Mar Lodge Estate en rivier de Dee, Schotland.

Coronatoerisme

Coronatoeristen ruïneerden de achtertuin van de Queen, maar nu is hij hufterproof

Mar Lodge Estate en rivier de Dee, Schotland.Beeld Hollandse Hoogte / Nature Picture Library

Het Schotse Mar Lodge Estate werd vorig jaar ontdekt door ‘coronatoeristen’ die niet naar het buitenland konden. In het gebied met koninklijke allure stapelden zich bergen afval zich op. Boswachters bereiden zich nu voor op een tweede drukke zomer.

Misschien was het een voorbode ­geweest van de roerige zomer die in het verschiet lag: de grote roze opblaasflamingo die met de stroom mee de rivier de Dee afdobberde. Boswachter Kim Neilson had strandaccessoires nog nooit gezien in Mar Lodge Estate, het nationale park in de Schotse hooglanden waar zij inmiddels acht jaar boswachter is. Ze trekt nog steeds haar wenkbrauwen op van verbazing als ze eraan terugdenkt.

Natuurlijk had de boswachterij gerekend op drukte in het gebied na het opheffen van de eerste lockdown eind juni 2020. Maar de stroom mensen die plotseling naar het park trok, was van een heel ander kaliber dan waar de boswachterij op voorbereid was.

Mar Lodge Estate, onderdeel van het grotere Cairngorms National Park, ontvangt in normale jaren vooral natuurfanaten en klimmers die afreizen naar dit koudste en een-na-hoogste gebied binnen het Verenigd Koninkrijk om in alle rust van de omgeving te genieten. Zij houden zich normaal gesproken netjes aan de Schotse Outdoor Access Code, het nationale natuurreglement.

null Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

Royals in het wild

Het Estate is geliefd om zijn ruige en bergachtige terrein, de unieke biodiversiteit door de extreme temperatuurverschillen (van -27 tot 29 graden Celsius) en het meest onaangetaste stuk Schotse natuur, vrij van hekken en menselijke bemoeienis. Hier leven edelherten, steenarenden en nog zo’n vijfduizend andere diersoorten in een gevarieerd landschap van pijnbos, heide, heuvels en drasland. De BBC bracht het Estate enkele jaren fraai in beeld met het natuur­programma Winterwatch.

Maar het zijn niet alleen de bijzondere natuur en de BBC die dit park bij de Britten zo beroemd en geliefd hebben gemaakt. Mar Lodge Estate ligt pal naast Balmoral Castle, het zomerverblijf van koningin Elizabeth II. Vanaf het moment dat de bordeauxrode Rolls-Royce van de Queen eind juli de oprijlaan opdraait en de royals zich in hun kaplaarzen hijsen om te gaan jagen, staat heel ‘Royal Deeside’, zoals de omgeving wordt genoemd, in het teken van de koninklijke familie.

Er wordt discreet, maar wel constant naar de koninklijke familie uitgekeken – je kunt de familieleden immers zomaar tegen het lijf lopen. Ze zijn aanwezig bij lokale evenementen zoals de jaarlijkse Highland Games, waarin mannen in kilt al touwtrekkend om medailles strijden. Voor kroonprins en natuurfanaat Charles zijn alleen de zomermaanden niet genoeg: hij vestigde zich vlakbij in Birkhall, een achttiende-eeuws landhuis met ruim 200 vierkante ­kilometer tuin, waar hij veel tijd doorbrengt en ook zijn coronabesmetting uitzat.

Muziekinstallaties, kleurige hangmatten en koelboxen vol alcohol

Na het opheffen van de lockdown bleek al die publiciteit, van Winterwatch tot de zieke Charles, het chique park behoorlijk in de kijker te hebben gespeeld. “Na maanden lockdown waarin je niet verder dan vijf mijl (acht kilometer) van je huis mocht komen, hunkerden de Schotten naar de buitenlucht”, zegt Neilson. Dus toen die lockdown tot een einde kwam en de Schotten maar lastig naar hun vertrouwde zomerbestemmingen in Zuid-Europa konden, zetten ze in groten getale koers naar Mar Lodge Estate. Coronatoeristen noemen de boswachters ze: mensen die normaal gesproken hun opblaasflamingo meenemen naar Spanje, ­Griekenland of Turkije.

Het contrast tussen het natuurgebied met koninklijke allure en de invasie van ­coronatoeristen kon bijna niet groter. Bergschoenen, rugzakken en respect voor natuurwaarden werden overstemd door een massale toestroom van grote muziekinstallaties, kleurige hangmatten en koelboxen vol alcohol. De honderdduizend jaarlijkse bezoekers van het Estate werden binnen vier maanden al geteld. En lang niet iedereen had zich verdiept in de plaatselijke ­etiquette of de ‘Outdoor Access Code’.

Drukte in de Schotse bermen. Beeld Veerle Schyns
Drukte in de Schotse bermen.Beeld Veerle Schyns

Dubbel geparkeerde auto’s blokkeerden de paden en maakten toegang voor hulpdiensten en de pick-uptrucks van de National Trust onmogelijk. “Levensgevaarlijk”, herinnert Neilson zich. Bosjes werden ondergeplast, mensen kwamen elkaars uitwerpselen tegen en de oevers van de Dee veranderden in één smeulende barbecue. Nog schokkender waren de enorme bergen afval die bezoekers achterlieten. “Het was onvoorstelbaar”, zegt Neilson. “Soms lieten bezoekers gewoon een hele tent achter, met luchtbedden, slaapzakken en wegwerpbarbecues er nog in. Geveld door hun kater besloten ze alles maar te laten liggen.”

De illegale kampvuren vormden het grootste probleem. Waar de boswachters normaal zo’n tachtig vuurtjes per jaar uitmaken, stond de teller afgelopen zomer al in een mum van tijd op honderd. De boswachterij wachtte de ondankbare patrouilletaak. “Veel mensen waren zich echt niet van de gevaren van vuur op de brandbare turfgrond bewust, maar er werd ook geregeld geschreeuwd of zelfs agressief gereageerd als we het vuur kwamen doven”, vertelt Neilson. De boswachters transformeerden hierdoor in schoonmakers en politieagenten die het gespuis in de gaten moesten houden. “Het Estate is ongeveer even groot als Malta, maar verder dan letterlijk en figuurlijk brandjes blussen op de parkeerplaats en het recreatiegebied rondom de rivier kwam ik nauwelijks nog.”

Het gevolg: de oevers van de Dee zijn bezaaid met zwarte brandplekken, veel gras en planten zijn verdwenen en naast de wegen lopen diepe geulen van autobanden. Het bos oogt ongezond: “Het dode hout dat hier normaal gesproken de bodem bedekt, was al binnen enkele weken opgestookt”, vertelt Neilson. Met haar twee collega-boswachters heeft ze tientallen pick-ups gevuld met afval en minstens vijf complete kampeersets opgeruimd.

Betutteling of noodzaak?

Nu een dreigende hotelquarantaine de buitenlandplannen opnieuw verstoort, maakt Mar Lodge Estate zich op voor een tweede coronazomer. Het park en de recreatieplekken zijn uitgebreid met tientallen mobiele toiletten en voorzien van opvallende vlaggen en informatieborden die wijzen op het gevaar van vuur en afval. Een ervaren ­outdoorfan zal het vermoedelijk betuttelend vinden, maar zij zijn vorig jaar hun ­alleenrecht op het park verloren.

Ook rekruteert het Estate momenteel twee extra boswachters om het team bijna te verdubbelen, zodat zowel het recreatie­gebied als het park zelf bemand kan worden. De lokale overheid helpt met een vergunning voor een wegafsluiting. Zo kan de drukte niet meer tot dichtgeslibde parkeerplaatsen leiden, ook niet op twee nieuw ­gecreëerde terreinen. Vol is echt vol en zorg voor een plan B, is het devies.­

Maar bezoekers weren, daarvan wil ­Neilson niets weten, want natuurlijk is de coronatoerist ook een kans om een nieuwe doelgroep bij de natuur te betrekken. “We willen alle nieuwe mensen graag de won­deren van het park laten zien, maar hopen dat we daarmee de natuur niet nogmaals ­tekortdoen.”

Lees ook:

Boswachters: de natuur lijdt onder het corona-effect

Meer mensen gaan sinds coronatijd de natuur in. Dat gaat gepaard met schade en overlast, zeggen boswachters.

Dan plukt boswachter Joeri een stelletje uit de duinen. ‘We zochten een rustige plek’

Met de coronadrukte gaan wandelaars vaker van de paden af in de Noord-Hollandse Kennemerduinen. Boswachter Joeri Uilenreef heeft er zijn handen vol aan. ‘Goedemiddag, even stoppen.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden