Jelle's weekdier

De eikenprocessierups heeft er een nieuwe vijand bij: de kauw

Beeld Buiten-beeld

‘Ook kauwen hebben eikenprocessierupsen ontdekt’, juichte de kop op de website naturetoday.com. Is dat nou interessant? Jazeker, want iedere natuurlijke bijdrage aan de bestrijding van de vervelende larven is meegenomen. Hoe meer natuurlijke vijanden de rupsen hebben, hoe minder gif er hoeft te worden gespoten.

Eerder deze week kwam op sociale media een foto voorbij van de wagen van een bestrijdingsdienst die grote wolken smeerpijperij in een rij eikenbomen spoot. Daar zullen de eikenprocessierupsen ongetwijfeld van doodgaan, maar zij niet alleen. Dergelijke acties hebben een groot risico op meer collateral damage dan de bedoeling is, want als de rupsen van de eikenprocessievlinder eraan bezwijken, doen andere rupsen dat ook. Om over de soorten die zich één stap hoger in de voedselpiramide bevinden maar te zwijgen: jonge mezen bijvoorbeeld, die vergiftigde rupsen gevoerd krijgen. Er is veel op eikenprocessierupsen aan te merken, maar in hun hoedanigheid als vogelvoer kunnen ze maar beter niet eerst bespoten worden.

Nieuwe voedselbron 

Eikenprocessierupsen komen van oorsprong uit zuidelijker streken. Vanaf de negentiende eeuw zijn ze langzaam in noordelijke richting doorgedrongen, aanvankelijk tot aan de grote rivieren. Vanaf 2018 komen ze in heel Nederland voor. De vogelwereld moest zich langzaam aanpassen aan deze interessante nieuwe voedselbron. En dat gebeurt nu. Behalve kool- en pimpelmezen lusten ook spreeuwen, boomklevers en koekoeken wel een eikenprocessierups. En, zo werd geconstateerd, kauwen nu dus ook.

De kauw (Corvus monedula, of ook wel Coloeus monedula) is onze meest algemene kraaiachtige. Met een aantal tussen 100.000 en 150.000 broedparen zijn ze talrijker dan de andere zwarte soorten (roek, kraai en raaf). Ze zijn de kleinste soort en met hun grijze kop en nek makkelijk herkenbaar; roeken zijn groter en zwart met een vuilwitte snavelbasis, kraaien zijn groter en vrijwel egaal zwart, raven ook en bovendien nog veel groter. Een belangrijk kenmerk van kraaiachtigen is hun intelligentie. Er zijn soorten die behoorlijk ingewikkelde taken kunnen verrichten om een brokje voedsel te bemachtigen, zoals het ophijsen ervan in een klein emmertje, of door een hapje dat drijft in een smal en slechts gedeeltelijk met water gevuld glas te pakken door met steentjes het waterniveau te verhogen. Kraaien zijn onder de vogels wat mensapen zijn onder de zoogdieren: de slimmeriken.

Mega-zwermen kauwen

En ze hebben een zeer sociale inborst. In de wintermaanden vormen ze enorme zwermen van duizenden, soms tienduizenden vogels die gezamenlijk overnachten. Al meerdere winters heb ik dergelijke mega-zwermen gezien bij mijn werkplek op de Utrechtse universitaire campus De Uithof (die tegenwoordig, o gruwel, Utrecht Science Park moet heten). Daar, naast het Universitair Medisch Centrum en vlakbij de oprit van de A28, vliegen tegen het einde van de middag hemelverduisterende hoeveelheden kauwen rond. Als ze in de kale bomen neerstrijken, zien die er ineens uit alsof ze volop in blad staan. Een bijzonder gezicht.

En oh ja, de kauw is ook een onomatopee, hij roept net als de tjiftjaf en de koekoek zijn eigen naam om te voorkomen dat we ons vergissen: ‘kauw, kauw’. Handig is dat, soorten die een vogelgids overbodig maken.

Jelle’s weekdier

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden