ReportageBodemschatten

De fossielen in Historyland zijn een ode aan de amateur

De schedel van de roofpotvis Livyatan melvillei in Historyland. Beeld Rob Buiter
De schedel van de roofpotvis Livyatan melvillei in Historyland.Beeld Rob Buiter

Met fossielen van de oudste vinvis, de grootste haai en ‘de grootste bek’, haalde museum Historyland in Hellevoetsluis een paar van de mooiste bodemschatten van de Westerschelde in huis. ‘In het buitenland snappen ze niet dat wij Nederlanders dit vooral met hulp van amateurs verzamelen.’

Rob Buiter

Het is niet veel mensen gegeven om een tentoonstelling te openen waar een ‘eigen walvis’ aan het plafond hangt. Paleontoloog in ruste John de Vos heeft die eer wel. Zodra hij door de wijdgeopende muil van een megalodon – een uitgestorven reuzenhaai met een spanwijdte tussen de kaken van meer dan twee meter – als eerste de nieuwe tentoonstelling Oeroceaan, in het museum Historyland betreedt, kijkt hij recht in de ogen van de walvis die zijn naam draagt: Nehalaennia devossi.

“Dit is een levensecht model van zo’n beetje de oudste vinvis die we kennen”, vertelt De Vos. “Dit dier zwom acht miljoen jaar terug in de oceanen. En het mooie is: de fossielen die je ernaast ziet liggen, komen allemaal uit onze eigen Westerschelde!”

Tot zijn pensionering was De Vos als paleontoloog verbonden aan het Leidse natuurhistorisch museum Naturalis. En één keer per jaar was hij ook als expeditieleider aanwezig op de vissersboot van de familie Schot, met het informele genootschap Kor en Bot. “Die vaartochten op de Ooster- en Westerschelde zijn al in 1950 ontstaan”, vertelt De Vos. “De opa van de tegenwoordige schipper was ooit met een opgeviste haaientand naar Leiden gekomen, om te vragen wat dat was. Mijn voorgangers waren enorm verbaasd dat hij deze tand zomaar uit de Westerschelde had opgevist.”

De muil van reuzenhaai megalodon. Beeld Rob Buiter
De muil van reuzenhaai megalodon.Beeld Rob Buiter

Van het een kwam het ander en sindsdien varen er regelmatig expedities met een mix van professionals en amateurs op de Ooster- en de Westerschelde. De Vos: “Op de Oosterschelde vinden we resten van allerlei tropische dieren, tot aapjes aan toe. Op de Westerschelde vissen we nog dieper, op fossielen van ongeveer acht miljoen jaar oud, zoals deze vinvis.”

Vreugdedansje op het dek

Eén van de regelmatige vissers op de Schelde is Klaas Post. In het dagelijks leven handelaar in vis, in zo goed als al zijn vrije uren onderzoeker van de resten van fossiele zeezoogdieren. “Ik weet nog goed dat de schedel van deze vinvis omhoogkwam uit het water van de Westerschelde”, vertelt hij. “Hij zat natuurlijk helemaal verpakt in modder en versteende resten, maar je kon al heel snel zien dat het een schedel was van een baleinwalvis. Sowieso zijn schedels de jackpot voor fossielenzoekers, maar als je dan in een laag van acht miljoen jaar oud zomaar een baleinwalvis vindt, dan maak je wel even een vreugdedansje in je oliepak, daar op het dek!”

De schedel werd uiteindelijk door Post, samen met de Italiaanse professional Michelangelo Bisconti en de Nederlander Dirk Munsterman van de Universiteit Utrecht, wetenschappelijk beschreven. Als ‘geslachtsnaam’ vonden de mannen Nehalaennia passen, naar de Keltische godin van de zee. De soortnaam werd uiteindelijk dus devossi. “Het is uiteraard een eerbetoon aan John”, legt Post uit. “Er is in ons land niemand die zijn hele werkzame leven lang zo’n duidelijke brug heeft geslagen tussen de wereld van de professionals in de musea en de universiteiten, en al die amateurs, die jaarlijks duizenden en duizenden fossielen vinden.”

Een model van oudste vinvis Nehalaennia devossi. Beeld Rob Buiter
Een model van oudste vinvis Nehalaennia devossi.Beeld Rob Buiter

In het buitenland snappen ze niets van die innige samenwerking tussen professionals en amateurs, vertelt Post. “In bijvoorbeeld Italië is het verboden om fossielen waar dan ook vandaan mee te nemen. Maar wat denk je dat daar vervolgens gebeurt? De professionals krijgen daar alleen maar de grote stukken in handen. Die zijn namelijk te onhandig voor de amateurs om te verstoppen. Al het kleinere en minstens zo interessante spul verdwijnt in de illegaliteit. Ik heb als amateur ooit samen met de toenmalig hoogleraar paleontologie Jelle Reumer een voordracht in Italië moeten houden om te vertellen hoe wij dat in Nederland toch hebben georganiseerd. Dankzij mensen als De Vos houdt de paleontologische wereld goed zicht op wat er allemaal wordt gevonden. En als de professionals het gewoon overleggen met de amateurs, dan komen de interessantste stukken uiteindelijk toch wel in de musea terecht. Iets wat in Italië dus veel te weinig gebeurt.”

Historyland

De tentoonstelling Oeroceaan is te vinden in het particuliere museum Historyland in Hellvoetsluis. Het museum is een initiatief en eigendom van ‘bandenkoning’ Arie van den Ban. Terwijl hij zijn geld verdiende in de autobanden, lag zijn echte passie in de geschiedenis. “Pas op mijn 55ste ben ik ook geschiedenis gaan studeren”, vertelt Van den Ban (1944). “En na mijn pensioen ben ik in onze oude boerderij ook van alles gaan verzamelen dat met geschiedenis te maken had, van een oud jachtvliegtuig en een tank uit de Tweede Wereldoorlog, tot modellen van dinosauriërs. Mijn doel was in eerste instantie vooral dat bezoekers hier plezier konden beleven aan geschiedenis. Maar ik moet eerlijk bekennen dat het ook wel een allegaartje werd, met een triceratops in de oude koeienstal en direct daarnaast wapentuig uit de Tweede Wereldoorlog.”

Met de hulp van de internationaal vermaarde amateurpaleontoloog Dick Mol is Van den Ban enkele jaren terug begonnen daar wat meer lijn in te brengen, als eerste met een zaal die helemaal is gewijd aan de wolharige mammoet, de steppewisent en andere zoogdieren uit de laatste ijstijd. De nieuwste tentoonstelling kijkt dus alleen naar de oeroceaan zoals die er acht miljoen jaar terug uitzag. Later dit jaar zal Mol zijn omvangrijke privécollectie fossielen en modellen van uitgestorven dieren helemaal overbrengen naar een nieuw depot dat naast het museum wordt gebouwd. “Met die belangrijke collectie van Dick, zetten we ons in één keer op de internationale kaart als belangrijk museum voor de paleontologie”, verwacht Van den Ban.

De grootste bek uit de oeroceaan

Onder andere door zijn goede professionele banden met andere vissers, die een bijna oneindige stroom fossielen van de Noordzeebodem aanleveren, heeft amateur Post in de loop der jaren een goede naam opgebouwd in de wereld van de paleontologie der zeezoogdieren. Iets verderop in de zaal waar de ‘De Vos-vinvis’ hangt, laat hij met gepaste trots zien wat daarvan het resultaat is. “Deze schedel mag je met recht de grootste bek uit de oeroceaan noemen”, lacht Post. “De bek van T-rex is niks vergeleken bij de kaken van deze roofpotvis Livyatan melvillei. Met zijn tanden van dik dertig centimeter per stuk joeg hij waarschijnlijk ook op die De Vos-vinvis.”

De schedel die in Historyland staat, is een afgietsel van de schedel die Post eigenhandig, met een internationaal team onderzoekers, uit de Ica-woestijn in Peru heeft gehaald. “Maar deze losse tand die je ernaast ziet staan, die komt dus ook uit onze Westerschelde.” Op een groot scherm achter in de zaal is met digitale technieken een bewegende impressie gemaakt van hoe het er destijds mogelijk aan toe is gegaan. Een vinvis van een meter of acht zwemt voor zijn leven, achternagezeten door het vijftien meter lange zeemonster livyatan. Daartussendoor jakkert de reuzenhaai megalodon, mijn zijn bek vol vlijmscherpe, driehoekige tanden. “Uiteindelijk moet je constateren dat de evolutie heeft afgerekend met killers als deze livyatan”, zegt Post. “Van alle verschillende potvissen die ooit hebben geleefd, hebben we nu alleen nog die ene diepduikende soort over, met vrij kleine tandjes waarmee hij diep in de oceaan inktvissen naar binnen slurpt. Misschien had livyatan wel een te grote bek, en legde hij het af tegen de veel snellere en wendbare dolfijnen die rond die tijd ook al rondzwommen.”

Lees ook:

De walvissen en dolfijnen van de Westerschelde

Onder het water van de Westerschelde hebben paleontologen de fossielen van allerlei uitgestorven walvissoorten gevonden. “Onze regio was 8 miljoen jaar terug een hotspot van walvissen en dolfijnen”, weet onderzoeker Klaas Post nu.

Met Bram op fossielenjacht op de Maasvlakte: ‘Je wilt iets nieuws ontdekken, niet weer de mammoet’

De Maasvlakte bij Rotterdam en de Zandmotor onder Den Haag zijn belangrijke vindplaatsen van fossielen, die vertellen over de mammoet en ander groot wild dat hier ooit leefde. Een bioloog en verzamelaars brengen ze in kaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden