Beeld Buiten-beeld

Jelle's weekdier Bittervoorn

De bittervoorn legt haar eitjes in een mossel

Het was een terloops zinnetje in een artikel over de gevolgen van de droogte voor de natuur. Een ecoloog zag een zoetwatermossel liggen in de modder van een droogvallende vijver in de Achterhoek. “Die mosselen fungeren als nestje voor de eitjes van de bittervoorn”, zo legde de ecoloog aan de verslaggever uit, die deze mededeling braaf en zonder commentaar in de krant zette.

Dat is toch interessant denk je dan, een dier dat fungeert als nest waar een ander en totaal niet verwant dier eitjes in kan leggen. Er zijn zogenoemde muilbroedende vissen die hun eitjes uitbroeden in hun eigen mond en er bestaan kikkers die in de gezwollen huid van hun rug hun eitjes tot wasdom laten komen, maar dat zijn dan steeds de eigen eitjes en niet die van een ander.

En er zijn koekoeken die hun ei door argeloze karekieten laten uitbroeden; dat is weliswaar een andere soort, maar het blijft nog ‘onder vogels’ en bovendien leggen ze dat ei in het nest en niet in het lijf van de karekiet.

Argeloze zoetwatermossel

Bij de bittervoorn is echter sprake van het leggen van de eitjes in het levende lijf van een mossel. Een ongetwijfeld even argeloze zoetwatermossel, hoewel we ons kunnen afvragen of zo’n mossel er wel erg in kan hebben met haar weinig ontwikkelde bewustzijn.

Maar dan nog is het een evolutionair hoogstandje, een voorbeeld van samenleven tussen twee diersoorten. Is het parasitisme? In dat geval heeft de mossel er last van, zoals de karekiet dat heeft van het koekoeksjong. Dat is niet zo. Het is eerder een voorbeeld van mutualisme, waarbij beide soorten er voordeel aan ontlenen. Het verschijnsel verbergt zich onder het glinsterende wateroppervlak van sloten, plassen, vijvers en beken. Er is dus zelden iemand die het ziet.

Bittervoorns (Rhodeus amarus) worden gemiddeld 7 centimeter lang en zijn daarmee het kleinste karpertje van ons land. Ze komen voor in een brede strook van Midden-Europa, maar niet in Scandinavië of ten zuiden van de Alpen. Vanwege hun voortplantingsgedrag zijn de visjes afhankelijk van de aanwezigheid van grote zoetwatermosselen, stroom- of zwanenmosselen van de geslachten Unio en Anodonta. Als het daarmee slecht gaat door waterverontreiniging of een andere oorzaak, gaat het ook slecht met de bittervoorns.

Boeiend proces

De voortplanting is een boeiend proces. De vrouwtjesvoorns hebben een lange legbuis, een centimeters lang slap uitgroeisel van de anaalvin. Zodra er één of enkele eitjes in de legbuis komen, verstopt de afvoer van urine waardoor de buis verstijft. Mevrouw krijgt een tijdelijke erectie. Met die stijve legbuis dringt het visje via de uitstroom-opening bij de mossel naar binnen en zet dan de eitjes af in de kieuwholte. De legbuis verslapt daarna weer.

Dat proces herhaalt zich een aantal malen, waarna het bittervoornmannetje zijn zaad buiten de mossel uitstort, vlak voor de instroomopening. De spermatozoïden worden naar binnen gezogen en bevruchten dan de eitjes. De jonge visjes blijven binnen zolang ze op hun dooiervoorraad kunnen teren maar daarna verlaten ze de mossel via diens uitstroomopening, de boze buitenwereld tegemoet. Die moet dan niet droogvallen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden