Jelle's huisdier

De huiskat helpt ons er wel doorheen

Vanwege de première van de film Harry en Tonto, over een oude man en zijn rode kat, werd in januari 1975 in het Rembrandtpleintheater een gratis voorstelling gegeven voor iedereen die (liefst een rode) kat meebracht. Beeld Stadsarchief Amsterdam / ANEFO

De voorpagina van de Verdieping van afgelopen zaterdag was voorzien van 28 fotootjes van 28 thuiswerkende Trouw-redacteuren. Het verschafte een letterlijke inkijk in de dagelijkse gevolgen van de pandemie. Een was op het achterhoofd gefotografeerd, veel tuurden geconcentreerd naar hun beeldscherm, anderen keken de lezer met een glimlach aan. Op geen enkele foto ontbrak een laptop of een toetsenbord. Trouw-redacteuren werken hard door, zo was klaarblijkelijk de boodschap van de collage – die kan worden beschouwd als een sociologische steekproef. Op die ene na die op een balkon aan het werk was, zat iedereen binnen; een hing er in een doorzichtig plastic object.

Maar wat mij vooral trof was de begeleidende fauna. Twee collega’s hadden een poes op schoot, bij een derde zat een hondje op een stoel. Dat beeld tekent meteen het verschil tussen hond en poes, twee soorten gedomesticeerde roofdieren, respectievelijk de wolf en de wilde kat. Het toont ook de onzinnigheid aan van de term ‘schoothond’, want honden zitten niet graag op schoot – uitzonderingen daargelaten. Dat doen katten – uitzonderingen wederom daargelaten.

Een symbiotische relatie, tot wederzijds voordeel

In deze tijd van gedwongen ophokplicht is een kat op schoot een welkom gezelschap. Katten worden al sinds mensenheugenis als huisdier gehouden. Het is vermoedelijk ooit begonnen in de streek waar de akkerbouw werd uitgevonden, in het huidige Midden-Oosten dus, de Fertile Crescent. Daar levende wilde katten werden aangetrokken door de muizen en ratten die afkwamen op de voorraden graan en peulvruchten die door de mensen werden aangelegd. Er ontstond zo een symbiotische relatie tussen mens en kat, tot wederzijds voordeel dus: de katten waren verzekerd van vers muizenvlees en de mensen raakten verlost van de knaagdieren die hun voorraad opvraten. Uiteindelijk leidde dit tot een langzame domesticatie, maar het zal zeker niet zo zijn geweest dat poezen al in de vroege oudheid op schoot kropen. Terwijl honden werden geselecteerd om diverse nuttige taken te verrichten, bleef de kat altijd min of meer een wild dier, en een wilde kat kun je maar beter met dikke leren handschoenen beetpakken. Pas tijdens de afgelopen eeuwen ontstond de tamme huiskat, die de mens én andere katten in zijn nabijheid verdraagt, zich met graagte laat kroelen en bij voorkeur op het toetsenbord gaat liggen wanneer je aan het werk bent. De muizenjager is een krolse aandachtsjunk geworden.

Toch verschilt de huiskat genetisch nauwelijks van de wilde kat. Hij blijft gemiddeld wat kleiner en de vachtkleur is anders, maar het is en blijft een roofdier. De aantrekkelijkheid van een muis of een zangvogeltje is er niet minder om geworden. Muizen en mussen roepen nog steeds het prehistorische jachtinstinct in Minoes op en ondanks het overvloedige aanbod aan kostelijk blikvoer met toegevoegde vitaminen en mineralen blijft het vangen van een tuinvogeltje een niet te versmaden activiteit. Miljoenen kleine zoogdieren en zangvogels worden jaarlijks gevangen en gedood – om daarna wegens gebrek aan honger niet te worden opgegeten. Maar in deze tijden van viraal huisarrest is een kat wel fijn. De combinatie van een uurtje werken, de poes kroelen en tussendoor een kopje koffie maken helpt ons er wel doorheen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Ook hij zit noodgedwongen thuis en zolang dat duurt, bespreekt hij iedere week voor Trouw een huisdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden