De komodovaraan. Beeld Hollandse Hoogte / Juniors Bildarchiv
De komodovaraan.Beeld Hollandse Hoogte / Juniors Bildarchiv

Jelles Weekdierkomodovaraan

De komodovaraan is niet langer kwetsbaar: hij is bedreigd

De internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN heeft de ­komodovaraan hoger op de rode lijst geplaatst. Of nauwkeuriger: hij is op de rode lijst een plaats in de verkeerde richting opgeschoven, van ‘vulnerable’ (kwetsbaar) naar ‘endangered’ (bedreigd).

De ­komodovaraan is de grootste levende hagedissensoort. Hier te lande kennen we hagedissen tegenwoordig vooral van de kleine zandhage­dissen die de discussie over het racecircuit van Zandvoort beheersten. Wie wel eens in iets zuidelijker streken vertoeft, kent de muurhagedisjes die overal schichtig wegduiken. Dat zijn kleine soorten, varanen worden veel groter. Ze behoren allemaal tot één geslacht, Varanus, met zeker tachtig soorten die voorkomen in Afrika, zuidelijk Azië en Australië.

De grootste is dus de komodovaraan, Varanus komodoensis, die met een maximale lengte van ruim 3 meter niet ­onderdoet voor een flinke krokodil. Binnen de diersystematiek hebben varanen en krokodillen niets met elkaar te maken. Even afgezien van de schildpadden, bestaan de reptielen uit twee hoofdgroepen, de Archosauria waartoe onder andere de krokodillen en de dinosauriërs behoren (en uiteindelijk ook de vogels), en de Lepidosauria, met de slangen en hagedissen.

Duizenden kleine schubben

Varanen zijn Lepidosauria; dat ‘lepido’ betekent schub. Die naam is niet slecht gekozen want wie een komodovaraan bekijkt, ziet meteen dat het dier is bedekt met vele duizenden kleine schubben, veel meer schubben dan bijvoorbeeld krokodillen of schildpadden hebben.

Komodovaranen komen tegenwoordig nog voor langs de westkust van Flores, op de kleinere eilanden Komodo en Rinca en de mini-eilandjes Pulau Kade en Pulau Motang. Maar fossiele komodovaranen zijn ook bekend van Timor en andere eilanden, en van het vasteland van Australië. Op Java zijn ook aanwijzingen gevonden dat ze daar in het verleden voorkwamen.

Meerdere soorten reuzenvaranen kwamen ooit algemeen voor in grote delen van Zuidoost-Azië en Australië, maar van hun grote diversiteit rest nog slechts die ene soort op die paar Indonesische ­eilandjes. Het zijn landroofdieren en hun ecologische rol in de regio was dus vergelijkbaar met die van grote katachtigen of wolven in andere delen van de wereld.

De prooi wordt vrijwel met huid en haar naar binnen geschrokt

Ze zijn zeer vraatzuchtig en eten grote prooien zoals geiten (ook voor het oog van toeristen), herten en soms een mens. De prooi wordt snel verscheurd en vrijwel met huid en haar naar binnen geschrokt. Een oud misverstand is dat ze hun prooi doden door met hun smerige speeksel een bacteriële infectie te veroorzaken. In werkelijkheid hebben ze gifklieren in de bek; het gif voorkomt bloedstolling waardoor de prooi snel doodbloedt.

Ik las berichten dat zeespiegelstijging als ­gevolg van de klimaatverandering nu als schuldige wordt aangewezen voor de teloorgang van de komodo­varaan, maar dat lijkt me een beetje overdreven. De ­eilanden waar ze voorkomen zijn geen atollen die maar hooguit een meter boven de zeespiegel uitsteken.

De bedreiging komt vooral van de kant van het toerisme dat steeds meer ruimte opeist, van de jacht, van de introductie van exoten en van habitat­vernietiging – het bekende rijtje dat wereldwijd ellende zaait. Mensen en grote roofdieren vormen sowieso een ongelukkige combinatie. Het zou werkelijk droevig zijn als ook de komodovaraan nog uitsterft, de laatste der Mohikanen van de reuzenvaranen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden