essay

De evolutie leert ons geen moraal

De evolutie van de menselijke geest is zo anders verlopen, dat er tussen ons en onze evolutionaire verwanten een cognitieve kloof gaapt. Beeld Patrick Post

Het is populair - de 'aap in ons' - en het klinkt ook mooi: het dierenrijk leert ons wat goed is. Maar het is een griezelige fictie.

Tussen ons en de andere dieren loopt een scherpe grens. Sterker nog: de evolutie van de menselijke geest is zo anders verlopen, dat er tussen ons en onze evolutionaire verwanten een cognitieve kloof gaapt. Als enige diersoort hebben we taal, een verworvenheid waaraan we onze heerschappij in het dierenrijk te danken hebben, en moreel besef.

Darwin heeft ons geleerd dat de eigenschappen van levende wezens in de loop van de geschiedenis zijn ontstaan, evoluerend door natuurlijke selectie. Als dat klopt, dan zouden wij een gewijzigde versie zijn van onze verre voorouders, en meer lijken op onze nauwste verwanten, de chimpansees, dan op 'lagere' dieren. Taal en moraal zouden dan een lange geschiedenis hebben.

Dit is een populaire visie, die ten grondslag ligt aan de evolutionaire psychologie; de manier waarop wij denken is bepaald door de struggle for life van onze verre voorouders uit de Steentijd, zo'n miljoen jaar geleden. Daardoor zouden man en vrouw op verschillende manieren jaloers zijn; zij heeft er meer moeite mee als hij een emotionele verhouding heeft met een ander dan wanneer hij vreemdgaat, bij hem is het net andersom: een verliefdheid ziet hij door de vingers, maar hij kan er niet tegen als ze het met een ander doet.

Dit past bij een dogma van de gedragsbiologie, over promiscue mannetjes die zoveel mogelijk vrouwtjes willen bevruchten, terwijl vrouwtjes hun partner juist aan zich willen binden om samen voor de jongen te zorgen. Dat bepaalde ook het seksuele gedrag van onze jager-verzamelaar-voorouders, en aan die stra- tegie zijn we nog altijd onderworpen.

Het Assepoester-syndroom
Maar wat blijkt? In interviews met onder anderen Duitsers en Amerikanen zijn de verschillen tussen hen veel groter dan die tussen mannen en vrouwen. Het dogma van de overspelige mannetjes en trouwe vrouwtjes gaat bij veel menselijke culturen helemaal niet op, evenmin als bij alle diersoorten. Sekseverschillen in menselijk gedrag zijn dus vooral cultureel bepaald, en hebben misschien heel weinig te maken met onze biologische evolutie.

Hetzelfde geldt voor het idee dat onze zelfzuchtige genen maken dat we meer investeren in bloedverwanten dan in anderen. De keerzijde ervan is het 'assepoester-syndroom': stiefouders maken zich veel vaker schuldig aan kindermishandeling dan biologische ouders.

Johan Bolhuis, hoogleraar cognitieve neurobiologie. Beeld Johan Bolhuis

De Amerikaanse filosoof David Buller heeft dat nare sprookje ontkracht. Hij ontdekte dat kindermishandeling door stiefouders vaker wordt geregistreerd doordat er een cultureel vooroordeel heerst bij de autoriteiten. Opnieuw blijkt dat culturele factoren veel belangrijker zijn dan de invloed van genetische evolutie.

De bekende apenonderzoeker Frans de Waal gaat nog veel verder terug in de geschiedenis en betoogt dat bepaalde menselijke eigenschappen, zoals moreel besef, ook te vinden zijn bij onze nauwste verwanten, de mensapen. De Waal noemt het de 'aap in ons': niet zomaar een vernisje op onze dierlijke natuur, maar een oeroude eigenschap, die bij ons alleen wat beter ontwikkeld is dan bij apen.

De empathie van apen
De achterliggende gedachte is duidelijk: evolutie verloopt zeer langzaam, dus menselijke eigenschappen moeten ook bij andere dieren (en vooral bij onze nauwste verwanten) aanwezig zijn, hoe primitief ook. De Waal zegt bewijs te hebben gevonden voor een besef van fairness (eerlijkheid) in apen.

Het filmpje van de aap die geërgerd ophoudt met een spelletje waarin hij beloond wordt met een stukje komkommer als hij ziet dat zijn buurman voor hetzelfde gedrag wordt beloond met een druif, is beroemd geworden in 'De Wereld Draait Door'. Maar wat er niet bij verteld werd, is dat de apen op precies dezelfde manier reageerden als er een druif in de lege kooi naast hen lag, zonder een soortgenoot om jaloers op te zijn. Ja, ook een aap kan zich ergeren, maar waarom zou dit iets met eerlijkheid te maken hebben?

Volgens De Waal, die 'Een tijd voor empathie' schreef, kunnen we een voorbeeld nemen aan de empathie van apen, die zich met elkaar verzoenen na conflicten en bij wie buitenstaanders de vechtersbazen troosten. 'Wat de natuur leert over een betere samenleving', luidt de ondertitel.

Tekst loopt door onder foto.

Beeld thinkstock

Maar is niet ook hier de wens de vader van de gedachte? Er zijn sterke aanwijzingen dat apen zich niet empathisch gedragen, maar zichzelf indekken tegen mogelijke agressie. Zowel de winnaar als de verliezer van een gevecht wordt 'getroost', wat de kans op een gewelddadige confrontatie verkleint.

Weinig aanknopingspunten
Het dierenrijk biedt dus weinig aanknopingspunten voor moraal. Dat is ook niet erg. De Schotse filosoof David Hume waarschuwde in de achttiende eeuw al tegen de notie dat uit de manier waarop de wereld in elkaar zit is af te leiden dat ze zo zou moeten zijn. Oftewel, je kunt geen morele oordelen uit de natuur halen, al beweert Frans de Waal nog zo stellig dat de natuur ons wat leert. Maar je kunt wel onderzoeken hoe de mens tot een moreel wezen is geëvolueerd.

De Amerikaanse paleontoloog Stephen Jay Gould heeft een alternatief bedacht voor de langzame evolutie door natuurlijke selectie: het punctuated equilibrium. Soms, zegt Gould, kan evolutie heel snel verlopen, met grote sprongen. Daarnaast kunnen eigenschappen ontstaan als bijproduct van selectie op een andere eigenschap.

Dat bijproduct kan bij een plotselinge verandering in de omgeving ineens van pas komen en een selectief voordeel hebben. Gould noemt het vermogen tot lezen en schrijven. Het is niet plausibel dat dat zich over miljoenen jaren heeft ontwikkeld, het is waarschijnlijk 'meegelift' met een ander cognitief vermogen.

Een 'gewijzigde bedrading'
Volgens de Amerikaanse taalkundige en filosoof Noam Chomsky is menselijke taal vrij recent (zo'n honderdduizend jaar geleden) ontstaan, wellicht dankzij een mutatie die geleid heeft tot een gewijzigde 'bedrading' van het menselijk brein. Chomsky betoogt dat je feitelijk heel weinig kunt zeggen over de evolutie van het denken, maar dat het waarschijnlijk is dat onze prehistorische voorouders geen taal hadden zoals wij.

Archeologen hebben dramatische veranderingen geconstateerd die ongeveer 80.000 tot 100.000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Gevonden fossielen duiden op het gebruik van symbolen, bijvoorbeeld in de grotschilderingen die in Frankrijk en Spanje zijn ontdekt. Maar ook verbeteringen van werktuigen, die op zich al van veel eerder bekend zijn, ontwikkelen zich dan opeens veel sneller. Deze explosie van creativiteit heeft waarschijnlijk iets te maken met de ontwikkeling van taal. Het taalvermogen is tot nu toe bij geen enkele andere diersoort aangetroffen, hetgeen ook wijst op een uniek menselijke evolutie.

Chomsky meent dat taal een eenvoudig systeem is dat ons grenzeloze gebruiksmogelijkheden biedt. De grote kampioen van de langzame evolutie, Richard Dawkins, was het daar eerst mee oneens, bijvoorbeeld in zijn populaire boek 'De zelfzuchtige genen'. Maar in zijn onlangs verschenen autobiografie blijken zijn inzichten geëvolueerd te zijn en omarmt hij Chomsky's ideeën over taal; hij spreekt van een 'macromutatie'. Kortom, drie toonaangevende wetenschappers zijn het erover eens dat evolutie ook heel snel kan verlopen, en zij zijn niet de enigen.

Populair-wetenschappelijke boeken
Populair-wetenschappelijke boeken over de evolutionaire oorsprong van de menselijke natuur zijn bestsellers: 'Madame Bovary's Ovaries' (door David en Nanelle Barash, nog niet vertaald), 'Jaloezie, De Gevaarlijke Passie' (David Buss), 'Oerdriften op de Werkvloer' van evolutionair psycholoog Bram Buunk, en het jongste voorbeeld: 'Mismatch' van Ronald Giphart en Mark van Vugt.

Nu kun je het lezen van zulke boeken zien als een onschuldig en ook wel vermakelijk tijdverdrijf. Maar wij vinden de inhoud ervan zorgelijk. Het wetenschappelijk onderzoek naar de evolutie en werking van de menselijke geest wordt niet bepaald bevorderd door pseudowetenschappelijke verzinsels. De meeste wetenschappers negeren evolutionaire psychologie. Het is de taak van wetenschappers om pseudowetenschap te ontmaskeren en om hun bevindingen zo goed mogelijk uit te leggen aan een breed publiek.

Het wordt griezelig als zulke pseudowetenschappelijke inzichten onze moraal gaan verklaren en zo een bepaalde visie op het samenleven rechtvaardigen. Daaraan maken niet alleen de genoemde bestsellerauteurs zich schuldig, maar ook Frans de Waal met zijn empatische aap - ze praten de lezer een vaste, op de evolutie gebaseerde moraal aan.

Achterhaalde morele opvattingen gekoppeld aan ongefundeerde speculaties leiden dan tot bevestiging van bestaande stereotypen, bijvoorbeeld over de rol van mannen en vrouwen in onze moderne maatschappij - vrouwen zijn trouw en 'verzorgend' terwijl mannen doen wat ze willen, want boys will be boys. Het zit in onze 'zelfzuchtige' genen en we kunnen er niets aan doen.

Bijzondere vermogens doorgronden
We kunnen beter nagaan waar wij onze bijzondere vermogens aan danken. Hoe zijn wezens ontstaan die taal tot hun beschikking hadden, waardoor ze met beperkte middelen oneindig konden combineren? Hoe konden ze creatief worden, zich door kunst uiten, het vermogen ontwikkelen om zich in de gedachtenwereld van anderen te verplaatsen en zich af te vragen: hoe ga ik met een ander om?

Beeld thinkstock

Als we dat doorgronden, snappen we alléén waarom wij überhaupt de vraag kunnen stellen wat wij zouden kunnen, willen en moeten doen - maar we weten dan nog vrijwel niets over wat de juiste moraal is. Een evolutionaire verklaring van het ontstaan van morele vermogens dwingt ons op geen enkele manier om bepaalde morele opvattingen te omarmen. Wij zijn niet de gevangenen van onze geschiedenis, maar moeten onze creatieve geest benutten om de maatschappij in te richten naar ons goeddunken.

Wat een goede maatschappij is, dat vertelt de evolutie ons niet. Dat zullen we zelf moeten bedenken.

Marcus Düwell is hoogleraar Filosofische Ethiek aan de Universiteit Utrecht.

Johan Bolhuis & Marcus Düwell werken samen binnen het NWO-project 'Wat kunnen de Geesteswetenschappen bijdragen aan ons praktisch zelfbegrip?' In bladen als Science en Nature woedt al jaren een debat met Frans de Waal en andere voorstanders van evolutionaire verklaringen van menselijk gedrag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden