Gevlekte witsnuitlibel

Reportage Kennemerduinen

De droogte verdrijft de witsnuitlibel - en vele andere insecten - uit het duingebied

Gevlekte witsnuitlibel Beeld Luc Knijnsberg

Ook in het duingebied bij Castricum speelt de droogte op. Insecten zijn er al veel minder en dat heeft gevolgen voor dieren en planten.

Dirk Glorie, boswachter in de Kennemerduinen, hoeft niet na te denken over de vraag wat hem in zijn natuurgebied de meeste zorgen baart: “De insecten. Het zijn er zoveel minder.”

De droogte in de natuur, het tweede achtervolgende jaar al, moet niet te lang meer duren, zegt Glorie. Op zich is het Noord-Hollandse duinlandschap goed bestand tegen extremen. De kustnatuur voegt zich naar de grillen van zon, zilte wind en zwoele weken. Sommige plantensoorten, zoals geel walstro, doen het zelfs beter dan ooit. Maar de afwezigheid van zwermen klein vliegend spul, de muggen, bijen, zweefvliegen, kevers en vlinders, dát verontrust de boswachter wel. Er hangt zoveel mee samen. Als het slecht gaat met insecten, gaat het niet goed met andere dieren, zoals vogels, en met planten.

De bezorgdheid van Glorie en ecologe Myrthe Fonck van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) wordt mede gevoed doordat een kwetsbare libellensoort deze zomer bijna uit het duinlandschap bij Castricum is verdwenen, terwijl het met die soort de laatste paar jaar juist opvallend goed ging. Het bewijs is nog niet geleverd, maar er zijn sterke aanwijzingen dat dit een gevolg is van de droogte.

Ecologe Myrthe Fonck en boswachter Dirk Glorie van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland. Beeld Joop Bouma

Glorie is geboren en getogen in het gebied. Hij kent het landschap, heeft zich verdiept in de geschiedenis. Tijdens een fietstochtje door de Kennemerduinen dist hij bij elke vlakte of poel wel een historisch weetje op.

De gevolgen van de droogte zijn overal te zien. De diepe sloot bij de Weid van Brasser, een voormalig landbouwgebied in het Noord-Hollands Duinreservaat, staat eind juli compleet droog. “In normale jaren staat hier een laagje water”, zegt Glorie. De randen van de poel verderop zijn tot ver in het landschap teruggetrokken. “Er zijn meer poelen die droogvallen.” Niet goed voor libellen.

Zoetwaterbel voor calamiteiten

Dit gebied is van strategisch belang voor de eigenaar, de provincie Noord-Holland. In de duinen bij Castricum zuivert het PWN IJsselmeerwater en water uit de Lek voor de drinkwatervoorziening aan ruim 1,7 miljoen Noord-Hollanders. Er wordt netto bijna geen grondwater opgepompt uit het gebied – dat gebeurt alleen onder zeer extreme omstandigheden. Dat is belangrijk, vertelt Fonck, omdat het grondwaterpeil in januari na de droogte van 2018 zestig centimeter lager bleek te liggen dan normaal. “De zoetwaterbel onder de duinen is een voorraad die we alleen bij een calamiteit willen aanspreken.”

Beeld Jo Janneke van Mourik

Het natuurgebied valt onder het regiem van het Europese beschermingsprogramma Natura2000, en de beheerder doet er veel aan om de ecologische toestand te verbeteren. In de duinvalleien vlakbij de zeereep wordt begroeiing verwijderd om de duinen dynamischer te maken, vertelt Fonck. “Die valleien stuiven uit tot op het grondwaterniveau. We zoeken naar een nieuw evenwicht. Zo hopen we het natte duinlandschap te behouden.”

Glorie en Fonck zijn niet eens zo heel somber over de droogte van dit jaar. Dat komt omdat ze zich nog herinneren hoe het Noord-Hollands duinreservaat eruitzag tijdens de lange droogte van afgelopen jaar. Glorie: “Als ik nu naar de vegetatie kijkt, dan is dit nog een goed jaar. Dat is hoofdzakelijk te danken aan de regen van afgelopen juni. Die is op tijd gevallen.” Fonck vult aan: “Vorig jaar was het rond deze tijd zo droog, het deed bijna pijn aan je ogen. Wij dachten dat alles kapot zou gaan. Het is mooi om te zien dat de natuur zoveel veerkracht heeft.”

Maar reden voor zorg is er wel. Het gaat bijvoorbeeld niet goed met de gevlekte witsnuitlibel, die hier sinds 2012 juist in steeds grotere aantallen voorkwam. Deze soort is kwetsbaar, staat op de Rode Lijst en is bovendien in het Noord-Hollandse duingebeid aangewezen als ‘doelsoort’. De lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht specifieke doelsoorten en hun natuurlijke habitat te beschermen om de biodiversiteit te behouden. 

Dagpauwoog Beeld Koos Dijksterhuis

In 2012 werden er 34 exemplaren gezien, vooral op de ijsbaan van Castricum, die ook zomers nog onder water staat en in het natuurgebied ligt. In 2016 werden er 73 exemplaren geteld, vorig jaar zelfs 173. Maar dit jaar is er nog maar één gezien. Dat komt waarschijnlijk doordat de waterstand in de poelen waarin ze hun eitjes hebben afgezet in het afgelopen jaar is gedaald. De larven hebben het daardoor niet gered.

Ook met vlinders gaat het niet goed. Het PWN inventariseert de nachtvlinders in het Noord-Hollands duinreservaat. Normaal worden tijdens de hoogzomer zo’n honderdvijftig soorten geteld. Dit jaar is het aantal gehalveerd.

Nauwelijks nog een kleine vos

Datzelfde beeld doemt landelijk op uit de jaarlijkse tuinvlindertelling van De Vlinderstichting. Ook bij die telling is er sprake van een halvering. In de laatste drie weken van juli hebben ongeveer 10.000 vrijwilligers een kwartier lang vlinders geteld in hun tuin. Conclusie: 2019 is een ongewoon slecht vlinderjaar.

Dat komt door het droge weer van 2018. Veel planten zijn verdroogd en de rupsen die van die planten keven, zijn daardoor doodgegaan. De gevolgen daarvan zijn nu merkbaar: de afgelopen tien jaar waren er gemiddeld vijftien vlinders per telling in de tuin, nu zijn het er de helft minder.

Kleine vos. Beeld Luc Knijnsberg

In het noorden van het land is de situatie iets gunstiger. In Groningen, Friesland, Noord-Holland en op de Wadden meldden waarnemers juist erg veel vlinders in de tuin. Vooral dagpauwoog, atalanta en distelvlinder waren daar talrijk. Opvallende afwezige soort is de kleine vos, die in andere jaren altijd in de topvijf stond. Dit jaar kwam deze vlinder niet verder dan plaats twaalf.

Lees ook:

Ondanks de wolkbreuken is Nederland alleen maar droger

Juni 2019: het voelt weliswaar of er iemand een emmer water over Nederland heeft heen gekieperd, maar geholpen heeft al die nattigheid niet. Sterker nog: grote delen van Nederland zijn zelfs droger dan in dezelfde periode vorig jaar.

Kijk eens goed naar libellen: het zijn bijzondere beestjes

Koos Dijksterhuis: Twee breedgebouwde libellen die nogal in het oog lopen, zijn oeverlibel en platbuik. Ze lijken op elkaar, maar de platbuik is nog breder dan de oeverlibel

Duinen in plaats van dijken: het succes van een revolutionair experiment bij Petten

God schiep de aarde, behalve een stukje langs de kust van Noord-Holland. Daar is een nieuw duinlandschap door mensenhanden gemaakt. Met veel hulp van de wind, dat dan weer wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden