ReportageWaterbeheer

De Hedwigepolder is nu een internationale proeftuin voor waterveiligheid

Studenten van de KU Leuven inspecteren de dijk in de Hedwige- en Prosperpolder. Beeld Arie Kievit
Studenten van de KU Leuven inspecteren de dijk in de Hedwige- en Prosperpolder.Beeld Arie Kievit

De strijd om ontpoldering van de Zeeuwse Hedwigepolder is gestreden, het ‘verdronken land’ is nu een internationale proeftuin waar onderzoekers naar hartenlust kunnen experimenteren met waterveiligheid. De eerste resultaten zijn hoopgevend.

Als een kind zo blij huppelt projectleider Ludolph Wentholt over een dikke roestkleurige pijp die over de Scheldedijk ligt. De kilometers-lange ‘oersterke deltadijk’ houdt de Zeeuws-Vlaamse Prosper- en Hedwigepolder al ruim honderd jaar droog. Nu kolken honderden liters water onder Wentholt door naar een proefopstelling, en stromen dan met donder en geweld over de dijk naar beneden. Zes studenten van de KU Leuven hakken in de dijk.

Dijken molesteren en er 700 liter water per seconde overheen laten lopen; normaal gesproken zouden waterbeheerders met het klamme zweet in de handen staan. Maar nu mag het. Het is alsof de onderzoekers volkomen legaal met een bulldozer door het Binnenhof mogen rijden. Wentholt: “We doen dingen die we anders nooit kunnen doen en die in Nederland niet eerder op deze schaal zijn vertoond.”

Openluchtlab

De Nederlandse projectleider kijkt uit op een kolossaal containerschip dat door de Schelde vaart richting de Antwerpse haven. Verderop blaast de Belgische kerncentrale van Doel witte rook en waar Wentholt staat, in de Hedwigepolder, graven drie gele graafmachines zand. Dit dunbevolkte poldergebied is een openluchtlab voor proeven met waterveiligheid en voor crisisoefeningen.

Polder2C’s heet het project, waar 6,5 miljoen euro is ingestoken. Er doen dertien partners aan mee uit Nederland, België, Groot-Brittannië en Frankrijk. Ook het Amerikaanse leger kijkt mee met wat er gebeurt in de Vlaams-Zeeuwse polder, want die ziet Nederland als king of the dykes. Wentholt: “In Amerika blazen ze dijken op om ergens anders de druk te verlichten. Dat werkt lang niet altijd goed. Ook zij zijn erg geïnteresseerd in wat we hier doen.”

Hoogoplopend conflict

Het idee voor de proeftuin kwam van de Belgen, in de tijd dat de Nederlandse Hedwigepolder en de aangrenzende Belgische Prosperpolder de gemoederen in de grensstreek flink bezighielden.

Het gebied, 465 hectare groot, was onderwerp van een hoogoplopend conflict tussen België en Nederland. In 2005 spraken beide landen af een stuk land te ontpolderen en terug te geven aan de natuur. De slikken en schorren zouden er ruim baan krijgen.

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

Wentholt zag hoe de twee landen de reden voor die ontpoldering verschillend uitlegden. “Nederland deed het in het kader van natuurherstel.” Dat was nodig, om de verdieping van de Schelde te compenseren. “België wilde het gebied vooral waterveiliger maken.” Door naast verdieping van de Schelde overstromingsgebieden aan te leggen, zorgt die ontpoldering voor een lagere waterstand.

Maar boeren protesteerden tegen de plannen toen in 2009 werd besloten om de polders, hun landbouwgrond, definitief onder water te zetten. Twee jaar later volgde een alternatief plan van toenmalig staatssecretaris Henk Bleker van landbouw, waardoor ontpoldering in Nederland van de baan leek.

De Belgen waren woedend, maar zij trokken aan het langste eind: de ontpoldering is vorig jaar maart van start gegaan, een project waar 54 miljoen euro mee is gemoeid. Het onder laten lopen van de Hedwigepolder ligt nog altijd gevoelig, zegt Wentholt. Alle reden om er voorzichtig te opereren. “We zijn geen strijders en spreken ons niet uit voor of tegen dit plan. Wel maken gebruik van, zoals de Belgen het zeggen, de opportuniteit die de gebiedsontwikkeling met zich meebrengt.”

Zit het project de ontpoldering niet in de weg? “Pas volgend jaar wordt de dijk waarmee we de proeven doen weggehaald, tot die tijd kunnen wij er gebruik van maken.”

Onafscheidelijk duo

In een groene bouwkeet op de dijk wisselen projectleider Wentholt, die werkt bij Stowa, het kenniscentrum voor de waterschappen, en zijn Belgische collega Patrik Peeters van het Vlaamse Waterbouwkundig Laboratorium de laatste nieuwtjes uit. De twee zijn een onafscheidelijk duo in het project.

“Hier leren proeven ons eindelijk iets over hoe de dijk écht werkt”, zegt Peeters. “Normaal berekenen we de risico’s in modellen. Nu kunnen we zelf de schop in de dijk zetten, schade creëren, weer herstellen en dan kijken wat er gebeurt.”

Het doel van het project is om inzicht te krijgen in de sterkte van dijken. Ook ontwerpen en testen de teams nood- en herstelmaatregelen en zullen militairen er – als de coronaregelen het weer toelaten – calamiteitenoefeningen houden. Want wie zegt dat wat op papier is bedacht in de praktijk ook werkt? En de hoop is dat de proeftuin waterbeheerders in opleiding, waar een groot tekort aan is, enthousiast maakt voor het vak.

Extreem voorzichtig

“Het probleem aan ons veiligheidssysteem is dat het zo goed is, dat we niet weten hoe goed het is”, zegt Wentholt. “Onze hypothese is dat onze dijken veel robuuster zijn dan we denken. In Nederland zijn we extreem voorzichtig. Als we een gaatje zien, dan stoppen we snel met experimenteren. We mogen nu een stap verder gaan. Hier kunnen we echte stormschades nabootsen op grote schaal.”

De uitkomsten van de proeven kunnen grote gevolgen hebben voor de manier waarop we de strijd tegen het water voeren, denkt Wentholt. “Als we kunnen aantonen dat onze dijken robuuster zijn, betekent het dat we langer de tijd hebben om te beslissen hoe we onze waterkeringen klimaatbestendig maken.”

Wellicht is de kans dat het fout gaat geringer is dan we denken. “Sommige mensen in het rivierengebied hebben sinds 1995 al twee of drie keer een dijkversterking meegemaakt. Al die tijd hebben ze nog nooit hun huisraad voorbij zien drijven. Als we melden dat de dijk een vierde keer versterkt moet worden, omdat er een grote zeespiegelstijging aankomt in 2150, komt dat niet super geloofwaardig over.”

Geen zandzakken

Op de dijk in de Prosperpolder werken studenten van de TU Delft en van de KU Leuven aan experimenten. Ze testen hier drie dagen lang zelfbedachte noodmaatregelen. Geen zandzakken, maar nieuwe manieren om een dijk te beschermen bij een overstroming. Het is een wedstrijdje tussen beide teams.

Glenn Strypsteen, onderzoeker en docent aan de KU Leuven, is de scheidsrechter. “Op de eerste dag brengen we schade aan de dijk aan”, zegt hij, terwijl 700 liter water per seconde over de dijk stroomt. “Daarna kijken we wat de invloed van het water is op de maatregelen die er zijn bedacht.” Student civiele techniek Maarten Buitelaar (22) van de TU Delft: “Dit kun je nooit op een echte zeedijk testen. De theorie die we leren, kun je wel uittesten op de campus, maar niet op deze grote schaal.”

Iets verderop, aan een houten picknickbank met uitzicht op de polder, gebaart Marc Pannier hevig met zijn armen. De Belg woont sinds 2009 in het gebied en komt als ‘streekholder’ regelmatig kijken. Hij maakt foto’s in opdracht van het project en leidt deelnemers rond.

“Laten we eerlijk zijn, de Belgen kijken naar Nederlanders als de mannen die echt met het water overweg kunnen. Daar zijn jullie geweldig straf in”, zegt Pannier.

Hij ziet dat de rust na het protest in de polder is teruggekeerd. “Boeren hier hebben zich geweerd als duivel in het wijwatervat. Nu is het weer rustig. Deze kans is prachtig voor het gebied, de proeven helpen immers ook om ons beter te beschermen tegen het water.”

Verrassend inkijkje

Hoewel de experimenten tot 2022 doorgaan en de echte dijkdoorbraken nog volgen, geven de eerste uitkomsten volgens projectleider Wentholt al een verrassend inkijkje. “Het goede nieuws is dat het er ook echt op lijkt dat onze dijken sterker zijn dan we denken. Bij sommige proeven laten we wel dertig uur water over de dijk stromen en er gebeurt maar heel weinig.”

Aan de andere kant: als er daarna schade aan de dijk wordt aangebracht gaat het heel snel, ziet hij. “Als het misgaat, dan wordt het binnen een paar minuten levensgevaarlijk. We zijn dan juist kwetsbaarder. Dat heeft ons wel ergens verbaasd.”

In de loop van dit jaar schroeft het projectteam het aantal oefeningen en proeven op. In 2022 wordt de dijk afgegraven. “We proberen gebruik te maken van stormachtige condities in het najaar. Dan begint pas het echte werk”, zegt Wentholt.

Verderop begint de Belgische gebiedsgids Pannier te lachen. “Het is misschien raar om zo te zeggen, maar die mannen krijgen volgens mij een soort orgasme als ze hier bezig zijn.”

Polder2C’s

Het Polder2C’s project ging van start in 2019, rond het moment dat de werkzaamheden begonnen voor ontpoldering van de Hedwige- en Prosperpolder. Het project loopt tot eind 2022, wanneer ook de dijken van de polder zijn afgegraven.

Het project kost 6,5 miljoen euro, dat voor 40 procent wordt opgehoest door de deelnemende partijen. Het grootste deel, 60 procent, komt van de Europese Unie via het Interreg 2 Seas programma. De bevindingen die de proeven opleveren, kan Den Haag gebruiken bij het uitstippelen van beleid voor versterking, beoordeling en beheer en onderhoud van dijken en voor waterveiligheidsprojecten.

Aan het project doen partners mee uit Nederland, België, Groot-Brittannië en Frankrijk. Partners zijn, naast Rijkswaterstaat en de waterschappen (via de Stowa), het Vlaamse departement van mobiele werken, Defensie en de provincie Zeeland. Daarnaast werken de universiteiten van Lille, Leuven en Delft mee en het Engelse drink- en afvalwaterdienst South West Water. Beide beheerders van het gebied, Waterschap Scheldestromen en de Vlaamse Waterweg, zijn ook nauw betrokken.

Lees ook:

De schop is eindelijk in de grond: Hedwigepolder maakt zich op voor wadlopers

De schop is in de grond. Terwijl veel Zeeuwen nog moeite hebben met de ontpoldering van de Hedwigepolder, worden de eerste contouren zichtbaar van wat een paradijs voor wadvogels zal zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden