Tuin in de Eifel

Dag tuin in de Eifel

Beeld Maartje Geels

Vier jaar lang, alle vier seizoenen door schreef hovenier en schrijver Gerbrand Bakker over zijn tuin in de Eifel. Over buurman Klaus, buurvrouw Weiers, over bollen, bomen, struiken, en hond Jasper. Vandaag zijn laatste stuk in Tijd.

Voor zo ver ik kan nagaan, ging mijn eerste column in deze krant - in augustus 2013, Diet Groothuis en ik schreven toen nog om en om een column: zij over ‘het’ huis, ik over ‘de’ tuin - meteen over het bruut vermoorden van slakken. Die raapte ik op en gooide met handen vol voor de wielen van aanstormende vrachtwagens, en ik noemde ze Schnecken om aan te duiden dat ik me niet in Nederland bevond maar vanuit het buitenland berichtte. Tuin in de Eifel. Maar ook schreef ik in die column dat als ik aan het fietsen was, ik op de weg kruipende slakken behendig ontweek. Ik geloof, terugkijkend, dat die tegenstelling misschien wel het wezenlijke was van alle columns die ik erna schreef. De dingen zijn altijd dit óf dat, of dit én dat. Het is op een bepaalde manier naar een tuin, de natuur, mijn buren kijken. Nu eens is het goed, dan fout. Nu eens is het Himmelhoch jauchzend, dan weer zum Tode betrübt. Er was zekerheid, er was twijfel; de ene week schreef ik over mijn ‘ziekenboeg’ en dat ik daar zo van hield, twee weken later meldde ik droogweg dat de ziekenboeg (met kwijnende struikjes en klanten) opgeruimd was.

Het is hier winter geweest, en zomer en herfst en voorjaar. Hier zijn mensen ter communie gegaan, hier zijn mensen en dieren gestorven, hier zijn verjaardagen gevierd, hier is zelfs één keer (en nooit weer) carnaval gevierd. Hier zijn dik vier jaar lang bomen omgezaagd en gezet, bollen uitgegraven en in de grond gepoot, muren opgetrokken en in elkaar gestort, schrijfkamers gebouwd, nieuwe keukens aangelegd. Een poort is er gekomen om Jasper in de tuin te houden, de hond nam me mee de natuur in en ook dat kwam hier op deze pagina’s terecht. Hier speelde dik vier jaar lang feitelijk mijn leven zich af.

Of, anders gezegd: hier trof de lezer een weerslag aan van dat leven. Een leven, denk ik, dat de tuin nodig heeft, dat hard, lichamelijk werk behoeft om voort te kunnen gaan, om nergens aan te denken. Ik begin om tien uur in de ochtend aan een tuintaak en zie vijf uur later pas dat het vijf uur later is, niets gedronken, niets gegeten, nauwelijks een gedachte. Dat is lekker. Dat is mooi. Er zijn er meer als ik, Monty Don van ‘Gardeners’ World’ is wellicht de bekendste. Die telt vanaf eind november de dagen tot die dagen weer lengen gaan, die verwelkomt het camerateam van het BBC-programma in het vroege voorjaar met champagne. Het leven begint weer!

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Gerbrand Bakker

De redactie van Tijd is best streng: het onderwerp was en bleef de tuin in de Eifel, zelfs als ik niet in de Eifel was. En wat moet je in de winter? Dat jaargetijde waarin Monty Don en ik eigenlijk niets te doen hebben? “Ach”, zei iemand onlangs, “er is toch altijd wel een hek op te richten, of een terras te leggen?” Nee, dat is er niet, als overal al hekken staan en de stenen die ik bij buren of Ortsbürgermeister weghaalde op zijn. Als het bovendien keihard vriest, dikke sneeuwvlokken vallen en het om half vijf al pikkedonker is?

Soms deed ik alsof - of: stelde ik me voor dat - ik daar was terwijl ik op vier hoog in Amsterdam zat. En dat lukte wonderwel, al was het alleen maar omdat ik sowieso vaak als ik elders ben me mijn tuin voorstel, in vogelvlucht zie wat er nog moet, wat beter kan, wat anders mooier zal zijn. Ik wil maar zeggen, zelfs als je je niet fysiek in je tuin bevindt, kun je er nóg over schrijven. Soms is zelfs die afstand beter dan je middenin de tuin bevinden om het hoe en wat, mogelijk zelfs de toekomst van de tuin, te doorgronden. Fysieke afstand kan inzicht bieden.

En ik was natuurlijk blij met al mijn al dan niet kleurrijke buren, bekenden en inmiddels vrienden daar. Buurman Klaus en buurvrouw Monika, Max und Margret, dakdekker Rudi en Christa. Buurvrouw Hannelore met haar geiten, nieuwe buren Rinus en Lien. Al de oppashonden, Charlie, Simba, Elvis en de allernieuwste buren Christina en Herbert, die van die twee lieve malamutes. Ik weet inmiddels hoe ze heten: Teti en Aslan. Over wie ik dus niet meer schrijven ga, want ja, dit is een afsluitend stuk.

Tijdens de afgelopen Boekenweek trok ik langs boekhandels met een usb-stick vol foto’s. Er was een nieuw boek en ik vroeg me af wat ik daar over vertellen kon (altijd een dilemma: alles staat ín dat boek, de schrijver zelf is er eigenlijk niet bij nodig). Een boekhandelaarster vroeg me of ik foto’s had. Foto’s! dacht ik. Wat een idee! Nooit eerder deed ik een lezing met lichtbeelden. Ik kan me nu al niet meer voorstellen het zónder lichtbeelden te doen. Er waren opvallend veel Trouw-lezers bij die lezingen en die konden het erg waarderen. Nu hadden ze eindelijk eens een beeld bij die wekelijkse woorden. “Maar”, zei een man in Baarn, “ik heb het huis van buurman Klaus gezien en het huis waar buurvrouw Weiers woonde, en ik heb een indruk van je tuin en het bos, maar waar is jouw huis?” Dat staat rustigjes in Schwarzbach, antwoordde ik. Niet op een foto. Er zijn grenzen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld gerbrand bakker

Die grenzen zijn zo nu en dan overschreden in de afgelopen vier jaar. Vrijwel altijd onschuldig, bezoekjes van Trouw-lezers die ‘in de buurt waren’, bezoekjes van boekenlezers, één keer zelfs verre familie. Nederlanders en Duitsers. Niet erg. Ik onderbrak mijn tuinwerkzaamheden en bood koffie of witte wijn aan. Soms ging het iets verder: februari vorig jaar, die mensen die me hun draadhaarteckel Anton gratis en voor niets kwamen aanbieden. Zij kregen geen koffie, want ik had geen keuken. En afgelopen zomer een broodverkoper die kwam met wijn en zoete koekjes, maar hij legde ook een pornografisch tijdschrift op het fonkelnieuwe aanrechtblad en had allerlei wilde gedachten in zijn kop. Ik neem aan dat het nu wat rustiger gaat worden in ons vredige dorpje aan de Nims.

En de slakken? Die zijn niet uit te roeien. Je werpt er vijf op de weg en krijgt er, lijkt wel, tien voor terug. En dat is maar goed ook. Ik ben hier niet helemaal weg, als er zich iets voordoet in Schwarzbach of onmiddellijke omgeving zal ik niet nalaten daarover verslag te doen.

Gerbrand Bakker

Het debuut van Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 1962), ‘Boven is het stil’ (2005), is vele malen bekroond en vertaald. Onlangs verscheen van hem ‘Rotgrond bestaat niet’, een beschouwing over cultuurlandschap en natuur (Cossee, € 19,99).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden