De kersttoespraak van Beatrix uit 1988 is heel actueel: ‘Langzaam sterft de aarde’

Beatrix in 1988, het jaar van haar ‘groene’ kersttoespraak. In die tijd werd de kerstrede alleen op de radio uitgezonden. Beeld ANP

Precies dertig jaar geleden sprak toenmalig koningin Beatrix op Eerste Kerstdag opvallend dreigende woorden over de milieuvervuiling en de teloorgang van de planeet. 

Terwijl in de troonrede van dat jaar juist optimistische geluiden te horen waren over het milieu, sprak de koningin over een wereld 'verduisterd door menselijk egoïsme en heerszucht over medemens en natuur'. De toekomst van de schepping zelf is op het spel komen te staan, hield zij de kerstvierende Nederlanders in 1988 voor. "Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare - het einde van het leven zelf - toch voorstelbaar."

De koningin verwees in die toespraak naar het rapport van de Club van Rome, twintig jaar daarvoor opgericht, over de grenzen aan de groei. “Waarschuwingen zijn er genoeg geweest", zo maande zij.

Na de magere uitkomst van de VN-klimaattop in het Poolse Katowice, eerder deze maand, hopen milieulobbyisten dat koning Willem-Alexander een voorbeeld neemt aan zijn moeder en het milieu dit jaar hoofdonderwerp van de koninklijke kersttoespraak zal zijn. "De toespraak is extra actueel omdat we dertig jaar niets hebben gedaan", stelt emeritus hoogleraar duurzaamheid Klaas van Egmond.

De kersttoespraak van koning Willem-Alexander wordt morgen om 13.00 uur op televisie uitgezonden, maar is vorige week al opgenomen op Paleis Noordeinde. Hieronder de kerstboodschap van koningin Beatrix uit 1988.

Koningin Beatrix in 1988 in de Haagse Ridderzaal, tijdens het voorlezen van de troonrede. Beeld ANP

Dit zijn de woorden van Beatrix in 1988 - ‘De groene kersttoespraak’

Met Kerstmis, het feest van Jezus’ geboorte, breekt het licht door in een wereld verduisterd door menselijk egoïsme en heerszucht over medemens èn natuur. Die duisternis ervaren we vandaag in al zijn benauwdheid nu de toekomst van de schepping zelf op het spel is komen staan. Wat wij thans meemaken, is niet de vernietiging van de aarde in één klap, maar in een stil drama. 

Onze wereld lijdt onder ontbossing, woestijnvorming, vervuiling en vergiftiging van lucht, bodem en water, uitsterving van dier- en plantsoorten, aantasting van de ozonlaag die ons tegen gevaarlijke straling moet beschermen, en stijging van de temperatuur met bedreigende gevolgen, zoals de verhoging van de zeespiegel. Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare - het einde van het leven zèlf - toch voorstelbaar.

Waarschuwingen zijn er genoeg geweest. Twintig jaar geleden werd de Club van Rome opgericht. Met haar rapport over ‘Grenzen aan de groei’ bracht zij de toekomst van de mensheid zelf in discussie. Duidelijk werd toen al dat wij ons gedragen als onwaardige gasten op aarde. Bij onze activiteiten, die winst opleveren, lijden wij tegelijk ook verlies - al is dit minder zichtbaar. De winsten benutten we voor onszèlf, de verliezen schuiven we lichtzinnig door naar de toekomstige bewoners, de generaties die na ons komen.

Astronauten, die de aardbol vanuit het heelal bekeken, werden getroffen door zijn kwetsbaarheid. Een hele dunne dampkring vormt de waarborg voor het voortbestaan van het leven. Hoe wij ook vanuit onze levensovertuiging en kennis tegen de ontstaansgeschiedenis van de aarde aankijken - of wij vooral onder de indruk zijn van de miljoenen jaren die het vergde eer de voorwaarde voor menselijk leven was vervuld, ofwel de aarde in de eerste plaats willen ervaren als Gods schepping - wij moeten erkennen, dat we leven op een kleine bol, nauwelijks beschermd tegen het omringende vijandige heelal.

Nu zijn wij mensen zelf ook een bedreiging voor onze planeet geworden. Wie de sluipende milieuvervuiling en -verwoesting niet langer wil verdringen, wordt overmand door vertwijfeling. Toch behoeft dit niet te leiden tot ontmoediging. We moeten elkaar geen angst aanpraten. Wij mensen zijn niet geschapen voor het passief aanvaarden van ‘ons lot’. God gaf ons het vermogen te onderscheiden tussen goed en kwaad en verantwoordelijkheid te dragen. 

Zo zijn er naast elk eigenbelang, zelfzuchten machtsdrang ook het geweten, het geloof en de morele overtuiging als drijfveren en toetsen op onze levensweg. Bemoedigend is dat mensen en volken elkaar en zichzelf thans allerwegen tot de orde roepen. Deze wereld van wederkerige afhankelijkheid dwingt ons tot verantwoordelijk gedrag. Binnen de internationale gemeenschap wordt hieraan vorm gegeven vanuit de gedachte van de ‘samenleving, die bewaard moet worden’ .

Niet alleen overvloed en hebzucht, maar ook armoede en overlevingsdrang blijken bedreigingen te vormen voor de natuurlijke omgeving van de mens. Wij die leven in het rijke één derde deel van de wereld moeten alleen al daarom medeverantwoordelijkheid aanvaarden voor het twee derde deel van de aarde, waarin het juist de materiële nood is, die leidt tot verstoring van evenwichten in de natuur.

In het proces van bezinning, waartoe de Wereldraad van Kerken en de rooms-katholieke kerk tezamen hebben opgeroepen, wordt het bewaren van de schepping in een breder verband gebracht met vrede en gerechtigheid. Mens en natuur zijn geschapen als bondgenoten, als partners in één schepping. Dat bondgenootschap betekent niet dat wij een abonnement hebben op de schepping, dat van generatie op generatie automatisch wordt verlengd. Elke generatie moet aan de zorg voor de natuur nieuwe inhoud geven. Na een tijd van ontwikkeling en ontplooiing - het ontginnen en bebouwen van de aarde - volgde een periode waarin zorg omsloeg in uitbuiting. Nu staan we voor de uitdaging een nieuwe relatie tot de natuur te vinden, gekenmerkt door eerbied voor ecologisch evenwicht, behoedzaamheid en zorgvuldig beheer.

Plant en dier, maar ook de bergen, de zeeën en de rivieren, hebben recht op onze zorg. Veertig jaar geleden aanvaardden de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Nu is het tijd tevens aandacht te geven aan de Rechten van de Natuur. De eerbied voor het leven heeft betrekking op mens en natuur tezamen. Tussen die beide moet er harmonie zijn, zoals die er ook was in het leven van Jezus. Toen zijn leerlingen angstig werden vanwege het geweld van wind en water, bleef Hij gerust. Het water - de natuur - droeg Hem.

De aarde is onze voedingsbodem, zij draagt ons. Hier leven wij, hier leven wij van, hier leven wij mee. Dat leven is voor ieder van ons tijdelijk. Wij zijn hier maar een beperkt aantal jaren en we hebben daarom de plicht ons tehuis in ten minste zo goede staat achter te laten, als waarin we het aantroffen. De kwaliteit van het leven zelf gaat uit boven de belangen die in onze eigen tijdelijke levens tellen. Die belangen kunnen groot zijn en soms, buiten proporties, ons het zicht ontnemen op wat wezenlijk is voor het voortbestaan van de mensheid. Waar dat gebeurt, is het hoog tijd voor bezinning en verandering van levenskoers.

In het donker van angst en vertwijfeling kan juist met Kerstmis het licht van de hoop doorbreken. Toen aan Luther eens werd gevraagd wat hij zou doen, als hij wist dat morgen het einde van de wereld zou komen, antwoordde hij: ‘Dan plant ik vandaag nog een appelboompje!’

Ik wens U op dit Kerstfeest datzelfde vertrouwen toe.

Ed Nijpels Beeld ANP

Het was een uitgesproken kerstrede die toenmalig vorstin Beatrix hield in 1988. Ook nu nog uiterst actueel. Het thema milieu zal morgen ongetwijfeld door haar zoon worden genoemd. Hoe kwam Beatrix er destijds bij? Ed Nijpels, Klaas van Egmond, Arendo Joustra en Wim Voermans over de troonrede.

Ed Nijpels (68) in 1988 VVD-minister van volksgezondheid, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM)

“Die voortreffelijke kersttoespraak heeft mij enorm geholpen. Er was dat jaar gelazer over de Troonrede. Dat was een stuk van CDA-premier Ruud Lubbers, met de boodschap: het land wordt schoner. Alle lawaai daarover kwam mij prima uit, want we waren bezig met het schrijven van het eerste Nationaal Milieubeleidsplan.

Mijn collega’s in het kabinet keken me daarover vooral glazig aan: ‘NMP, wat is dat? Een soort vogel? Een insect?’ En ook: ‘Is het nou werkelijk zo erg met dat milieu?’ U moet begrijpen, het was een kabinet van CDA en VVD en vooral bij de laatste lag milieu moeilijk.

Dus gaven we het RIVM opdracht de feiten op een rijtje te zetten. Dat rapport, ‘Zorgen voor Morgen’, sloeg in als een bom. En toen, als toefje slagroom op de taart, kwam de koningin met die kerstrede. Die toespraak was onbetaalbare reclame. Een campagne had miljoenen gekost. Wat de Oranjes zeggen, wordt in dit land namelijk buitengewoon serieus genomen.

Zo ontstond de sfeer ‘dat milieu is dus wél ernstig’. Mijn collega’s werden ook wakker en toen kreeg ik van minister-president Ruud Lubbers steun: we gaan dat groots aanpakken.

Of ze dat helemaal zelf schreef? Er is geen koning of koningin die zo’n ding op eigen houtje uitspreekt. Zoiets moét politiek worden afgedekt. Ik kan me niet voorstellen dat premier Lubbers hier van te voren niet naar heeft gekeken. Maar de koningin was ook heftig geïnteresseerd in milieubeleid.”

Klaas van Egmond

Klaas van Egmond (72) - Emeritus hoogleraar duurzaamheid, destijds directeur milieu bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

“De timing van die kersttoespraak in 1988 was bijzonder. Het RIVM publiceerde net ‘Zorgen voor morgen’, de eerste mondiale milieuverkenning. Tien dagen later gaf Beatrix met haar toespraak de essentie weer. Want het is écht anders dan veel mensen denken: milieuproblemen zijn niet alleen met geld op te lossen, waarna we weer op de oude voet verder kunnen.

De toespraak is extra actueel omdat we 30 jaar niets hebben gedaan. Zo is de richting van onze economie nog steeds dezelfde, willen mensen steeds verder vliegen, steeds grotere auto’s. De economie moet een andere kant op, de reële kosten van onze consumptie, de CO2-uitstoot, moet betaald worden.

Onze economie kent ook een ongezonde vervlechting van bedrijfsleven en overheid. Kijk maar naar de Klimaattafels, de Alderstafels, het Preventieakkoord: het bedrijfsleven beslist volop mee. Dertig jaar geleden, toen dat nog niet het geval was, kon Ed Nijpels, destijds minister van Vrom, fantastische besluiten nemen voor het milieu: tegen smog, tegen fosfaten in wasmiddelen. Juist omdat de overheid toen nog de regie had.

Het is ondenkbaar dat we met ons financieel bestel een transitie naar een duurzame toekomst maken. Want private banken zijn leidend en zorgen voor instabiliteit. Beter is een overheidsbank die de mensen kunnen vertrouwen en het publieke belang voor ogen houdt.

Beatrix zei dertig jaar geleden: het ondenkbare wordt denkbaar. Ik wil dat het onbespreekbare bespreekbaar wordt.”

Arendo Joustra Beeld ANP

Arendo Joustra (61) - Hoofdredacteur Elsevier, schreef een inleiding bij een bundel met de 33 kersttoespraken van koningin Beatrix

“Ik volgde destijds het Tweede Kamerdebat over de troonrede van 1988. Het kabinet liet Beatrix zeggen dat Nederland schoner was geworden ‘met name lucht en water’. Er ontstond commotie over de betekenis van dat ‘met name’. Ik herinner me dat Lubbers de dikke Van Dale erbij haalde om ‘met name’ te duiden. Lubbers was een goochelaar met woorden en wist zich er wel uit te redden.

Toen Beatrix vervolgens met die sombere woorden over het milieu kwam in haar kersttoespraak, ontstond er wéér commotie. Er werd gezegd dat zij Lubbers op de vingers wilde tikken. Ik vraag het me af.

Kijk, die twee, Lubbers en Beatrix, waren altijd zeer ‘on speaking terms’. Zelfs zo dat Lubbers aan Beatrix nog opvoedadviezen heeft gegeven over de kinderen, toen prins Claus een beetje wegviel als gesprekspartner voor haar.

En het ligt ook niet in de lijn van de relatie tussen staatshoofd en minister-president dat zij haar kerstboodschap zou gebruiken om hem te corrigeren. Maar een soort nuancering aanbrengen, kon ze wél doen, in die persoonlijke kersttoespraak.

Of Lubbers deze tekst van tevoren gelezen heeft? Hij heeft zelf een keer verteld dat Beatrix helemaal haar eigen kersttoespraken schreef. Beatrix heeft weer gezegd dat haar toespraken altijd werden gezien door de minister-president. Het is speculeren, ik was er niet bij. Misschien is hij tijdens hun wekelijkse gesprek even van hand tot hand gegaan?”

Wim Voermans Beeld -

Wim Voermans (57) - Hoogleraar staatsrecht in Leiden

“Het staatshoofd staat onder ministeriële verantwoordelijkheid, de minister-president is dus volledig verantwoordelijk voor alle uitingen van koningin of koning, ook de kersttoespraak. Ruud Lubbers heeft dus in 1988 als minister-president zijn toestemming gegeven aan toenmalig koningin Beatrix voor deze tekst.

Misschien was het gewoon een slimme zet van hem om de milieuzaak een duw te geven. Lubbers was iemand die binnen zijn partij CDA al vroeg dat belang inzag. Hij reed ook als een van de eersten in een elektrische auto.

Lubbers wilde niet te streng zijn voor het staatshoofd, zei hij zelf, het kán ook zijn dat hij haar in deze kerstrede haar ruime vrijheid gunde. Maar nogmaals: Beatrix kon niet losgaan over het milieu zonder dat Lubbers ervan wist.

Ook premier Mark Rutte en Willem-Alexander kunnen het goed vinden, zo schijnt. Het is niet zo dat de minister-president voor een kerstrede aangeeft: majesteit, zeg dit of dat. Dat gebeurt natuurlijk wel met de Troonrede, dan komt het initiatief geheel van de ministers. Met Kerst ligt het initiatief bij het staatshoofd. Maar hij kan morgen niet opeens zeggen: ik vind die brexit een goed idee. De koning verwoordt het regeringsbeleid over brexit.

Er zijn mensen die vinden dat de koning meer te zeggen moet hebben of zelfs aan het roer moet staan. Maar in ons staatsbestel is dat niet zo: als de koning iets zegt wat grote problemen geeft, dan moet Rutte opstappen. De koning is onschendbaar, Rutte is geheel verantwoordelijk voor zijn woorden.”

Lees ook:

Vergeleken met andere staatshoofden was de kersttoespraak van Willem-Alexander best pessimistisch

Waar andere staatshoofden de gemeenschapszin prijzen, was de toon van koning Willem-Alexander pessimistischer. De belangrijkste kersttoespraken op een rij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden