WeekdierBladvlo

De bladvlo, piepklein en kieskeurig

Beeld Theodoor Heijerman

De insectenorde der Hemiptera of snavel­insecten telt wereldwijd ongeveer tachtigduizend soorten. Tot de Hemiptera behoren de wantsen, de bladluizen en de cicaden. Ze leven over het algemeen van plantensappen, maar er zijn ­uiteraard uitzonderingen, zoals de beruchte bed­wants die bloed van argeloze hotelgasten prefereert en hen als dank daarvoor met ondraaglijke jeuk opzadelt.

Het is een uitzondering in een verder nogal ­veganistisch levende groep insecten. Het zuigen van plantensappen, dat klinkt als biologische bietensap door een rietje drinken. Maar zo onschuldig zijn veel snavelinsecten niet. Wie zijn rozenstruik of kersenboompje ziet verpieteren door een bladluisinvasie denkt al snel minder vredelievend over de beestjes.

Binnen de Hemiptera wordt de onderorde der Sternorrhyncha of plantenluizen onderscheiden, die weer is onderverdeeld in de witte vliegen, de gewone bladluizen (die van uw rozenstruik dus), de schildluizen en de bladvlooien (ofwel Psylloidea). Ik moet bekennen dat ik nog nooit een bladvlo zag, maar er leven wereldwijd zeker vierduizend soorten, waarvan vierhonderd ook in Europa. En sinds kort weten we dat er in Nederland 69 soorten bladvlooien leven. Vermoedelijk heeft u er ook nog nooit een gezien, althans niet bewust in de zin van ‘hé, daar zit een bladvlo!’.

Dat geldt ook voor veel biologen: het duurde 96 jaar voordat er weer eens een overzicht van de Nederlandse bladvlooien verscheen. Het vorige dateerde uit 1926, en pas eind 2019 verscheen een overzichtswerk over de Nederlandse Psylloidea in het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen.

Vier entomologen hebben het eens goed op een rijtje gezet. Sinds 1926, toen in ons land 29 soorten werden geteld, zijn er veel bij gekomen. Dat kan zowel aan introductie liggen (inclusief exoten) als aan het feit dat men ze tot nu toe over het hoofd zag. Dat laatste is niet verwonderlijk: bladvlooien zijn hooguit 2 à 3 millimeter groot. Het zal niet bij de huidige 69 soorten blijven, de publicatie geeft een lijstje van maar liefst 18 soorten die in ons omringende landen zijn waargenomen en waarvan het voor de hand ligt dat ze ook hier zullen opduiken.

Beeld Theodoor Heijerman

De meeste bladvlooien zijn sterk gespecialiseerd in het leven op slechts één soort waardplant (de monofage soorten) of enkele nauw verwante planten (de oligofage soorten). Slechts enkele soorten zijn polyfaag, die lusten bijna alles. Het zijn dus meestal kieskeurige beestjes; zo zijn er bladvlooien die bijvoorbeeld alleen op struikheide leven, of op meidoorn, duindoorn, of peren. Die laatste, de perenbladvlo Cacopsylla pyri, is bovendien vector voor een bacterie die de perenziekte veroorzaakt.

Een besmette perenboom krijgt herfstkleuren en sterft meestal af. Het levert de fruitbranche jaarlijks een schade van enkele tientallen miljoenen euro’s op, en dat is fors meer dan wat muskusratten aanrichten. Ook citrusvruchten, uien, prei en worteltjes kunnen door verschillende soorten bladvlooien worden aangetast, evenals sierplanten zoals buxus.

De naam bladvlo komt voort uit het feit dat de achterpootjes sterk ontwikkeld zijn, waardoor de diertjes kunnen springen. In het Engels heten ze daarom jumping plant lice, springende blad­luizen. Wat betreft het aantal Nederlandse soorten hebben ze inderdaad een sprongetje gemaakt, ook al deden ze daar 96 jaar over.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden