Gewone Grijskop Beeld OC Hooymeijer
Gewone GrijskopBeeld OC Hooymeijer

De Wondere Vogelwereld van O.C. Hooymeijer

De Gewone Grijskop doet liever geen moeite om de maaltijd bij elkaar te scharrelen

Zeer algemene, nogal saaie bewoner van eigenlijk alle biotopen. Kleinste grondscharrelachtige. Voorkomend van de afgelegen, droge, stoffige vlaktes van de Noord-Afrikaanse landen, tot op de uitgestrekte toendra’s van het uiterste puntje van Rusland.

Grote aantallen op platteland, doch ook talrijk in kleine buurtschappen, dorpen, middelgrote steden en metropolen met miljoenen inwoners. Hoewel vaak in grote zwermen aanwezig, door verborgen, onopvallend gedrag niet opgemerkt. Beweegt licht twijfelachtig met neerwaartse kop over grond op zoek naar voedsel. Alleseter, met een sterke voorkeur voor zaden, bessen, knoppen en ander niet bewegend voedsel. Wormen en rupsen maar ook onzeker vliegende en traag kruipende insecten staan op het menu. Deze langzame geleedpotigen zijn namelijk redelijk eenvoudig met de snavel of de pootjes te grijpen, daar de Grijskop liever niet al te veel moeite doet om de maaltijd bij elkaar te scharrelen.

Frequenteert gedurende de wintermaanden graag de stadse voedertafels. Blijft echter altijd op de grond om door andere wintervreters en doorkomers als Kaasvogel (Berligha goudum), Meut (Mervas pyrrealhius) en Goudpukkeltje (Pico pico oro) ‘gemorst’ voedsel op te pikken.

null Beeld OC Hooymeijer
Beeld OC Hooymeijer

Opvallend is dat de Grijskop bij de jaarlijkse winter-tuinvogeltelling ondanks zijn ruime aanwezigheid, over het hoofd gezien wordt en daardoor op menig tellijst ontbreekt. Op initiatief van de VBNBV (Vereniging ter Bescherming van de niet-bestaande Vogel) is een voorlichtingscampagne gestart om de veelal amateur-vogeltellers door middel van advertenties in de landelijke dagbladen alsmede radio- en televisiespotjes op het bestaan van de Gewone Grijskop te wijzen, en deze zijn verdiende plaats op de tellingslijsten te gunnen.

Verenpak uiterst saai, in doorsnee grijstinten. Wijfje over het algemeen iets lichter met naar geel gaande onderbuikvlek. Lichtere, cirkelvormige oogspiegel met donkere kraaloogjes en ietwat angstige blik. Gitzwarte spitse snavel. Zie de dieprode, frêle pootjes, welke door de, voor grondscharrelachtigen typische doorgezakte houding, zelden waarneembaar zijn. Balts niet bijzonder. Mannetje maakt slechts één, snelle, korte vlucht vanuit grassige begroeiing, waarbij de vogel het liefst niet boven het maaiveld uit lijkt te willen komen.

Nest, welk eigenlijk geen nest genoemd zou mogen worden, bestaat uit een warrig, slordig bij elkaar geschoven hoopje takjes en gras, waarin de gemiddeld twee à drie jonge Grijskopjes met fijngekauwde granen, zaden en overrijpe bessen maar ook met in kleine stukjes gehakte regenwormen door de beide oudervogels worden gevoederd. Zingt niet. Roep, een klagend van hoog laag gaand ‘piioet’.

Volksvogelwijsheid

Herkomst, Nederland (Brabant, omgeving Oirschot)
“Dès vort gheen Grieskop.” Betekenis: Dat is geen doorsnee persoon, vaak aanduiding voor iemand uit de culturele sector.

Iedere week beschrijft O.C. Hooymeijer een vogel die aan zijn brein is ontsproten. Eerdere afleveringen in de serie ‘De Wondere vogelwereld van O.C. Hooymeijer’ leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden