Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

De grond is te droog, te nat, zeiknat, het is rotgrond, bar slechte grond of is het toch een lekker grondje?

De Polen fluiten naar me vanaf het land terwijl ik in mijn schrijfhuisje zit te werken. Ze zijn vandaag al minstens vijftien keer langsgereden. De eerste keer zwaaiden ze nog netjes, maar na elke koffiepauze worden ze luidruchtiger. Ik doe alsof ik me op mijn werk concentreer – op mijn roman die ik deze zomer nog wil afronden, dat is tenminste het plán – maar ik zie vooral de Polen voor en achter de trekker lopen, in de miezerregen. Jonge gasten en meiden, in hoodies en met korte broeken aan.

Vier van hen zitten in een soort karretje, achter witte plastic flapgordijntjes, door de trekker voortgesleept. Het karretje is tot de nok toe volgeladen met spitskoolplantjes. Zelfs op het dak staan kratten met planten. Het ziet er heel gezellig uit. Er klinkt muziek, gelach en ergens doet het me een beetje denken aan zo’n overdekte bierfiets, vol dronken vrijgezellen die met twee kilometer per uur over de grachten kachelen en daarbij het hele verkeer ophouden.

In het karretje poten ze alles machinaal: door de plantjes stuk voor stuk in een ronddraaiende schijf te plaatsen, waarna het door een soort ‘sleuf’ valt en direct in de grond wordt gepoot. Erachter loopt de boer – een boomlange vent – samen met zijn zoontje en een gedrongen maar gespierde jongen in een grijs, natgeregend T-shirt. Toch wil het maar niet op een Coca-Cola reclame lijken.

Ze controleren de plantjes op zieke en geknakte exemplaren.

 Over de grond heeft iedereen hier wel een mening 

Ook in onze moestuin staan koolplanten, dertig stuks om precies te zijn, die ik allemaal met de hand in de grond heb gezet. Zonder witte flapgordijntjes en muziek. Maar duizenden koolplanten in twee dagen planten doe ik ze niet na: dáár mogen we de grondleggers van de moderne landbouw toch wel dankbaar voor zijn.

“Hoe is de grond?” vraag ik aan de boer, wanneer ze bijna klaar zijn. Dat heb ik inmiddels geleerd: áltijd vragen naar de grond. Want over de grond heeft iedereen hier wel een mening: het is te droog, te nat, zeiknat, een lekker grondje, rotgrond, bar slechte grond, noem maar op enzoverder. “Mwaoh”, zegt hij en kijkt bedenkelijk in de verte. “Het blijft grond van hier hè.” Ik weet wat hij bedoelt, met die zware zeeklei blijft het behelpen; toen ze een paar eeuwen geleden op deze plek de polder leegpompten, was de grond in zo’n slechte staat dat ze nog even hadden overwogen om de hele boel maar weer onder water te laten lopen.

De rest van de avond is hij nog in de weer met een haspel om de akkers te beregenen, maar het slootwaterpeil is te laag waardoor er grote, donkere rookwolken uit het apparaat omhoog buitelen. Even vrees ik nog dat het hele apparaat in de fik vliegt en die arme koolplantjes hier de hele zomer moeten wegschroeien, maar gelukkig krijgt hij ’s avonds laat de haspel alsnóg aan de praat, wanneer wij allang aan de wijn zitten. Ik ga de bierfiets nog missen.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden