Zeebodem

De bodem van de Noordzee ligt vol met tikkende tijdbommen

Duikers maken zich gereed voor een duik naar een bom, die circa twintig mijl voor de kust van Hoek van Holland ligt. Beeld ANP

Op de zeebodem gedumpte munitie is ongevaarlijk, stelt de Nederlandse regering. Maar experts waarschuwen: er dreigt gevaar voor de natuur én de mens.

De wereldzeeën herbergen miljarden tonnen aan oorlogsmunitie op de bodem, geborgen in kerkhoven of verspreid als eenzame eenlingen. Het is het geheim van de onderwaterwereld, want de meeste munitie ligt hier al decennia onaangeroerd. En dat blijkt niet zonder gevaar.

Zo werd dit voorjaar voor de Belgische kust het giftige mosterdgas ontdekt. Het lekt uit bommen die na de Tweede Wereldoorlog zijn gedumpt op munitiekerkhof de Paardenmarkt, ongeveer een kilometer van Knokke. Oude munitie zorgt vaker voor problemen: aan de Noord-Franse kust ontstond in 2008 een mini-tsunami toen de ontmijningsdienst een mijn tot ontploffing bracht, niet wetende dat die bovenop een munitiestortplaats lag.

Munitiestortplaatsen

Ook Nederland kent zulke mysterieuze munitiestortplaatsen: twee in de Noordzee (op dertig kilometer uit de kust van IJmuiden en Hoek van Holland), een in de Oosterschelde (‘het gat van Zierikzee’) en in de Waddenzee tussen Schiermonnikoog en Ameland, dicht bij vogelbroedplaats Engelsmanplaat. Wat daar precies aan kilo’s op de zeebodem ligt, is onbekend. 

Na de Tweede Wereldoorlog lieten de geallieerden tienduizenden tonnen munitie achter. In ruil voor een financiële bijdrage zou Nederland dit opruimen. Granaten, vliegtuigbommen, mijnen, raketten en kogels verdwenen in dumpgaten. Tegenwoordig staan deze stortplaatsen op zeekaarten aangegeven als area to be avoided. Hier mogen schepen absoluut niet varen of vissen, zelfs niet in nood­situaties.

Munitie is als pindakaas. Na lange tijd bederft het. De dikke omhulsels verroesten door het schuren van het zeewater.

Wel is bekend dat er in de Nederlandse munitiestortplaatsen geen chemische wapens liggen, zo meldde het ministerie van defensie in 2001. Dus geen granaten met gifgassen als mosterdgas, chloorgas en zenuwgas, zoals wel het geval is bij de Belgische Paardenmarkt. Maar dat betekent niet dat de stortplaatsen geen gevaar opleveren, zegt Frank Barink, explosievendeskundige en voormalig medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Want ook deze conventionele oorlogsresten bevatten giftige stoffen, zoals de springstof TNT of fosfor. “Munitie is als pindakaas”, zegt Barink. “Na lange tijd bederft het. De dikke omhulsels verroesten door het schuren van het zeewater. Een klein stootje kan er dan al voor zorgen dat de munitie gaat lekken.”

Silent killer

Als de springstof TNT in het water terechtkomt, valt deze uiteen in een zwaar kankerverwekkende stof, DNT. Terry Long, een Canadese oud-militair en explosievenexpert, noemt munitie de silent killer van de zee. Samen met zijn ngo International Dialogue on Underwater Munitions onderzoekt hij de impact van munitiestortplaatsen op het ecosysteem, onder andere in de Baltische Zee en in Canadese wateren. “Het ziet er niet best uit voor het omliggende ecosysteem. De giftige stoffen van de munitie maken veel vissen die daar zwemmen ziek. Ze krijgen kanker of andere fysieke ongemakken. Uiteindelijk belanden ook die zieke vissen in de voedselketen en in de supermarkt”, zegt Long.

Al zeventien jaar vecht hij voor internationale veranderingen. Overheden moeten zich bewust worden van de schadelijke effecten van munitiestortplaatsen, vindt Long, én actie ondernemen. “Dat begint bij het opruimen van de stortplaatsen, voor het te laat is.” Maar het is een stroef proces: overheden schuiven het probleem onder tafel. Volgens Long is de Noordzee geen uitzondering in dit verhaal. “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat ook daar kankerverwekkende stoffen in de voedselketen terechtkomen. Al hebben onderzoekers tot nu toe nog geen bewijs gevonden.”

Sinds 1999 zijn er in opdracht van Rijkswaterstaat en het ministerie van defensie vijftien onderzoeken gedaan naar de mogelijke gevolgen van munitiestortplaatsen. Door het voormalige Rijksinstituut voor Kust en Zee, onderzoeksbureau TNO, en Wageningen University & Research. Er is gekeken naar de waterkwaliteit en de staat van de waterbodemfauna. Ook werd onderzocht of er in oestervlees zware metalen of giftige stoffen terug te vinden zijn.

Op basis van deze vijftien rapporten concludeerde staatssecretaris van defensie Barbara Visser afgelopen april in een Kamerbrief dat er geen reden is tot zorg: “De kans op schade aan natuur, milieu en volksgezondheid is bijzonder klein. De aftakeling van munitie door corrosie zal zeker nog 300 tot 500 jaar duren.”

Sterk aangetast

Maar wie de onderzoeksrapporten nader bestudeert, ziet dat er wel degelijk munitie­gerelateerde stoffen zijn gemeten rondom de stortplaatsen en in oestervlees. Het gaat om verschillende metalen, zoals koper, zink en lood, maar ook TNT. Daarnaast constateerden duikers in 1999 en 2001 dat sommige munitie al sterk is aangetast. Er lekt springstof in het water.

Volgens staatssecretaris Visser vormen de gemeten concentraties echter geen risico voor de voedselveiligheid en het omliggende ecosysteem. Daarvoor zijn ze te laag. En de lekkende springstof? Niet gevaarlijk: miljoenen liters zeewater stromen elke dag langs de munitiestortplaatsen en dat verdunt de stoffen.

Met explosieven wordt de bom voor de kust van Hoek van Holland tot ontploffing gebracht. Beeld ANP

Deze onderzoeken zijn geen afspiegeling van de realiteit, vindt explosievendeskundige Barink. “Het laatste onderzoek is van vier jaar geleden. Terwijl de resultaten na drie jaar niet meer geldig zijn, volgens de richtlijnen voor waterbodemsanering. Bovendien doen onderzoekers te weinig metingen, gezien de omvang van de stortplaatsen. Voor stortplaatsen op land is er een protocol voor het aantal verplichte metingen. Voor de zee nog niet.”

Cees van den Bos, wethouder voor de SGP in de gemeente Schouwen-Duiveland, maakt zich zorgen over de munitiestortplaats in de Oosterschelde. Niet ver uit de haven van Zierikzee ligt 30.000 ton op de bodem. Dit voorjaar kwamen Rijkswaterstaat, Defensie, het Nationaal Park Oosterschelde en de gemeente Schouwen-Duiveland bijeen om te praten over mogelijke oplossingen voor deze stort. Maar na die bijeenkomst is de angst bij de wethouder niet weggenomen. 

Volgens Van den Bos ontbreken er belangrijke onderzoeksresultaten bij Rijkswaterstaat. Wat gebeurt er als doorgeroeste munitie in korte tijd flink gaat lekken? Hoe snel trekt de giftige stof fosfor dan via het grondwater naar de landbouw? “Inmiddels is er twintig jaar verstreken sinds het eerste onderzoeksrapport. We zijn eigenlijk geen steek verder.” Binnenkort komt Rijkswaterstaat met een plan over mogelijke vervolgonderzoeken, weet Van den Bos. Rijkswaterstaat bevestigt dat het de methodiek en de frequentie van het monitoren van munitiestortplaatsen opnieuw beziet.

Gedempte knallen

Bij de stortplaats in de Waddenzee speelt nog iets anders: de onvoorspelbaarheid van de wind, de zee en zandstormen. Hier ligt zo’n 500 ton op de bodem, bedekt onder een zandlaag van zes meter. Tenminste, dat was zo in 2012.

Ellen Kuipers, projectleider militaire activiteiten van de Waddenvereniging, heeft gezien hoe een overboord geslagen container van het schip MSC Zoe binnen een dag verdween onder een zandbank. “De wind en zee zijn onvoorspelbaar hier”, zegt ze. “Wat gebeurt er als die bommen of granaten losraken uit het zand bij een storm? Wat als er opeens tonnen aan munitie aanspoelt? Ik ben benieuwd of Rijkswaterstaat daar een plan voor heeft.”

Het aanspoelen van munitie is riskant. Als fosformunitie in aanraking komt met zuurstof, ontstaat er een steekvlam. Een strandjutter in Zeeuws-Vlaanderen liep daardoor in 1992 ernstige brandwonden op. Zeilers hoorden in 2003 gedempte knallen uit de Waddenzee komen, nabij de munitiestortplaats Engelsmanplaat. Mogelijk ging het om een spontane ontploffing. En in 2005 haalde een Zeeuws vissersschip een bom uit de Tweede Wereldoorlog boven. Toen die ontplofte, overleden drie bemanningsleden. “Het is rotzooi. Een kloppende zweer, die elk moment kan uitbarsten”, zegt Ellen Kuipers. Het grootste probleem is volgens haar dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor de munitiestortplaatsen. “De zaak zit in de doofpot. Wie is de eigenaar? De gemeente? Defensie? Rijkswaterstaat?”

De archieven van de marinestaf laten zien dat verschillende partijen betrokken zijn bij de stortplaatsen. Zo gaf in 1946 de minister van openbare werken en wederopbouw toestemming aan Defensie om achtergelaten munitie te dumpen. Vanaf toen voeren bijna dagelijks speciale oorlogsschepen uit, met aan boord seinvlaggen, bliksemafleiders en een bescheiden verbandkistje.

Tegenwoordig is het ministerie van infrastructuur en waterstaat verantwoordelijk voor de waterkwaliteit rondom de stortplaatsen en Rijkswaterstaat de uitvoerende partij. Defensie is betrokken bij de onderzoeken, en de aanliggende gemeentes zijn verantwoordelijk voor de gevolgen. Wie gaat dan een ontruiming betalen?

Geen noodplan nodig

Staatssecretaris Visser meldt in haar Kamerbrief van april dat het regelmatig ­onderzoeken van de munitiestortplaatsen voldoende veiligheid biedt. Rijkswaterstaat meet eens in de vijf jaar het water rondom de stortplaatsen. Ook onderzoekt het iedere zes jaar de bodemhoogte van de munitiestortplaats bij Engelsmanplaat. “Momenteel is de stortplaats bedekt onder elf meter zand. De munitie zal hoogstwaarschijnlijk niet losraken en aanspoelen”, stelt Rijkswaterstaat. En de stroming in de Waddenzee is veel minder sterk sinds de Lauwerszee vijftig jaar geleden werd afgesloten. Een noodplan voor aanspoelende munitie is daarom volgens Rijkswaterstaat niet nodig.

In de tussentijd liggen de stortplaatsen te wachten op de bodem. Volgens Visser is de kans op een ontploffing nihil: de ontstekers zijn verwijderd uit de munitie. Toch kan dat gebeuren, volgens explosievendeskundige Barink. “Als er één granaat afgaat, dan gaat de granaat ernaast ook af. Er kan een mega-explosie ontstaan. Het zal me niets verbazen als een munitiestortplaats binnen nu en twintig jaar ontploft. Als dit gebeurt bij Zierikzee, dan hebben de bewoners daar geen droge voeten meer.”

Lees ook:

Onderhandelen? ‘De reder van de MSC Zoe moet gewoon betalen’

Maanden na de containerramp die de Waddeneilanden met zooi overspoelde, spoelt nog elke dag troep aan.

Duikers zien steeds minder schol in de Oosterschelde

De schol lijkt langzaam te verdwijnen uit de Oosterschelde. Sinds 1994, het eerste jaar van tellingen, is het aantal schollen dat wordt gezien door sportduikers sterk teruggelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden