Een koningscobra. Beeld Thinkstock
Een koningscobra.Beeld Thinkstock

Jelles WeekdierCobra

De grootste gifslang ter wereld kan prima zonder man

Het verschijnsel van de maagdelijke voortplanting komt niet alleen in het Nieuwe Testament voor, ook in de natuur is het regelmatig waar te nemen. Het is weliswaar uitzonderlijk, maar in de biologie zijn op iedere regel altíjd wel uitzonderingen te vinden. Een diersoort die iedereen wel kent en die zichzelf vrijwel geheel langs de weg der maagdelijke voortplanting in stand houdt, is de wandelende tak. Welk kind heeft niet ooit een stel wandelende takken in een oud aquarium gehouden? Ze gedijen prima op een menu van verse blaadjes; klimop en liguster zijn in mijn herinnering favoriet, en klimop is het hele jaar verkrijgbaar. De takkenvrouwtjes leggen kleine eitjes die na verloop van tijd uit­komen. Alle takkenkindjes zijn ook vrouwtjes; het is een uiterst feminiene maatschappij. Héél af en toe komt er een takkenmannetje uit, maar dat is echt zeer uitzonderlijk. Een uitzondering binnen de uitzonderingen dus.

Maar wandelende takken zijn insecten en daar komt maagdelijke voortplanting (of parthenogenese) wel vaker voor. Bij de ‘hogere’ gewervelde dieren is het veel uitzonderlijker, die doen over het algemeen gewoon aan seks. Dat vereist de aanwezigheid van twee geslachten en een hoop ingewikkeld gedoe en gedrag, maar op termijn biedt het voordelen voor het voortbestaan van de soort – anders was het wel weggeselecteerd. Maar evengoed zijn er gevallen gerapporteerd van parthenogenese bij kraakbeenvissen, vogels en hagedissen. Aanvankelijk veronderstelde men dat zoiets alleen voorkwam bij dieren in gevangenschap, bij gebrek aan beter dus, maar er zijn sindsdien ook gevallen bekend geworden van maagdelijke voortplanting bij dieren in het wild. Parthenogenese is een vorm van ­kloneren – de genetische samenstelling van de nakomelingen is identiek aan die van het moederdier. De kindertjes zijn in principe dus altijd vrouwtjes.

Slangeneter

Maar ook hierop is weer een uitzondering gevonden. Deze week verscheen in het tijdschrift Nature Scientific Reports een artikel (met Naturalis-bioloog en VU-hoogleraar Freek Vonk als een van de auteurs) over een vrouwelijke koningscobra die zonder enige bemoeienis van het andere geslacht toch nakomelingen had gekregen. Mannetjes. De in gevangenschap levende slang had 24 eieren gelegd waarvan er twee uitkwamen; de beide jonge slangetjes bleken mannetjes te zijn. Ze waren klein en misvormd en leefden niet lang, de ene stierf na twee dagen, de ­andere na drie. Het is dus geen succesvolle voortplantingsstrategie.

Koningscobra’s (Ophiophagus hannah) leven in Zuidoost-Azië. Het zijn de grootste gifslangen die we kennen, de dieren kunnen meer dan vijf meter lang worden. Ze voeden zich voornamelijk met andere slangen, zelfs uiterst giftige soorten zoals de krait worden gegeten. De geslachtsnaam Ophiophagus duidt daar ook op: het komt van het Griekse ‘ophis’ (slang) en ‘phagein’ (eten). De slang die het nu gepubliceerde parthenogenetische kunststukje had uitgehaald, was ongeveer twee meter lang en leefde in gevangenschap bij een terrariumhouder die zo alert was om biologen te waarschuwen toen hij zag dat zijn vrouwtje eieren had gelegd die tekenen van leven vertoonden.

De theologische implicaties van de constatering dat een vrouw via maagdelijke voortplanting een mannelijke nakomeling kan krijgen, kan ik als paleontoloog helaas niet overzien.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden