De macht van de gewone burger

Windmolen op het eerste energie opwekkende huis van Nederland in Leusden. Foto: Maarten Hartman Beeld
Windmolen op het eerste energie opwekkende huis van Nederland in Leusden. Foto: Maarten Hartman

Interessant hoor, die duurzame aspiraties van bedrijven en organisaties. Maar alleen als de burger wordt gemobiliseerd, verandert er echt wat.

Kees de Vre

'KPN en Wereld Natuur Fonds of Unilever en Unicef, ik zie niets in die een-tweetjes. Het zijn afspraken over duurzaamheid tussen twee instituties. Het is me veel te abstract, er komt geen burger aan te pas. En daar gaat het nu om. Iedereen moet uit zijn hok. Al dat denken over duurzaamheid moet worden vertaald in doen. Duurzaamheid moet zitten in de achtertuin, in de keuken, in de badkamer. Maar ook in de auto of op vakantie.'

Jan Jonker, hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, houdt zich af en toe in als hij zich realiseert dat zijn enthousiasme met hem op de loop gaat. Zijn opdoemende geestdrift betreft de beweging bij gewone mensen die duurzaam willen leven. "Het zijn er zo veel. Van die nog onzichtbare macht moeten we gebruik maken. We moeten die power of the crowd organiseren."

Jonker heeft met burgers en bedrijven, die via sociale media werden aangesproken, een boek gemaakt: 'Duurzaam Denken Doen, Inspiratieboek over onze gezamenlijke toekomst' dat die power of the crowd heeft aangeboord. Redactieleden maakten er een lopend verhaal van.

Jonker: "Het is niet geschreven voor wetenschappers. Dat is een ander universum. Het gaat om het grote publiek. Dat willen we inspireren om duurzaam doen op te pakken. Het boek geeft de stand van zaken, tips, suggesties, denkmodellen, perspectief voor de toekomst over huis-tuin-en-keuken-onderwerpen: voeding, energie, water, mobiliteit, afval, recreatie.

Duurzaamheid staat dicht bij de mensen. Daar moet je het ook organiseren, anders wordt het nooit wat."

Jonkers initiatief is niet van ambitie gespeend. Hij wilde niets minder dan een nieuw Brundlandt-rapport schrijven, maar dan voor gewone mensen. "De Noorse ex-premier Gro Brundtland schreef in 1987 een baanbrekend rapport over duurzaamheid waarmee overheden aan de slag zijn gegaan. Duurzaamheid is toen voor het eerst vormgegeven. Veel beleid en de vorming van instituties als het IPCC (de klimaatcommissie van de Verenigde Naties) zijn vanaf toen ontstaan en vanzelfsprekend geworden.

"Wat later is onder invloed van het politieke klimaat gesteld dat niet de overheid, maar het bedrijfsleven duurzaamheid moet trekken. Het boek van John Elkington, 'Cannibals with Forks' (1997), is een piketpaal. Hij munt daarin het begrip people, planet, profit waarmee hij de schakel vormt tussen overheid en bedrijfsleven. Dan gaan de grote multinationals ermee aan de slag.

"Die verkenning leidt tot actiepunten: spaarlampen en meervoudig gebruik van plastic bekertjes. Het publiek wordt verleid met emotionele beelden van radeloze ijsbeertjes. In die jaren zie je een explosieve groei van het aantal maatschappelijke organisaties dat zich met milieu bezighoudt. Bij bedrijven blijft duurzaamheid in de marge. Nergens zit het in de kern van de bedrijfsvoering.''

De hoogleraar is, 25 jaar na Brundtland en na 15 jaar studeren op duurzaamheid, toe aan een nieuw ankerpunt. Hij stelde zich de vraag: hoe verder? "Het huidige duurzaamheidsdebat is aan het eind van zijn levenscyclus. Er is behoefte aan vernieuwing. Er is armoede aan visie. Heb je de laatste tijd één inspirerende zin uit Den Haag horen komen?

"Bij bedrijven heerst nog te veel cynisme. Maatschappelijke organisaties blijven met die ijsbeertjes komen." Dat klinkt ook heel cynisch, beseft Jonker. Dat is hij niet, als hij kijkt wat er gaande is bij het gewone publiek. Daar zie ik mensen die zeggen: duurzaamheid doet me wat, ik wil er iets mee doen. Dat markeert voor mij een nieuwe passie. Die publieke betrokkenheid is de kern van de volgende duurzaamheidsstap."

Dat betekent volgens Jonker niet meer denken, maar doen. "Er is genoeg gedacht. We weten wat duurzaamheid is, de technieken om het te realiseren zijn beschikbaar. Niet meer aankomen met halve oplossingen, auto's die half op benzine rijden, bij voorbeeld. Het idee dat kolenboeren als Nuon en Essent ons helpen aan groene energie is absurd. Als ze dat willen, is de consequentie dat zij zichzelf opheffen.

"Nu moet radicaal worden doorgepakt, met mensen in buurten en wijken. Duurzaamheid moet van jou en van mij zijn. Dat wordt de nieuwe uitdaging, de sociale dimensie. Door die wens naar duurzaamheid ontstaan nieuwe verbanden: wethouders die als partner met burgers en bedrijven activiteiten ontplooien. Burgers worden mede-eigenaar van energiecoöperaties, van voedingscoöperaties. Dat geeft opwinding: 'Hé, ik ben directeur van een straatcoöperatie. We kunnen het zelf'. Die inspiratie, die kracht moet worden aangesproken. Vandaar ons boek."

Honderden ideeën kregen de Nijmegenaren binnen van mensen die via nieuwe media werden aangesproken. In 19 hoofdstukken worden de bekende onderwerpen behandeld, maar ook zaken als spiritualiteit, bestuur en leiderschap. "De power of the crowd zal velen aanspreken. Het gevoel dat je het zelf kunt, dat je met je buren, collega's of vrienden de transitie kunt bewerkstelligen."

De term maatschappelijke organisaties is amper gevallen. Toch heeft een aantal van die clubs duurzame veranderingen bewerkstelligd. Jonker: "Het blijven organisaties met een eigen agenda en vaak een ondemocratische bestuursvorm. Die een-tweetjes met bedrijven zijn me te abstract, afspraken van twee instituties. De macht van de actieve burger moet gemobiliseerd worden. Als dat niet gebeurt, wordt het niets met de duurzaamheid."

Het nieuwe Brundtland-rapport

Vandaag wordt op een conferentie in Arnhem het boek 'Duurzaam Denken Doen' gepresenteerd. Het boek is een update van het beroemde rapport van de commissie-Brundtland (1987): 'Our Common Future'. De herziene versie is niet voor niets Our Common Future 2.0 gedoopt.

Het boek is niet bedoeld voor politici en andere beleidsmakers. De nieuwe communicatiemiddelen maken het mogelijk om aan de basis van de samenleving - in huis, in de straat, in de wijk - te beginnen met duurzaamheid. Het vandaag gepresenteerde boek wil daar een inspiratiebron en tegelijk praktische handleiding voor zijn.

Het boek schetst, aan de hand van negentien onderwerpen, een beeld van de wereld over 25 jaar. Zo is bij voorbeeld een energierekening uit het jaar 2035 opgenomen. Daarin komt tot uiting dat we tegen die tijd niet alleen energie afnemen, maar ook zelf produceren. Dat kan zijn van een zonnepaneel of windmolen thuis, maar ook van opwekking op een andere plek - naburige school of boer waarin een burger deelneemt als aandeelhouder.

Het boek is te koop tegen kostprijs, 14,50 euro, en te bestellen op de website van de conferentie: www.ocfconferentie.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden