elk geval gingen ze niet naar de wilgentakken waaronder de druiven – toch hun favoriete voedsel – verstopt lagen”, constateert Janmaat.

Het resultaat overtuigt echter noch de hoogleraar noch de master-student. Het kan zijn dat de apen een langere leertijd nodig hebben. In de 113 dagen dat het onderzoek duurde, zijn 22 keer druiven verstopt (interval vijf dagen) tegen 37 keer wortels. Het langere leerproces zou niet onlogisch zijn. In de natuur blijft een apenjong lang bij zijn moeder en heeft dus ook veel leertijd. Om het langetermijngeheugen te onderzoeken is een langere onderzoeksperiode nodig.

Een naar voedsel gravende mandril. Beeld Kavel Ozturk
Een naar voedsel gravende mandril.Beeld Kavel Ozturk

Inzicht in de evolutie van cognitieve vaardigheden

Dat neemt niet weg dat ook nu al belangrijke conclusies kunnen worden getrokken. Mandrils kunnen dus in elk geval het verstrijken van twee dagen vaststellen en – zo vermoeden de onderzoekers – over nog wel meer dagen, alhoewel het wel lastig wordt bij meerdere dagen. Het is de vraag of de mens dat zou kunnen zonder agenda.

Janmaat: “Dit onderzoek levert veel inzicht in de evolutie van de cognitieve vaardigheden van de mens, en wat de oorsprong is van onze intelligentie. Als we weten welke soorten deze vaardigheden binnen de primaten wel of niet bezitten, dan kunnen we ontdekken hoeveel miljoen jaar geleden dit vermogen geëvolueerd is en waarom. Wie het best kan onthouden– in ons geval een volwassen mannetje – vindt het meeste eten, heeft daardoor de beste overlevingskansen en daarmee vermoedelijk de meeste nakomelingen. Maar de vraag is nog waarom sommige soorten dit meer nodig hebben dan anderen, of is dit een vermogen waar iedereen baat bij heeft?”

Het enthousiasme van het tweetal is groot en onstuitbaar; opnieuw volgt een filmpje, nu van een worteldag op het moment dat alle drie wortels reeds zijn opgegraven. Twee mannetjes slingeren aan touwen, twee dieren plukken wat aan elkaar, de overige lopen krijsend naar het lijkt ruzie te maken. De wortels zijn op, dus graven heeft geen zin. “Fascinerend toch?”

Lees ook: 

Mama (59) stond aan de wieg van de gedragsbiologie

Mama, de oudste chimpansee van Nederland, overleed in 2016 in Burgers’ Zoo. In 1957 kwam ze via Leipzig in 1971 in Arnhem, waar ze lid werd van een internationaal unieke groep natuurlijk levende chimpansees. ‘Ze zal heel erg gemist worden.’

Volgens bioloog Jelle Reumer zijn dieren helemaal niet lief

Bioloog Jelle Reumer schrijft voor Trouw al jaren de rubriek ‘Jelle’s Weekdier’. Tijd voor een gesprek over liefde voor dieren en mensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden