Beeld Jitte Groothuis

Jelle’s WeekdierHet mediterane draaigatje

De koninginnen van deze mier kunnen elkaar uitstekend velen. En dat zorgt voor problemen

Exoten komen in vele maten. Heel grote, zoals de moeflon, de wasbeerhond en de beverrat, iets kleinere zoals de Exoten zijn er in vele maten. Heel grote, zoals de moeflon, de wasbeerhond en de beverrat, iets kleinere zoals de muskusrat en zo verder in afnemende maatvoering, via Amerikaanse rivierkreeft, Aziatische boktor en tijgermug tot de allerkleinste exoot, het Sars-Cov-2-virus. Ook deze ziekteverwekker is een soort die ergens anders zijn oorsprong kent en via menselijke transportmiddelen tot ons is gekomen. Wat dat betreft verschilt het virus niet van de Japanse duizendknoop of Aziatische korfmossels.

Opvallend is dat dikwijls het veronderstelde oorsprongsgebied in de volksnaam verwerkt zit: Amerikaanse, Japanse, etcetera (wetenschapper D. Trump noemt Sars-Cov-2 daarom the China virus).

En nu is daar het mediterraan draaigatje, een invasieve mier die, zoals de volksnaam al suggereert, uit zuidelijk Europa afkomstig is. Waarschijnlijk is hij hier via tuincentra als verstekeling in potplanten terechtgekomen. De ietwat grappige naam draaigatje heeft te maken met de verdedigingstechniek van de diertjes. Ze bijten met hun monddelen en draaien zich dan snel om, om vanuit hun achterlijf gif in het wondje te spuiten. Dat kan gemeen aanvoelen.

Mieren behoren tot de insectenorde der vliesvleugeligen of Hymenoptera, waartoe ook de bijen, hommels, wespen en sluipwespen behoren. Veel vliesvleugeligen leven in zogenoemde eusociale samenlevingen, kolonies met duidelijke vormen van arbeidsdeling, met diertjes die zich hebben gespecialiseerd in taken als voedselvoorziening, verdediging of voortplanting.

Mieren zijn hierin dikwijls ver doorontwikkeld, met diverse kastes van werksters en soldaten en een koningin die voor het nageslacht zorgt. Mieren komen dus nooit alleen, ze komen met hun hele familie.

De nesten kunnen zo groot worden dat wegen ervan verzakken

Bij draaigatjes doet zich daarnaast nog een ander verschijnsel voor: tolerantie. Meestal verdragen afzonderlijke mierenkolonies, ieder met hun eigen koningin, elkaar niet. Bij het draaigatje kunnen meerdere koninginnen elkaar uitstekend velen en leven ze gezamenlijk in een enorme kolonie die uit miljoenen miertjes kan bestaan. Zo’n kolonie kan nesten van honderden meters omvang maken, waarbij zoveel grond wordt verplaatst dat er wegen van kunnen verzakken en gebouwen ondergraven raken. Dat is niet de bedoeling!

Een andere vorm van hinder kan in de tuinbouw optreden doordat de mieren ‘hun’ kolonies bladluizen, waarvan ze een zoete afscheiding nuttigen, beschermen en verdedigen, waardoor bladluisschade aan het gewas toeneemt.

De 2 tot 5 millimeter grote mediterraan draaigatjes komen vooral voor in stedelijk gebied. Sinds 2009 worden ze in Duitsland waargenomen en sinds 2014 in België, maar bij ons blijken ze al sinds 1987 aanwezig. In Spijkenisse huist een kolonie die daar al 33 jaar overlast oplevert. Er zijn intussen al 24 kolonies geconstateerd en dat aantal stijgt. Het is echt een probleem aan het worden.

De taxonomie van draaigatjes is ingewikkeld. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat eigenlijk sprake is van een viertal zeer nauw verwante soorten, die slechts uit elkaar te houden zijn aan de hand van onderzoek aan het DNA of met behulp van lastig waarneembare anatomische kenmerken; de ontleding van het mannelijk geslachtsorgaan kan daarbij helpen. Voor bestrijding van de overlast van de miertjes is zulk onderzoek uiteraard niet noodzakelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden