De bij wil een hotel in uw tuin

Bijnahotels zijn bijna een hype te noemen. Beeld Koen Verheijden

Je zou bijna van een hype kunnen spreken; zó massaal is Nederland aan de bijenhotels gegaan. In houtblokken zijn tienduizenden gaten geboord, rietstengels werden gebundeld en lemen wandjes gepleisterd. De wilde bijen behoeven immers nieuwe nesten en ach, samen een bijenhotel bouwen doet het sociaal altijd goed. Maar helaas; echt wilde-bijen-minded zijn we allerminst geworden, constateert Pieter van Breugel, kenner van wilde bijen en 'hotelpromotor' van het eerste uur. Hij heeft nu een lijvig boekwerk geschreven om daarin verandering te brengen.

Wilde bijen en honingbijen te over, deze zomerdag in de bloementuin van Van Breugel. De lucht draagt de zacht-zoete geuren van koolzaad, honingklaver en phacelia en is akoestisch 'meer dan gevuld'. Op een rozenstruik wandelt een bij een diepe bloem binnen, terwijl een ander vakkundig een stukje uit een blad knipt.

"Tuinbladsnijder", wijst Van Breugel. "Een behangersbijtje. Ze bekleedt haar nestgang met stukken blad en maakt er broedcellen van. In elk compartiment brengt ze - als voeding voor de larve - stuifmeel en nectar binnen. En natuurlijk een eitje."

En dit is een tronkenbijtje, zegt hij, terwijl een minuscuul beestje met een noodvaart door het luchtruim racet. "Een vrouw, want ze heeft stuifmeel aan haar buik."

Al vertellend loopt Van Breugel naar een wand met houtblokken en rietstengels vol gangen waar tientallen wilde bijen in en uit kruipen. Ze gaan veelal eerst vooruit de gang in, legt hij uit. Ter inspectie en om de in de krop verzamelde nectar uit te braken. Achteruit lopend komen ze de gang - die te smal is om te keren - weer uit, om vervolgens achterwaarts opnieuw naar binnen te gaan om het aan de buikharen verzamelde stuifmeel af te vegen.

Van Breugel: "Fascinerend. Toch ziet bijna niemand het. Met groot enthousiasme wordt er geboord, gezaagd en geknutseld aan indrukwekkende, soms merkwaardig gekunstelde wilde-bijenbehuizingen en vervolgens kijkt men er nooit meer naar om. Jammer, want het kan zo boeiend zijn."

Ondeugdelijke hotels
Kán, want veel bijenbehuizingen - 'bijenhotels' - zijn ondeugdelijk of hangen verkeerd, zegt de wilde-bijenkenner. "Zo heb ik het natuurlijk nooit bedoeld." Hij heeft recht van spreken: 25 jaar geleden was hij een van de eersten die aandacht vroegen voor nestgelegenheid voor de wilde bijen in de tuin.

De eerste jaren bleef de animo beperkt tot de echte natuurfanaten, maar inmiddels omarmt 'heel Nederland' het wilde-bijenhotel. En met het groeien van de hoteldichtheid steeg ook het aantal misbouwsels. 'Bijenbehuizingen met plastic buisjes bijvoorbeeld', zegt Van Breugel, terwijl hij zo'n (voorbeeld-)kastje openmaakt. "Ze worden vochtig - zeker als ze weinig zon krijgen - , er kruipen oorwormen in en die poepen de hele zaak vol. Geen bij heeft er wat aan. Of dit, zo'n oud blok", wijzend op een gescheurd, rafelig houtblok ergens achterin de tuin. "De gangen moeten perfect glad van binnen zijn om scheuren van de vleugels te voorkomen. Dat zijn deze niet meer."

De kwart eeuw kennis vergaren, heeft zijn zendingsdrang niet aangetast. Steeds opnieuw wijst hij op het gedrag van de kleine dieren en op meters afstand weet hij insecten van nog geen halve centimeter groot van klinkende namen te voorzien. Het enthousiasme werkt aanstekelijk. Nog geen drie minuten nadat botanicus Raymond van der Ham in de tuin is gearriveerd, duikt ook hij fanatiek de wilde bijen achterna. Van der Ham is nieuw in de 'wilde-bijenwereld', maar bewerkte de afgelopen maanden de teksten die de onlangs overleden imker Arjen Neve maakte over de relaties tussen honingbijen en 240 verschillende planten.

All inclusive
Drentelend door Van Breugels bloemrijke tuin - 'bijen willen behuizing én voedsel' - constateert de botanicus opgetogen dat bloemen en bijen perfect op elkaar zijn afgestemd. "Nectar maken kost een plant veel energie. Ze geeft daarom maar kleine hoeveelheden in één keer en alleen aan insecten die ook werkelijk meehelpen met de bestuiving. Door de bouw van de bloem komt er bij het nectar drinken vrijwel altijd stuifmeel op het bijtje terecht dat ze bij een volgend bloembezoek weer kwijtraakt. En dat is precies de bedoeling."

Ondertussen heeft de zon haar hoogste punt bereikt en is de lucht een snelweg geworden van wilde bijen pendelend tussen bloemen en hotel. Van Breugels tuin is wild en volledig op de wilde bijen afgestemd, maar - zo vertelt de bijenkenner - zelfs in een 'gewone' bloemrijke tuin vliegen op een zonnige dag tientallen soorten bijen en wespjes rond.

Een groot zwart insect landt op het overhemd van een van de mannen. 'Muurrouwzwever' constateert Van Breugel. "Een parasietvlieg. Ze legt eitjes in de nesten van grotere bijen zoals de rosse metselbij." Dat is het enige nadeel van het bijenhotel. "Parasieten horen erbij, maar met zoveel wilde bijtjes dicht bijeen maak ik het ze wel erg makkelijk."

Boeken over bijen, planten en hotels
In 'Gasten van bijenhotels' (485 pagina's, € 27,50) bespreekt Pieter van Breugel bijenhotels en vooral de wilde bijen die er gebruik van maken. Om het werk ook voor leken bruikbaar te maken, is het doorspekt met kleurenfoto's. Een goede aanvulling op het bijenboek is ook 'Bijenplanten: nectar en stuifmeel voor honingbijen' (500 pagina's, € 22,50) van imker Arjan Neve, dat morgen verschijnt.

Beide boeken zijn uitgegeven en gesubsidieerd door Naturalis. Te bestellen via natuurenboek@naturalis.nl of vanaf morgen gratis te downloaden via www.bestuivers.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden