InterviewNatuur

Conservator Artis Bibliotheek Hans Mulder: ‘Heel lang vonden we het bestaan van draken heel gewoon’

Basili (Gessner/Platter voor 1614) Beeld
Basili (Gessner/Platter voor 1614)

Tussen 1500 en 1900 ontdekte de westerse mens de natuur. In een prachtig geïllustreerd boek legt Hans Mulder, conservator van de Artis Bibliotheek, uit waardoor de mens anders naar zijn omgeving ging kijken.

Draken waren tot in de 18de eeuw nog heel gewoon. Nooit gezien, nou en? Het staat in de Bijbel, dus wie het niet gelooft is gek. Hans Mulder dist dit verhaal met smaak op in zijn prachtig geïllustreerde boek over de ontdekking van de natuur, dat volgende maand verschijnt.

Charles Darwin had het moeilijk met het geloof. Hoe bewees hij zijn theorie over het ontstaan van soorten?

Zelfs na meer dan twintig jaar werken aan zijn On the Origin of Species (1859) bleef hij twijfelen aan allerlei zaken, zoals de leeftijd van de aarde, de erfelijkheid van eigenschappen en vooral aan dat eerste begin. “Hij hield het erop dat het eerste leven was ingeblazen door de Schepper”, zegt Hans Mulder. “Hij zocht onweerlegbare bewijzen, omdat hij wist dat hij kritiek zou krijgen. Maar ook omdat zijn vrouw het akelig vond dat ze hem in het hiernamaals niet zou tegenkomen. In zijn dagboek zette hij die laatste stap die hem van zijn geloof zou losmaken wel”.

Mulder, conservator van de Artis Bibliotheek, schreef een prachtig geïllustreerd boek, dat in twintig meeslepende verhalen vertelt waarom de westerse mens anders naar zijn omgeving ging kijken, en welke nieuwe inzichten hem dat bracht. De natuur ontdekten we pas toen we de absolute waarheid durfden los te laten. Of hebben vervangen door een nieuwe waarheid, die we ook weer betwisten.

Reuzentoekan, 1806, François Levaillant Beeld
Reuzentoekan, 1806, François Levaillant

Vanwaar dit boek?

“De afgelopen jaren vertelde ik regelmatig verhalen voor een klein publiek, op basis van de werken die mij omringen op mijn werkplek. Maar door de verbouwing van de bibliotheek, en het stilleggen van die bijeenkomsten wegens corona, had ik tijd over. Ik wil laten zien hoe mooi die verhalen zijn, de ingewikkelde teksten uit andere tijden toegankelijk maken. Die twintig verhalen geven een beeld van hoe de westerse mens tussen 1500 en 1900 de natuur ontdekte. Je kunt er ook iets van de geschiedenis van het menselijk denken in ontdekken.”

Wat bedoelt u daarmee?

“In hoofdstuk 1 beschrijf ik twee belangrijke voorwaarden: de uitvinding van de boekdrukkunst en de reformatie. Beide zorgden voor het verder brengen van ideeën. Voor die tijd bereikte het woord de mensen voornamelijk via priesters. De boekdrukkunst werkte als een vliegwiel. De Bijbel en andere religieuze teksten verschenen in de landstaal, waardoor steeds meer mensen over God en zijn bedoelingen konden lezen en vertellen. Mensen werden nieuwsgierig. In de zestiende eeuw ontstaat daardoor het idee dat je God op verschillende manieren kunt leren kennen: door het woord van God tot je te nemen én door de aandachtige bestudering van Zijn Schepping: de natuur.”

En zo ontdekt de mens de natuur?

“Dat gaat geleidelijk, natuurlijk. Je moet de boeken uit die periode zien als tijdsbeelden. Ik laat zien waar je naar kijkt, en illustreer dat met verhalen. Die manier van vertellen gebruik ik ook tijdens colleges. Ik merk dat zo de informatie beter blijft hangen. Het is belangrijk om te begrijpen wat een samenleving in een bepaalde tijd kon weten. Zo maakte de historicus Lucien Febvre duidelijk dat atheïsme in de zestiende eeuw niet mogelijk was. Het begrip bestond wel, maar werd gebruikt voor mensen die niets moesten weten van de Bijbel of van de onsterfelijkheid van de ziel. Atheïsme als totale ontkenning van het bovennatuurlijke werd pas mogelijk na denkers als Descartes en vooral Spinoza.

Vliegende vis, voor 1558, Conrad Gessner en Felix Platter Beeld
Vliegende vis, voor 1558, Conrad Gessner en Felix Platter

“Wij kijken vaak naar het verleden met onze eenentwintigste-eeuwse bril, waardoor we het nu bijvoorbeeld vreemd vinden dat men heel lang het bestaan van draken gewoon vond. De in zijn tijd alom gerespecteerde zeventiende-eeuwse geleerde Athanasius Kircher, een jezuïet, schreef in zijn boek over de onderaardse wereld ook over draken. Hij twijfelde geen moment. Sterker nog, hun bestaan was onbetwistbaar en iedereen die zei van niet was een godslasteraar of op zijn minst een gek. Carolus Linnaeus twijfelde wel. Hij nam de draak in zijn eerste ordening van het leven in 1735 op in zijn lijst met ‘paradoxa’. De tijden veranderden.

“Hetzelfde zie je bij de theorie dat klein leven, van insecten en andere onderkruipsels, uit vuil ontstaat. Aristoteles kun je dat niet kwalijk nemen, er was in zijn tijd geen enkele reden om hieraan te twijfelen. De Engelse natuurkundige Robert Hooke beschreef in 1665 eitjes­­ van insecten die hij zag onder zijn sterk vergrotende microscoop. Antoni van Leeuwenhoek, die een microscoop maakte die nog veel meer kon vergroten, zag zelfs bacteriën. Beiden trokken daaruit geen conclusies. Dat insecten ook uit eitjes komen, werd bewezen in 1668 door Francesco Redi. En dat de ‘kleine dierkens’ die Van Leeuwenhoek zag bacteriën waren, werd pas halverwege de negentiende eeuw duidelijk.

“Mensen die net even anders naar de zaken kijken, zorgen voor verandering en vooruitgang in de wetenschap. Dat verlangt wel doorzettingsvermogen. Want de zon draait om de aarde, dat kun je zelf zien. Of niet? Galileo­­ Galilei, die in 1610 bewees dat Copernicus gelijk had en dat het andersom was, moest zijn bewijs van de kerk herroepen, en dat deed hij. Je moet wel sterk in je schoenen staan om af te wijken van de heersende mening. Dat komt het mooist tot uiting in hoofdstuk 20, over natuurlijke en seksuele selectie, met Charles Darwin die worstelt met zijn geloof en zijn ontdekking over het ontstaan van soorten.”

Naast aanstekelijke verhalen bevat uw boek prachtig beeld. Waar komt dat allemaal vandaan?

“De meeste afbeeldingen komen uit de collectie van de Artis Bibliotheek, onderdeel van het Allard Pierson van de Universiteit van Amsterdam. Al die natuuronderzoekers uit vorige eeuwen hebben weergaloos hun best zitten doen om wat ze beschrijven ook te illustreren. De aquarellen die de Zwitser Conrad Gessner van de door hem beschreven dieren al in de vijftiende eeuw liet maken, zijn ware kunstwerken. Maria Sybilla Merian werd beroemd met haar beschrijvingen van de metamorfose van rups naar vlinder en de daarbij horende illustraties, waarop ze de dieren afbeeldt in hun leefomgeving, samen met hun voedselplant, iets waarin zij door anderen wordt nagevolgd. Niet voor niets wordt zij beschouwd als de eerst ecoloog, al is dat een anachronisme want van ecologie was nog geen sprake in de zeventiende en achttiende eeuw.

Koraalboom en vlinder, 1719, Maria Sybilla Merian. Beeld
Koraalboom en vlinder, 1719, Maria Sybilla Merian.

“Bij John Gould zie je een kleine tweehonderd jaar later diezelfde manier van werken. In zijn boekenseries zijn vogels onbeschrijfelijk mooi afgebeeld. Het zijn ingekleurde lithografieën. Met zijn manier van illustreren kunnen alle essentiële facetten van het diertje worden getoond. Iets dat met een foto eigenlijk niet te doen is.

“Bij Merian zien we dat kennis in Nederland ook handel is. Er waren hier geen wetenschappelijke verenigingen of genootschappen waar vrijblijvend kennis werd gedeeld, zoals in Engeland en Frankrijk. Die genootschappen zie je in Nederland pas vanaf halverwege de achttiende eeuw. Mede daardoor ligt een deel van de Nederlandse natuurhistorische verzamelingen, zoals vrijwel alle aquarellen van Merian, nu in het buitenland. De beroemde anatoom Frederik Ruysch verkocht zelfs zijn methode voor het conserveren van lijken voor 3000 gulden – dat was toen een immens bedrag – aan tsaar Peter de Grote.”

Wat kunnen we leren van de ontdekking van de natuur in vorige eeuwen?

“Verwondering, nieuwsgierigheid en twijfel zijn van wezenlijk belang voor nieuwe kennis. In tijden dat samenlevingen door absolute theorieën worden geregeerd, staan die eigenschappen onder druk. Een proces van losmaking zoals tijdens de reformatie maakte het mogelijk om vanuit andere perspectieven de werkelijkheid te bestuderen en tot nieuwe ontdekkingen te komen. In de negentiende eeuw zette de losmaking zich voort en kwam de ontwikkeling van de wetenschap in een stroomversnelling.

“Met andere woorden, wetenschap gedijt in vrijheid. Maar ook leren we dat wetenschap niet hetzelfde is als waarheid. Het is soms moeilijk te bevatten dat we steeds meer zeker weten door te twijfelen. Geloof en twijfel gaan niet goed samen. In zijn boek Rocks of Ages (in Nederlandse vertaling verschenen onder de titel God en Darwin) stelt de schrijver en paleontoloog Stephen Jay Gould dat wetenschap en geloof prima naast elkaar kunnen bestaan zolang ze zich maar niet met elkaar bemoeien, het zijn twee invloedssferen die naast elkaar bestaan. Ik kan mij daarin goed vinden.

Rode paradijsvogel, John Gould, 1804-1881 Beeld
Rode paradijsvogel, John Gould, 1804-1881

“De studie van de natuurlijke historie maakt ook duidelijk dat de mens niet boven de natuur staat, maar daarvan deel uitmaakt. In hoofdstuk 15 beschrijf ik de Franse hoogleraar George Cuvier, die aan het begin van de negentiende eeuw als eerste vaststelt dat er in de aardlagen catastrofes zichtbaar zijn: fossielen van dieren die onder een bepaalde laag wel voorkomen en daarboven helemaal niet meer. Daar zie je allemaal nieuwe soorten ontstaan. Nu weten we dat zoiets vijf keer in de geschiedenis van de aarde is voorgekomen. De laatste keer stierven de dinosauriërs uit, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ik vind het daarom een beetje hooghartig om te beweren dat wij de aarde moeten redden. De aarde draait nog wel drie miljard jaar door. Die heeft ons niet nodig. We moeten begrijpen dat we onszelf moeten redden en als het even kan talloze andere soorten die we door ons handelen met uitsterven bedreigen.

“Ik hoop dat we in de Artis Bibliotheek een plek kunnen maken waar we kunnen praten over hoe mensen, natuur, wetenschap en kunst zich tot elkaar verhouden en waar we blijvend kunnen leren van al die nieuwsgierige onderzoekers en kunstenaars die ons zoveel moois hebben gebracht.”

Hans Mulder, De ontdekking van de natuur, uitgeverij Terra, 256 blz, €39,99 (vanaf 11 mei €49,99). Boek verschijnt 11 februari.

Lees ook:

Wetenschapper wordt ganzenvader en vliegt met ze mee

Een Duitse vogelonderzoeker trainde jonge ganzen om hem te volgen bij vluchten met een ultralicht vliegtuigje. Hij bracht ze groot en leefde een jaar met ze samen. Daarover schreef hij een boek.

Grondlegster biologie geëerd

Vandaag komt een boek van Maria Sibylla Merian (1647-1717) over flora en fauna in Suriname opnieuw uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden