De groene zeeschildpad krijgt het te warm

Een zeeschildpadje gaat op weg naar zee op St. Eustatius.

Ze ogen paradijselijk, de stranden van St. Eustatius met hun blauwe zee. Maar de stranden zijn óók een moordkuil voor de groene zeeschildpad. Zonder hulp, redt die het niet. 

 De groene zeeschildpad dreigt ten onder te gaan aan de gevolgen van klimaatverandering. Marien ecologe en assistent-professor aan de Wageningen Universiteit Marjolijn Christianen deed, samen met studenten, collega’s en lokale natuurbeschermers, onderzoek naar een reddingsmethode.

Groene zeeschildpadden leggen, als alle zes andere soorten zeeschildpadden, hun eieren in het zand op zo’n 50 centimeter diepte. De warmte van het zand broedt ze uit. “Wonderlijk genoeg zijn de eieren bij het leggen man noch vrouw. Het geslacht wordt pas later bepaald en is afhankelijk van de temperatuur van het zand. De middelste periode, dag 20 tot 40 is cruciaal. Afhankelijk van de temperatuur verandert de hormoonspiegel richting man of vrouw. Een hoge temperatuur geeft vrouwen”, begint Christianen haar verhaal.

Eieren worden in een emmer naar de koude kant van St. Eustatius gebracht om daar weer te worden begraven.

Ook op St. Eustatius wordt het steeds warmer. Dat bracht de natuurbeschermers ter plaatse, de St. Eustatius National Parks Foundation (Stenapa) tot de vraag wat, juist vanwege die bijzondere manier van geslachtsbepaling, de gevolgen van de klimaatverandering zouden zijn. Ze riepen de hulp in van Christianen.

De onderzoekers gingen aan de slag en staken temperatuurloggers in de nesten. Ook bekeken ze het verschil tussen de koude en warme periode en tussen de winderige, koude zijde van het eiland en de andere kant. Daarnaast bepaalden ze de sekse van de jongen en de verhouding man/vrouw.

Scheve verhouding

Christianen: “De verhouding varieert gedurende het jaar. In de ‘koude’ periode januari tot maart (het zand is dan 29 graden) komt uit bijna 60 procent van de eieren een vrouwtje. In het warme seizoen, juni tot augustus, (het zand is dan 32 graden) is dat 97 tot 100 procent. Op de koude kant van het eiland is het zand 2 graden kouder en ligt het percentage vrouwtjes op respectievelijk 7 tot 12 procent (in de koude periode januari tot maart) en 74 tot 95 procent (in de warme periode juni tot augustus). Toch nestelen de schildpadden nauwelijks aan de koude kant.”

“De verhouding was altijd al scheef, maar blijkbaar leefbaar: de groene zeeschildpad houdt het al miljoenen jaren vol.” Vervolgens sloegen de onderzoekers aan het rekenen met de klimaatmodellen. Ze schrokken. In het meest optimistische klimaatscenario is de nesttemperatuur in 2090 2,5 graad hoger, in het meest pessimistische 5 graden.

Een desastreuze ontwikkeling. Zeeschildpadden laten niet, zoals vissen en amfibieën hun kuit en hom zomaar in het water los, maar paren echt. “Maar dan moeten ze elkaar in de onmetelijke oceaan wel kunnen vinden.” Veel dieren en planten zijn in staat zich aan te passen aan de klimaatverandering. “Zeeschildpadden hebben daar grote moeite mee. De dieren worden pas na 20 tot 30 jaar geslachtsrijp. Daarmee gaat de genetische aanpassing extreem traag.”

Nesttemperatuur

Naast natuurlijk aanpakken van de klimaatverandering, lijkt zorgen voor een lagere nesttemperatuur dus dé oplossing. Maar hoe? Christianen en het team beproefden vier methodes. Afdekken van de, in doorsnee 40 centimeter grote, nesten met een wit katoenen laken, met wit zand of met palmbladeren. Omdat het zand op St. Eustatius aan de warme kant zwart is en er geen palmen op het strand groeien, moesten de palmbladeren van het binnenland van het eiland en het witte zand van de andere kant van het eiland worden aangevoerd.

De vierde manier bestond uit het openen van het nest, het stuk voor stuk en met de hand oppakken van de eieren en deze in een emmer naar de koude kant van het kleine eiland vervoeren om ze in een tevoren gemaakt gat weer te begraven.

Christianen over het resultaat: “Afdekken met palmbladeren in combinatie met verplaatsen werken het beste. Het percentage vrouwtjes daalde bij beide naar 4 tot 7 procent in de koude periode en 60 tot 90 procent in de warme periode. Met alleen afdekken met palmbladeren was de verhouding respectievelijk 7 tot 12 procent en 74 tot 95 procent vrouw.”

Bij verplaatsing van de eieren zijn wel kanttekeningen te plaatsen. De eieren zijn gezamenlijk omgeven door een antibacterieel vlies. “Dat raakt beschadigd door het verplaatsen. Daar staat tegenover dat verplaatsing van de nesten de kans op overstroming verkleint. Aan de warme kant kunnen de zeeschildpadden niet in een veilige zone hun nesten maken, omdat verder landinwaarts een steile klif hen tegenhoudt. De zandstrook is hierdoor erg smal.”

Zeegras

Overigens bedreigt niet alleen de klimaatverandering de zeeschildpad, maar ook de afname van zeegras, door vervuiling en verdringing door een exotische soort. Bovendien eten mensen in Azië en Midden-Amerika de eieren vaker op, wat de vitaliteit en viriliteit zou bevorderen. “De groene zeeschildpad zit daarmee, net als de andere zeeschildpadsoorten, in de gevarenzone”, constateert de biologe. 

Vanwege het overstromingsgevaar, en gestimuleerd door het onderzoek van Christianen, verplaatsen vrijwilligers al langere tijd nesten naar de andere kant van het eiland. Ook wordt de palmblad-methode vaker toegepast.

De betrokkenheid van de bevolking is hartverwarmend, vindt de biologe, maar de bescherming is zo wel erg fragiel. “St. Eustatius is een Nederlandse gemeente. Ons land zou een duurzaam beschermingsprogramma moeten financieren. Niet alleen voor de zeeschildpad, maar voor het hele ecosysteem.”

Christianen opent haar laptop. Een beeldschone groene zeeschildpad drijft voorbij. Traag, groot en toch sierlijk.

Soepschildpad

De groene zeeschildpad (Chelonia mydas, ook wel soepschildpad genoemd) is een tot 1.20 meter grote schildpad. Het dier kan in gevangenschap 70 jaar oud worden. Vanaf hun 20ste tot 30ste jaar leggen de vrouwtjes twee tot acht keer per jaar eieren, per keer tot maximaal 100. Na 60 dagen kruipen de jongen (7 centimeter) uit de eieren en graven zich een weg naar boven. Gestuurd door het geluid en het lichtcontrast zetten ze het op een rennen richting zee. Het is een race tegen de rovers. Vogels, krabben en varanen liggen op de loer. Na 2 tot 3 jaar ronddobberen vestigen ze zich op de soms wel 3000 km verderop gelegen voedselgronden. Eenmaal geslachtsrijp keren ze vrijwel elk jaar terug (kan 500 km verschil in zitten) om er eieren te leggen.

Lees ook: 

De schildpad verliest het op Zakynthos van de toerist

Het Griekse eiland Zakynthos is al eeuwenlang het belangrijkste legstrand van de dikkopschildpad. Maar hoelang nog?

De schildpaddenman van Dominica

Midden in de Cariben ligt Dominica. Een eiland waar de natuur het nog voor het zeggen heeft, mede dankzij bevlogen bewoners. Mensen als Simon George, beschermer van de schildpadden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden