Interview

Dankzij DNA zit poepgoeroe Samuel Wasser olifantstropers op de hielen

Luchtfoto van een kudde olifanten in Zakouma National Park in Tsjaad. Een groot deel van de populatie is er de afgelopen vijftien jaar slachtoffer geworden van stropers. Beeld AFP

Door DNA-onderzoek van slagtanden kan de Amerikaanse bioloog Samuel Wasser nauwkeurig bepalen waar het ivoor vandaan komt.

Hij wordt wel de guru of doo-doo genoemd, de poepgoeroe. Hoogleraar Samuel Wasser beschouwt het als een geuzennaam. "Uitwerpselen zijn meest toegankelijke product van dieren. En wat je eruit kunt herleiden: of dieren zwanger zijn, of er gifstoffen in hun lijf zitten, wat ze eten, het zit vol DNA."

Wasser begon zijn carrière als bioloog met onderzoek naar hormonen in bavianenpoep in Tanzania eind jaren zeventig. In de jaren negentig stond hij aan de wieg van de eerste DNA-technieken bij dieren verkregen uit poep, en dan in het bijzonder van olifanten. Maar pas in 2005 zouden DNA en poep zijn leven een andere wending geven.

Dat jaar werd de grootste inbeslagname van ivoor ooit gedaan in de haven van Singapore. De autoriteiten troffen 6,5 ton in een container aan. De lading (de administratie vermeldde 'zeepsteen') bleek te bestaan uit vijfhonderd slagtanden en nog eens 40.000 kleinere cilinders, vermoedelijk op maat gezaagd om er stempels van te maken.

Interpol vroeg Wasser, toen hoogleraar biologie aan de Universiteit van Washington in Seattle, om met zijn DNA-kaart te kijken naar de herkomst van het ivoor. De onderzoekers waren al in staat om met een nauwkeurigheid van 300 kilometer aan te geven waar een DNA-monster vandaan kwam.

De bron

"Tot dan toe dachten we dat stropers cherry pickers waren; dat ze ivoor verzamelden in een wijdverspreide gebieden tot ze een grote lading ivoor hadden. Maar dit ivoor kwam van dezelfde plek, van dezelfde populatie uit Zambia en was verscheept vanuit Malawi. Stropers hadden keer op keer op dezelfde populatie gejaagd."

Dat was het moment dat forensisch onderzoek de overhand nam in het werk van de bioloog. Het DNA-onderzoek wees de plaats-delict aan, waarnaar stropers kennelijk telkens terugkeerden. "Dat inzicht veranderde alles, niemand had gedacht dat de herkomst in beeld zou komen. Die zegt je ook waar ze de volgende keer zullen stropen. En als je bij de bron bent, dan kun je het doden stoppen. Want bedenk wel, die 6,5 ton ivoor uit Singapore komt van een afschuwelijk aantal olifanten."

Patroon

In de jaren erna werden Wasser en zijn team vaker om assistentie gevraagd wanneer er grote hoeveelheden ivoor werden onderschept in Zuidoost-Aziatische (haven)steden. In 2015 had hij 28 ladingen onderzocht, ruim 62 ton ivoor, en publiceerde hij zijn bevindingen in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Er was een duidelijk patroon, zegt Wasser. "De tanden die we aantroffen kwamen uit hetzelfde gebied en werden via een ander Afrikaans land verscheept. Ruim 70 procent van het gesmokkelde ivoor kwam en komt nog steeds uit Oost-Afrika. De stroperij verplaatste zich de afgelopen jaren van de savanne van Noord-Mozambique naar Zuid-Tanzania. Daarna gingen de stropers langzaam naar het noorden en Zuid-Kenia. Het andere deel kwam uit West-Afrika, en dan met name uit het noordoosten van Gabon, het noordwesten van de Democratische Republiek Congo en het zuidoosten van Kameroen."

Een gedode olifant in Zuid-Soedan. Beeld AFP

Door dit onderzoek tekenden de netwerken achter de stroperij zich af. Zo bleek uit de administratie van een opgerolde ivoorbewerkingsfabriek in Malawi dat vanaf die plek nog achttien andere ladingen gesmokkeld waren. In de administratie stond het aangemerkt als hout of zeepsteen. Wasser: "De kartels die deze handel bestieren gebruiken telkens hetzelfde netwerk, dezelfde schippers en dezelfde exportbedrijven."

Voorkomen dat het ivoor in een container belandt en op transport kan gaan, is volgens Wasser de meest effectieve manier om deze vorm van internationale misdaad aan te pakken. "Met de toegenomen wereldhandel is smokkel ook toegenomen. Dat geldt niet alleen voor ivoor, maar ook voor wapen-, drugs- en mensenhandel. Havenautoriteiten over de hele wereld hebben grote moeite om grip te krijgen op de grote hoeveelheden goederen. Er worden een miljard containers getransporteerd per jaar. Zit het ivoor eenmaal in een van die containers, dan is het haast niet te onderscheppen."

Terreurhypothese

Opvallend is dat de landen waar veruit de meeste olifanten gestroopt worden, geen landen zijn waar chaos heerst. Toch wordt stroperij geregeld in verband gebracht met de financiering van terrorisme.

Zo zamelde Hillary Clinton 80 miljoen dollar in nadat Al Shahbaab in 2013 een aanslag pleegde op een winkelcentrum in Nairobi, Kenia. Al Shabaab, de Afrikaanse tak van Al Qaida, zou zichzelf financieren met de smokkel van het witte goud. Ook het Oegandese verzetsleger van de heer van Joseph Kony zou zijn wapentoevoer betalen met ivoor uit Oost-Congo.

Wasser kan er kort over zijn: "Een rookgordijn. Ja, er zijn incidenten geweest, bijvoorbeeld in Soedan, maar de terreurhypothese zoals het genoemd wordt, is wat overdreven. Voor systematische smokkel heb je een grote populatie olifanten nodig en de mogelijkheid tot corruptie. Een kartel moet rangers en havenmedewerkers kunnen omkopen om het netwerk in stand te houden. Instabiliteit of terreur is niet per se de grootste drijvende factor achter deze handel."

Heeft Wasser het idee dat er een eind in zicht is voor de olifantenstroperij, nu de gebieden waar het ivoor vandaan komt in kaart zijn gebracht? "Nee, dat is net als vragen of het einde van de drugshandel nabij is. De smokkelroutes voor ivoor zijn sterk verknoopt met die van drugs- en wapenhandel. De kartels verschepen het ivoor niet samen met drugs of wapens, maar ze gebruiken wel dezelfde schippers en handelsroutes."

Antiek

Zo'n 70 procent van het onderschepte ivoor bestaat uit ruwe, onbewerkte slagtanden. Meer dan 90 procent daarvan is korter dan drie jaar geleden gestroopt. Wasser vermoedt dat het merendeel verkocht wordt aan investeerders, die de slagtanden opslaan en wachten op een goed moment om het op de markt te brengen.

"Er wordt jaarlijks 50.000 kilo ivoor onderschept. Maar er wordt jaarlijks 500.000 kilo ivoor gesmokkeld. De grote vraag is: wie koopt het?"

Op veel plekken in de wereld mag ivoor nog verhandeld worden als antiek of geïmporteerd worden als jachttrofee, waardoor de mogelijkheid blijft bestaan om gestroopt ivoor legaal te maken. "We hebben meer opsporing nodig in de landen waar het ivoor gestroopt wordt en op de plekken van waaruit het wordt geëxporteerd. Mijn belangrijkste doel  is om die locaties en de handelaren te identificeren."

Lees ook: 

'Antiek ivoor' blijkt vaak fonkelnieuw

Illegaal ivoor van recent gedode olifanten wordt in minstens tien EU-landen vrij verkocht in antiekzaken en in webwinkels. Ook in Nederland.

Ivoor met een naar luchtje

Er moet in de EU een volledig verbod komen op de handel in ivoor, vindt het internationale campagnenetwerk Avaaz, maar niet iedereen vindt dat een goed idee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden