Het huis Endeldijk bij Honselersdijk. Deze buitenplaats was het middelpunt van een landgoed dat uit tuinderijen en boomgaarden bestond. Schilderij door Dionys van Nijmegen, 1790.

Buitenplaatsen

De lustoorden van het Westland zijn vergeten

Het huis Endeldijk bij Honselersdijk. Deze buitenplaats was het middelpunt van een landgoed dat uit tuinderijen en boomgaarden bestond. Schilderij door Dionys van Nijmegen, 1790. Beeld Dionys van Nijmegen

In het Westland, epicentrum van de Nederlandse glastuinbouw, wemelde het ooit van de statige buitenplaatsen. Sinds de Gouden Eeuw hebben er meer dan honderd monumentale woningen en paleizen van de stadse elite gestaan. Daar is vrijwel niets van over.

Ze zijn allemaal verdwenen, de lustoorden van het Westland. Hier en daar staat nog een monumentale boerderij, waarin welgestelde stadsbewoners in de zeventiende eeuw hun eerste buitenverblijven hadden – ontkomen aan de slopershamer. Maar van tientallen grote landhuizen en paleizen – de latere ‘recreatiewoningen’ van de elite uit steden als Delft en Den Haag – is vrijwel geen spoor terug te vinden. De contouren van tuinen en parken zijn verdwenen onder onafzienbare complexen van kassenglas waaronder tomaten, paprika’s en gerbera’s groeien.

Het is een ‘vermist landschap’, zegt Martin van den Broeke, een van de auteurs en eindredacteur van het boek ‘Buitenplaatsen in het Westland’. Van den Broeke, jurist bij het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, deed eerder onderzoek naar buitenplaatsen op Walcheren. Hij promoveerde drie jaar geleden op zijn proefschrift ‘Het pryeel van Zeeland’ naar de beweegredenen van stedelingen om buiten de stad te gaan wonen.

“Het ging hen niet alleen om het vermaak, zoals de jacht. Er waren ook economische motieven, de houtopbrengst uit het park, de verpachting van landbouwgronden. Maar ook het aanzien van de familie speelde vaak een rol. En macht.”

Voorzijde van het paleis Honselersdijk. Gravure door C. Allard, 1700. Beeld C. Allard

Voor het onderzoek naar buitenverblijven in het Westland hebben de schrijvers het gebied ruim genomen: naast de gemeenten Westland en Midden-Delfland zijn Loosduinen en een deel van Rijswijk meegerekend.

Nooit eerder is er een samenhangende studie gedaan naar de geschiedenis van de buitenplaatsen in deze regio. Het archiefonderzoek van de tien auteurs vergde enkele jaren. Achttien verdwenen buitenplaatsen worden uitvoerig in het boek beschreven. Oude prenten en gravures laten zien hoe groots en weelderig de buitenverblijven zijn geweest.

Ithakaprijs

Het boek kreeg gisteren op Kasteel Amerongen uit handen van juryvoorzitter Paul Schnabel de Ithakaprijs voor onderzoek naar kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. De prijs (5000 euro), een initiatief van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen, werd voor de vijfde keer uitgereikt. Ditmaal kon de jury kiezen uit negen inzendingen.

Er ligt nog veel onderzoek braak naar de Nederlandse buitenplaatsen, zegt Van den Broeke. In de omgeving van alle zeventiende- en achttiende-eeuwse handelssteden waren er volop buitenplaatsen. In het Westland kwamen welgestelden vooral uit Delft, de notabelen uit ’s-Gravenhage kozen liever Wassenaar, Leidschendam en Voorburg als locatie.

“Vanuit de steden werd het platteland min of meer gekoloniseerd. In de zeventiende eeuw was Nederland ook al verstedelijkt. De buitenplaatsen waren eigenlijk een verlengstuk van de stedelijke cultuur. Het waren tweede woningen van de welgestelden, met grote tuinen en parken.”

Maar het is een misvatting om te denken dat de ontwikkeling van de tuinbouw in het Westland is voortgekomen uit de enorme parken en tuinen van de buitenplaatsen. Vaak wordt dat gedacht. “Zo simpel is het niet”, zegt Van den Broeke. “Er was natuurlijk wel wisselwerking.”

Bijvoorbeeld in Huis te Honselersdijk. Volgens René Dessing, die dit in 1814 gesloopte landgoed in het boek beschrijft, was dit ‘een majesteitelijke buitenplaats, met een magistraal park, moestuinen en boomgaarden’. Dessing is oprichter en directeur van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen, die zich inzet voor het behoud van het monumentale Nederlandse erfgoed.

Sion, een voormalig klooster, werd na 1572 omgevormd tot een voorname buitenplaats. Sinds 2013 wordt op de plek van dit landgoed de woonwijk Rijswijk-Buiten ontwikkeld. Gravure uit 1725, door P. van Call. Beeld P. van Call

Huis te Honselersdijk was in het bezit van de Oranjes en had de allure van een paleis. Het werd wel Hollands Versailles genoemd. Van den Broeke: “In Huis te Honselersdijk zaten zeer bekwame tuinlieden, die op grote schaal aan tuinbouw deden. Dat had mogelijk ook een vliegwielfunctie voor de omgeving. Maar het verdwijnen van de buitenplaatsen staat los van de tuinbouwontwikkeling in het Westland. Die expansie is van veel latere datum, de buitenplaatsen waren toen allang weg.”

Vervaagde sporen

Het was een geleidelijk proces van vernieling, blijkt uit het boek. De landgoederen raakten in verval en de huizen werden uiteindelijk gesloopt. De grond werd verkaveld en verkocht aan boeren, langzaamaan vervaagden de sporen van weleer. Recent nog werd een oorspronkelijk landhuis uit 1820 op de vroegere buitenplaats Nieuw Eykenduynen in Loosduinen gesloopt.

In ‘s Gravenzande lag de buitenplaats Zuidwind, met een groot park, nu geheel verdwenen. De tekening van Aart Schouman uit 1744, toont de voorzijde van Zuidwind. Beeld Aart Schouman

“De buitenplaatsen verdwenen om uiteenlopende redenen. Families stierven uit, oorlogsgeweld speelde soms een rol én natuurlijk stadsuitbreiding. Kijk naar Delft, langs de singels lagen tientallen pleziertuinen met boomgaardjes van rijke stedelingen. Die zijn allemaal verdwenen door stadsuitbreiding. Soms staat er nog een theekoepeltje of een schutting. In een enkel geval herinnert alleen een monumentaal toegangshek nog aan het verleden.”

Het valt Martin van den Broeke op dat het historisch besef in het Westland lager lijkt dan op het Zeeuwse Walcheren. Hij vindt het verbazingwekkend dat er zo veel van de oude rijkdom is gesloopt. “Er is het Westland weinig besef geweest van de waarde van deze landgoederen. Ook restanten van buitenplaatsen zoals hekken of slotenpatronen zijn nog niet zo lang verdwenen, terwijl dat wel historisch waardevol erfgoed is.”

Martin van den Broeke e.a: ‘Buitenplaatsen in het Westland’; uitgaven van Genootschap Oud-Westland/Kantoor Verschoor; uitg. Boekmakers; 319 blz.; €24,95.

Tentoonstelling

In het Westlands Museum in Honselersdijk is tot 15 maart 2020 een tentoonstelling te zien over de Westlandse buitenplaatsen in de Gouden Eeuw. Meer informatie: westlandsmuseum.nl

Lees ook: 

Helft Nederlanders wil betalen voor cultuurhistorie

De helft van de Nederlanders is bereid jaarlijks een bedrag te betalen voor het beschermen, onderhouden en eventueel herstellen van cultuurhistorisch erfgoed. Ruim 90 procent van de Nederlanders is trots op de oude kastelen, landhuizen, parken, buitenplaatsen, forten en boerderijen die Nederland bezit.

Kastelen uit de mottenballen

Op welk kasteel kan ik trouwen? Welk landgoed laat honden toe? Het antwoord op zulke vragen is op de nieuwe website van Stichting KBL zo gevonden. De site biedt het eerste landelijke overzicht van de 800 kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen die Nederland rijk is.

Heen-en-weer-wolf van Arnichem: ‘We houden alles een beetje primitief’

Recent verscheen een boek over het eeuwenoude Haersterveer en buitenplaats Arnichem, bij Zwolle. Jacob Versteegh bedient al 40 jaar het pontje. ‘We houden alles een beetje primitief.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden