RECENSIE

De fascinerende geheimen van de natuur in drie boeken

Beeld AmboAnthos | Prometheus | KNVV

Boeken met heerlijke anekdotes over het roodborstje, over de schoonheid van de Noordpool en over giftige planten die bij ons in de tuin kunnen staan. Drie nieuwe titels over de natuur.

Zalig Brits boek over het roodborstje

Vogels nestelen steeds vaker in de boekenkast. Ere wie ere toekomt. Vooral uitgeverij Atlas Contact heeft de laatste jaren met zijn ‘vogelfonds’ een aardige volière uitgegeven. In dat fonds fladderen inmiddels vijftien vogels rond. Alle vrij gangbare soorten, ideaal voor wie eens wat meer wil weten over die schreeuwende zilvermeeuw, heggenmus of spreeuw in zijn tuin. 

Nu laat ook uitgeverij AmboAnthos van zich horen, met ‘Het roodborstje, een biografie’ van Stephen Moss. Een boek dat, door de keuze voor wat luxer papier en mooie, kleurrijke illustraties, aantrekkelijker oogt dan het toch wat Spartaanse uitgevoerde Atlas Contact-vogelfonds. Zoiets leest toch nét even iets lekkerder.

Moss, gelauwerd natuurschrijver/vogelaar maar ook producent van Engelse natuurprogramma’s voor radio en tv, beschikt over een goede pen. Zijn boek leest alsof je naar een Britse natuurfilm kijkt. Je krijgt dus in een rustig tempo een mooi, compleet beeld van het populaire vogeltje met zijn vertederende voorkomen van bolle buik, oranjerode boezem en twee zwarte kraalogen. Een vogeltje dat bovendien nieuwsgierig is naar mensen, zo kan menig tuinier bevestigen. In Engeland staat de roodborst dus regelmatig op nummer één bij verkiezingen van populaire vogels, wat ook begrijpelijk is als je Moss’ boek leest. Een karaktervol vogeltje dat zijn territorium ten felste kan bestrijden – zelfs tot op de dood, schrijft hij – maar toch slechts zo’n 18 gram weegt, wat net iets meer is dan twee euromunten.

Juist dat laatste, die vergelijking met euromuntenstukken is opvallend, omdat het boekje verder op en top Brits is en Moss geen serieuze poging doet het Kanaal over te steken. Hij staat bijvoorbeeld lang stil bij de herkomst van de Engelse benaming ‘robin’.

De roodborstjes die hij beschrijft houden zich altijd op in de houtwallen, de heggen en bosschages van het Engelse landschap. Ook de bronnen waaruit hij put zijn bij voorkeur Brits. Zoals David Lack, een onderwijzer uit Devon van voor de Tweede Wereldoorlog, die bezeten was van het vogeltje. Lack beschreef toen al hoe ‘robins’ nestelden in ‘een jampot, een brievenbus, een oude laars, een preekstoel, een mensenschedel of zelfs een dode kat’. Uit de negentiende eeuw zijn verder twee voorbeelden bekend van kerken waar roodborstjes een nest bouwden in ‘een opengeslagen Bijbel op een lessenaar’.

En wat te denken van die tuinman in Basingstoke die ‘om 9.15 uur zijn jas ophing in het gereedschapshok’ en ‘s middags om één uur, toen hij voor de middagpauze zijn jas van de kapstokhaak haalde, ‘een vrijwel voltooid nest in zijn zak’ aantrof? Het zijn dit soort anekdotes waarin Moss grossiert en die zijn boek tot een klein feestje maken. Ook voor wie gewoon van alles wil weten over het roodborstje in zijn Nederlandse tuin, in zijn Nederlandse park of natuurgebied. Ze komen immers ook hier veel voor.
Jeroen den Blijker

Stephen Moss, ‘Het roodborstje, een biografie’, uitgeverij AmboAnthos, 208 blz, €20,00.

Een lofzang op de Noordpool 

Een plek op aarde ‘die prachtig was’, schrijft klimaatjournalist en avonturier Bernice Notenboom (1962) in de slotzin. Ze had het vet drukken van de letters net zo goed achterwege kunnen laten. Het feit dat zij de schoonheid van de Noordpool, waar ze drie expedities ondernam, in de verleden tijd beschrijft, spat sowieso van deze laatste pagina.

De teloorgang van de pool door het verdwijnen van sneeuw en ijs is wel bekend. Maar de verdrietige slotnoot uit de pen van Notenboom raakt als de laatste vioolklank van een muziekstuk, omdat die volgt op 339 pagina’s lofzang op het poolgebied. Notenboom schrijft met liefde en ontzag over de mysterieuze pool, die zo groot is als Europa.

De bundel is rijk geïllustreerd, met landkaarten, grafieken en vooral foto’s van het witte landschap, al dan niet met Notenboom erop. Zo trekt ze lezers ‘haar’ ijskoude wereld in. Betrokkenheid is nodig, zegt Notenboom, want het bedreigde gebied is nog steeds ‘onbekend en onbemind’. Met het boek doet ze eigenlijk hetzelfde als met haar veelbesproken zeiltochten naar Spitsbergen, met directieleden van grote bedrijven. Notenboom toont zowel de schoonheid als de fragiliteit.

Ze is besmet met het poolvirus, zegt Notenboom zelf. Wie ‘Arctica’ uit heeft, kan het ook verliefd noemen, of zelfs geobsedeerd. Haar band met de pool gaat diep. Hij is wetenschappelijk van aard, maar ook spiritueel. 

De nummer 14 van de Trouw Duurzame 100 beschrijft dat het arctisch gebied bestaat als ‘essentiële koeling van onze planeet’, die vanwege de opwarming van de aarde cynisch genoeg verandert in een katalysator van extreem weer. Tegelijkertijd schrijft ze over het gebied als een goede vriend(in), een zielsverwant. Het kan soms wat zweverig overkomen als Notenboom zich direct richt tot de Noordpool, als maatje. Maar omdat de band die ze voelt oprecht overkomt, is het vooral prachtig om te lezen. Het vergt best kwetsbaarheid om diepe gevoelens van liefde en verbondenheid uit te drukken bij natuurschoon.

Notenboom wilde zichzelf niet centraal stellen, maar de pool. Vandaar dat ze uitkwam bij haar ‘biografie van de Noordpool’, en geen reisbundel met louter eigen ervaringen schreef. Notenboom laat geen aspect onbenoemd, ze duikt in het ontstaan en de ontwikkeling van het gebied – zoals dat voor een biografie nodig is. Ze beschrijft de wetenschappelijke inzichten over het polaire dierenrijk en inheemse bewoners. Dat in het boek ook andere, historische poolreizigers aan bod komen, voorgangers van Notenboom dus, werkt goed. Gedichten, anekdotes en citaten zorgen voor afwisseling.

Er blijft genoeg ruimte voor eigen bespiegelingen en persoonlijke verhalen, over bevroren tenen, andere ontberingen en momenten van triomf. Geen andere avonturier zal dat nog zo kunnen meemaken als zij, zegt Notenboom. Door schaars en dun ijs wordt het bereiken en doorkruisen van het continent te moeilijk en gevaarlijk.
Frank Straver

Bernice Notenboom, ‘Arctica, mijn biografie van de Noordpool’, uitgeverij Prometheus, 344 blz. €24,99.

Dodelijk, uit de tuin

Wie een onbedwingbare neiging heeft tot het zaaien van ziekte, dood en verderf onder de medemens, hoeft niet ver te zoeken. Wapens groeien namelijk gewoon in de tuin, in park, bos, duin of langs de weg. Giftige planten zijn namelijk gewoner dan je denkt, zo blijkt uit ‘Dodelijke planten’, een bijzonder boek van een Britse plantenkundige en een Zweedse farmacoloog die is gespecialiseerd in plantengifstoffen. Het zijn vooral  bloeiende planten die mensen ziek kunnen maken, soms zelfs regelrecht kunnen doden, dankzij de giftige en schadelijke verbindingen die ze produceren. Met deze stoffen houden planten zich normaliter de belagers van het lijf – ze kunnen tenslotte niet weglopen – wat hun kansen op voortbestaan moet vergroten. 

Hoe deze chemische verbindingen tot stand komen, waaruit ze bestaan en welke planten zich ermee wapenen, wordt in dit boek haarfijn uit de doeken gedaan. Inclusief de precieze schadelijke effecten op het menselijk lichaam, want spieren, hersenen, maag, gewrichten, darmen kunnen allemaal in meer of mindere mate worden getroffen.

Zo lezen we dat zelfs een klein stukje narcisbol de mens ‘intensief aan het braken’ kan brengen, wat vaak gepaard gaat met  ‘maagstoornissen’. En wie het niet zo heeft op de hond of kat van de buren, kan toeslaan met een ui of knoflook. Zelfs een kleine hoeveelheid is genoeg om deze dieren met dodelijke bloedarmoede op te zadelen. Ui en knoflook hebben scherpe bestanddelen die zorgen voor zwavelverbindingen. Het lichaam van de mens kan daar wel mee overweg, dat van de hond of kat niet. 

Feit is dat de kennis over giftige planten al heel oud is. Planten werden verwerkt in medicijnen, maar ook voor andere doeleinden gebruikt. Al in de middeleeuwen werd van bijvoorbeeld wolfskers (atropa belle-donna), samen met alruin en bilzekruid, zalf gemaakt die ‘heksen deed vliegen’. Waarschijnlijk ging het dan vooral om het gevoel van vliegen. Wie de bosbesachtige vrucht of de bladeren van belle-donna eet, kan last krijgen van hallucinaties en hartkloppingen. Ook psychische verwarring en epileptische aanvallen horen daarbij.

De wolfskers heeft de meeste vergiftigingsverschijnselen op zijn naam staan, weten de schrijvers van het boek. Het laatste dodelijke slachtoffer dateert uit 1966, een Brit die zich iets te fanatiek had ingelaten met een Keltisch dan wel hekserij-filosofisch ritueel. Hij at bladeren en bessen. Enige geruststelling is wel op zijn plek. Wolfskers is weliswaar een inheemse Europese plant maar is in Nederland zeldzaam. Alleen op kalkrijke gronden van Zuid-Limburg en Gelderland kom je haar tegen.

Dit boek is een must voor gifmengers in spe, voor wie daar bang voor is of voor wie gewoon een gezonde interesse heeft in bijzondere afweermechanismen van planten. Wel zijn enige studiezin én kennis van de chemie aanbevolen, zo vaak vliegen de chemische verbindingen en ingewikkelde teksten je om de oren. De vormgeving van het boek oogt wat gedateerd. Maar ach, de inhoud is zo bijzonder, daar kijk je snel doorheen.
Jeroen den Blijker

Elizabeth A. Dauncey en Sonny Larsson, ‘Dodelijke planten, een fascinerende reis langs de giftigste planten ter wereld’, KNVV uitgeverij, 224 blz. €34,95.

Lees ook: 

Straatbeeld zonder mus

 De stand van de huismus is in 25 jaar gehalveerd. Twee liefhebbers zoeken in een boek naar oorzaken.

Bernice Notenboom meet sneeuwdikte op Noordpool

Poolreizigster Bernice Notenboom, nummer 3 in de Duurzame 100 van Trouw, vertrekt vandaag naar de Noordpool om voor de Amerikaanse en Europese ruimtevaartorganisaties NASA en ESA onderzoek te doen naar de stille klimaatramp die zich daar voltrekt.

Klimaatjournalist hoopt dat bankiers het klimaatprobleem voelen als ze smeltende ijskappen zien

Tv-maker Bernice Notenboom vaart naar Spitsbergen met topmensen van banken en verzekeraars. Ze wil geld losweken. ‘Burgers moeten enorm investeren: isolatie, van het gas af, duurzame technieken.’ Ze hoopt dat de financiële sector hun kopzorgen zal verminderen.

Weet wat je in je kamer plant

Fijn, een kamerplant. Goed voor de lucht en goed voor het gemoed. Een stukje natuur in huis, daar kan toch weinig mis mee zijn? Maar juist bij de teelt van kamerplanten valt nog veel te verbeteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden